Tag Archives: RMO

Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht

LBK weer thuis!

Zoals ook de wet van Malta propageert is het een belangrijke taak voor de archeologie dat de informatie over nieuwe ontdekkingen en vondsten ook gecommuniceerd  wordt naar een breder publiek. Binnen het Odyssee-project zijn we die verplichting ook aangegaan tegenover NWO en dat is uitgemond in onder meer deze website en een kleine tentoonstelling, getiteld ‘de eerste Boeren’ in het Rijksmuseum van Oudheden, waarover eerder al werd bericht. Nu is die communicatie noodzakelijk maar ze blijft toch ook in enige mate abstract omdat het de verslaglegging van een onderzoek en resultaten betreft, van deels nog niet afgerond onderzoek, en buiten de directe context van het gevondene. Vanuit het perspectief van het RMO is dat een van de manco’s, het gemis van een landschappelijke omgeving, waar een verhaal echt thuis hoort. Gelukkig bleef het daar niet bij. Vrij kort na de presentatie meldde zich, onder meer,  het Thermenmuseum in Heerlen in de persoon van conservator Karen Jeneson. Men was erin geïnteresseerd de presentatie over te nemen. Hoewel het zwaartepunt van het Thermenmuseum natuurlijk de Romeinse bewoning van Zuid-Limburg betreft, heeft men geen oogkleppen op en heeft, zeker ook binnen het samenwerkingsprogramma Historisch Goud, de ambitie om de Limburgse archeologie breder in de kijker te spelen. Daarom toog ik eind juni dan ook naar mijn geboorteplaats om samen met Karen de tentoonstelling in te richten.  Hoewel de presentatie voor een belangrijk deel dezelfde is als in Leiden, heeft de tentoonstelling door het ruimtegebruik, de andere vitrines, met andere afmetingen en de aparte plek voor de maquette toch een andere ‘feel’. Sommige stukken zijn beter te zien en je kijkt er op een andere manier naar. In de communicatie naar buiten ligt het accent ook meer op de rol van de LBK in Limburg met als titel: ‘De eerste boeren. Over de bandkeramiek op de Zuid-Limburgse lössgronden’. Opvallend is ook de tekst op de website: ‘Met deze presentatie zijn de schatten van Limburg weer terug op Limburgse bodem!’ Het lijkt me goed dat op te vatten als een positieve vorm van chauvinisme, waarbij het doel is de mix van beheer van archeologische objecten, onderzoek, het maken van tentoonstellingen en het tonen van vondsten en nieuwe ontdekkingen nationaal en regionaal zoveel mogelijk te maximaliseren. De tentoonstelling is in ieder geval nog tot en met 1 juni 2014 in Heerlen te bewonderen en zoals eerder al werd bericht zal in het najaar een lezingenprogramma plaatsvinden. Houd de website van het Thermenmuseum in de gaten: http://www.thermenmuseum.nl/activiteit/de-eerste-boeren-van-nederland.

Tweetal vitrines van "De eerste boeren', Thermenmuseum Heerlen
Tweetal vitrines van “De eerste boeren’, Thermenmuseum Heerlen
Een vitrine met dissels, vuursteen, en een maalsteen 'De eerste boeren' Thermenmuseum Heerlen
Een vitrine met dissels, vuursteen, en een maalsteen ‘De eerste boeren’ Thermenmuseum Heerlen
maquette Elsweiler 'De eerste boeren' Thermenmuseum Heerlen
maquette Elsweiler ‘De eerste boeren’ Thermenmuseum Heerlen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een ander voorbeeld is de presentatie die onlangs in Maastricht opende naar aanleiding van de opgraving van de bandkeramische nederzetting op de Cannerberg. In samenwerking met Archol en de gemeente Maastricht/Centre Céramique is hier, na gunning van het project, door het Rijksmuseum van Oudheden en Centre Céramique een presentatie gemaakt, getiteld: ‘De eerste Maastrichtenaren waren tóch boeren’ (zie: http://erfgoed.centreceramique.nl/index.php?id=3985). Samen met conservator Wim Dijkman richtte ik daar medio juli de presentatie in.

De mini-expo die nog tot 1 september loopt biedt een eerste blik op de ontdekkingen gedaan op de Cannerberg. Zo komen, (naast een stuk ontdekkingsgeschiedenis, dat begint met de brief van Kengen aan Holwerda en tevens een vitrine met vondsten van ontdekker Hub Philippen), diverse vondsten uit de bandkeramiek, ijzertijd, Romeinse tijd en moderne periode aan bod.

Bijzonder is dat de tentoonstelling slechts enkele weken nadat de laatste schep de grond in was gegaan plaatsvond: de modder zat er soms nog aan. Op die manier konden de mensen uit Maastricht, die al via diverse artikelen en filmpjes op de hoogte van de ontdekkingen waren gehouden meteen een kijkje komen nemen van/bij hún erfgoed. Op die manier merk je dat wat door de archeologen de nederzetting ‘Hoogcanne’ is gedoopt al snel onderdeel van het culturele repertoire van de Maastrichtenaren wordt. Hoewel ik als boer uit Segietere natuurlijk vooral trots was op  de titel, bleek die associatie en ‘het claimen van het verleden’ ook uit de Maastrichtse versie ervan: ‘dus de eerste boeren waren Maastrichtenaren’.

Een mooie kroon op deze Blitztentoonstelling vormt de reconstructietekening die door Mikko Kriek gemaakt is. Doordat een deel van de uitwerking van de gegevens al tijdens het veldwerk plaatsvond was er op het niveau van de nederzetting zelf al heel wat informatie beschikbaar. Aan de hand daarvan en de input van verschillende experts kon een tot de verbeelding sprekende reconstructie van ‘Hoogcanne’ gemaakt worden. Juist dat soort beeldende elementen brengt voor veel mensen het verleden dichterbij.

Uit beide voorbeelden spreekt de waarde van het tonen van cultureel erfgoed in de regio waar het gevonden wordt. In het geval van Heerlen de ambitie om een podium voor Limburgse archeologie te zijn en in het geval van Maastricht door het publiek direct bij recent ontdekt erfgoed te betrekken. De rol van het RMO krijgt in dit soort projecten ook steeds meer gestalte. Uit de plannen voor het nieuwe museumbestel en in de in juni verschenen museumbrief van het ministerie van OCW blijkt dat deze rol ook degene is die van ons in de toekomst wordt verwacht. Het RMO is in die zin een centraal museum of moedermuseum dat niet alleen in huis, maar juist ook regionaal haar collectie en kennis inzet in publiekscommunicatie. Van enkel een instituut worden we wellicht ook meer een netwerk en een merk. De enthousiaste samenwerking met de collega’s in Maastricht en Heerlen, maar ook bv. in Ede afgelopen jaar vormt daar een voorbeeld van. Wellicht hebben we de periode van parochialisme versus Bovenmoerdijkse arrogantie, waarmee Holwerda al kampte nu wel definitief achter ons gelaten.

door Luc Amkreutz

Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Net uit het Veld'Cannerberg Centre Céramique Maastricht
Net uit het Veld’Cannerberg Centre Céramique Maastricht
Overzicht van de tentoonstelling, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Overzicht van de tentoonstelling, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
centre ceramique

[Tentoonstelling]De eerste Maastrichtenaren waren tóch boeren

De eerste Maastrichtenaren waren tóch boeren. Oude en nieuwe ontdekkingen van de eerste boerennederzettingen rondom Maastricht.

 Tentoonstelling in Centre Ceramique 16 juli t/m 1 september

 Archeologisch onderzoek op de Cannerberg mei – juli 2013

 Doorgaans worden bandkeramische vondsten vooral geassocieerd met de Westelijke Mijnstreek waar opgravingen hebben plaatsgevonden in Sittard, Geleen, Beek, Stein en Elsloo. Archeologisch onderzoek voegde ook Maastricht in de afgelopen jaren met grote stip op de verspreidingskaart toe. Door de onlangs uitgevoerde opgraving op de Cannerberg wordt steeds duidelijker hoe een bandkeramisch dorp was opgebouwd en hoe de verschillende huiserven ten opzichte van elkaar lagen. Op de Cannerberg liggen de huisplattegronden veel overzichtelijker naast elkaar dan bij eerder onderzochte nederzettingen, omdat de bewoningsduur van de gehele nederzetting korter lijkt te zijn geweest. Op basis van de eerste resultaten kunnen we stellen dat op de Cannerberg gedurende 100 jaar een bandkeramisch dorp heeft gestaan. Dit dorp had een omvang van 6-8 boerderijen waarin bij elkaar ongeveer 60 mensen woonden. Pas vele eeuwen na het vertrek van deze eerste boeren wordt de Cannerberg opnieuw bewoond en beakkerd. Ditmaal door ijzertijdboeren die hun grote boerenerven  boven op de reeds lang vergane bandkeramische nederzetting stichten.

 Aanleiding archeologisch onderzoek: natuurcompensatie Millenniumbos voor A2 Maastricht

De opgraving vond plaats in het kader van A2 Maastricht. Voor de realisatie van het plan ‘De Groene Loper voor A2 Maastricht’ zijn tussen Europaplein in het zuiden van de stad en de Landgoederenzone in het noorden op verschillende plekken bomen gekapt. Ter compensatie daarvan wordt in het najaar door tunnelbouwer Avenue2 op de Cannerberg het Millenniumbos uitgebreid met zo’n 9 hectare natuur. De uitbreiding van het bos is een wens van de gemeente Maastricht. Omdat boomwortels aanwezige sporen uit het verleden kunnen verstoren was archeologisch onderzoek voorafgaand aan de boomaanplant vereist. Het archeologisch onderzoek werd uitgevoerd door Archeologisch Onderzoek Leiden (Archol)

Opzet van de tentoonstelling

De tentoonstelling omvat twee thema’s. Het eerste thema betreft de eerste ontdekking van de bandkeramiekboeren en hun nederzettingen.Dit is bij uitstek een Maastrichts verhaal dat terugvoert op de vondsten van de Caberg die in 1928 de aandacht trokken van pastoor Kengen en die leidden tot opgravingen door het Rijksmuseum van Oudheden. Het tweede thema betreft de huidige opgravingen door Archol BV op de Cannerberg. Deze hebben inmiddels voldoende materiaal en informatie opgeleverd om de verschillende aspecten van deze vroege bewoning inzichtelijk te maken. De bandkeramiek, de ijzertijdbewoning en meer recente vondsten komen daarbij aan de orde. Met deze presentatie willen we onder de aandacht brengen dat -tussen de vuursteenvondsten van rondtrekkende Neanderthalers en de bekende Romeinse bewoning- de boeren van de Lineaire Bandkeramiek de eerste échte bewoners van ‘Maastricht’ waren.

Inhoud van de mini-expositie

Naast de recente vondsten op de Cannerberg worden ook oudere LBK-vondsten uit Maastricht getoond, deels uit de eigen collecties, maar ook uit de privécollectie van de heer Huub Philippen. Speciaal voor deze expo is er een reconstructietekening gemaakt van de bandkeramische nederzetting op de Cannerberg. Tevens wordt een maquette van een LBK-boerderij tentoongesteld.

De site op de Cannerberg beperkt zich niet tot de LBK-periode, maar toont ook andere fases uit de rijke geschiedenis van de stad Maastricht. Veel vondsten uit de ijzertijd, waaronder een rij weefgewichten, een aantal Romeinse vondsten en sporen uit de Tweede Wereldoorlog werden blootgelegd en getoond in deze presentatie.

Overzicht tentoonstelling
Overzicht tentoonstelling

Colofon

 Concept en samenstelling

Rijksmuseum van Oudheden

Centre Céramique, team Cultureel Erfgoed

 

Bruiklenen

De heer Huub Philippen

Limburgs Geschied-en Oudheidkundig Genootschap

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg

Gemeente Maastricht

 

3D-impressie Cannerberg

Mikko Kriek (BCL-support)

 

Ruimtelijke/grafische vormgeving

KEEN

 

Tekeningen

Paul Maas

Roel Bakker

 

Vertalingen

David McKay, Open Book Translation

 

Met dank aan

Archol BV

Projectbureau A2 Maastricht

Avenue2

 

De maquette zoals deze in het RMO stond opgesteld

[Tentoonstelling] Odyssee project in het Thermenmuseum in Heerlen

Vanaf 29 juni presenteert het Thermenmuseum de tentoonstelling ‘De eerste boeren’, over de zogenaamde Bandkeramiek-boeren.

Dit waren de allereerste boeren op de vruchtbare Zuid-Limburgse lössgronden. Rond 5300 voor Christus ontstond de eerste boerencultuur op de vruchtbare Zuid-Limburgse lössgronden.

Het Thermenmuseum toont vanaf 29 juni 2013 een presentatie van deze eerste boeren van Nederland, ook wel de ‘boeren van de Lineaire Bandkeramiek’ genoemd. Zij stonden aan de wieg van een van de belangrijkste ontwikkelingen in de menselijke geschiedenis: de overgang van jagen en verzamelen naar een sedentair boerenbestaan. Deze vroege boeren woonden in nederzettingen bestaande uit meerdere boerderijen. Metaal kenden deze boeren nog niet; al hun werktuigen maakten zij van vuursteen. In de eerste helft van de 20e eeuw werd al veel onderzoek gedaan naar deze eerste boeren. Zo werd in het Zuid Limburgse gebied ‘Graetheide’ een aantal bandkeramische dorpen opgegraven

Aan de hand van een bijzondere maquette, fotomateriaal en aardewerkmaterialen wordt u meegenomen terug in de tijd van de eerste boeren. ‘De eerste boeren’ bevat onderzoeksresultaten naar de structuur van de nederzettingen en specialistisch onderzoek naar aardewerk (bandkeramiek) en vuursteen. De tentoonstelling was in 2012 in het RMO in Leiden te zien en staat nu in het Thermenmuseum in Heerlen. Met deze presentatie zijn de schatten van Limburg weer terug op Limburgse bodem!

In het najaar van 2013 organiseert het Thermenmuseum een lezingenreeks in dit thema, meer informatie hierover volgt.

De maquette zoals deze in het RMO stond opgesteld
De maquette zoals deze in het RMO stond opgesteld
LPLK

5e Louwe Kooijmans Lezing

De Louwe Kooijmanslezing is een initiatief van het Rijksmuseum van Oudheden en de Faculteit der Archeologie van de Universiteit Leiden, ingesteld ter ere van het academisch afscheid van prof.dr. Leendert Louwe Kooijmans in juni 2008.

Vijfde Louwe Kooijmanslezing door dr. Pierre Pétrequin

De vijfde Louwe Kooijmanslezing wordt gegeven op woensdag 17 april 2013 door dr. Pierre Pétrequin, directeur de recherche van het Centre National de la Recherche Scientifique aan de Université de Franche-Comté, Besançon. Hij is winnaar van de Prehistoric Society Europa Prize 2010. Zijn Engelstalige lezing heet:

Production and circulation of Alpine jade axes during the V-IVth millenium in a European perspective
(Vervaardiging en uitwisseling van Alpiene jadeiet bijlen gedurende het vijfde en vierde millennium v.Chr. vanuit een Europees perspectief)

De verspreiding van bijlen van jadeiet

Vanaf het einde van het zesde millennium voor Christus werd jadeiet gedolven bij Monte Viso in de Italiaanse Alpen, op een hoogte van 1500 tot 2400 meter. Dit vormde het begin van een lange traditie van productie van de bekende grote bijlen: jadeiet, omphaciet en eclogiet. Tijdens het vijfde en vierde millenium raakten ze verspreid over heel West-Europa. Ze worden gevonden op aanzienlijke afstanden van de bron, met een oost-west verspreiding (Ierland-Bulgarije) van 3300 kilometer en een noord-zuid verspreiding (Denemarken-Sicilië) van meer dan 2000 kilometer.

De uitwisseling van Alpien jadeiet vertegenwoordigt een bijzonder fenomeen van contact en interactie tussen niet-egalitaire samenlevingen van een voorheen onbekende omvang. Varna (Bulgarije) in het oosten en de Golf van Morbihan (Bretagne) in het westen lijken deze twee polen van sociale dynamiek te vertegenwoordigen, met een belangrijke vormende invloed op het Europa van het vijfde en vierde millenium voor Christus.

Aanmelden

Graag vóór 15 april 2013 aanmelden door dit digitale aanmeldingsformulier in te vullen en te verzenden.

  • Datum: woensdag 17 april 2013
  • Aanvang: 19.30 uur
  • Locatie: Tempelzaal
  • Entree: gratis
  • Voertaal: de lezing is in het Engels
  • Borrel: u bent welkom op de borrel na afloop van de lezin
© Pierre Pétrequin
© Pierre Pétrequin
© Pierre Pétrequin
© Pierre Pétrequin
Nieuwe afdeling Archeologie van Nederland in Rijksmuseum van Oudheden 3_Foto Mike Bink

Inzoomen op het verleden: De visuele reconstructie van de bandkeramische nederzetting van Elsloo in de opstelling ‘Archeologie van Nederland’ (RMO)

De afdeling ‘Archeologie van Nederland’ staat er alweer bijna twee jaar. In de benadering van het algemene verhaal dat we vertellen (300.000 jaar archeologische geschiedenis ) was één van de belangrijke keuzes om niet hét/één verhaal van het verleden te willen vertellen (dus zo leefden de Neanderthalers, of dit deden de Merovingers), maar de bezoeker aan de hand van een keten vindplaatsen door de tijd mee te nemen. Dat betekent dat je in kunt zoomen op plekken om te vertellen wat de mensen daar deden. Dat is dus een kleiner, maar wel objectiever verhaal, dat in de grotere verhaallijn past. Men zit dus veel dichter op de huid van de vroegere bewoners van een plek en leert over de verschillende aspecten van hun levenswijze.

Eén van de vindplaatsen in deze reis door de tijd is Elsloo. Middels objecten van zowel het grafveld als de nederzetting wordt het verhaal van de bandkeramische bewoning uiteen gezeten. In de vitrine met artefacten uit de nederzettingscontext is ook een film te zien over het maken van bandkeramisch aardewerk.  De vitrines worden geaccentueerd door een metersgrote uitvoering van de bandvormige versiering op het aardewerk, weergegeven op het lint dat alle vindplaatsen in de tijd verbindt (zie afbeelding).

Aangezien de bandkeramiek een cruciale nieuwe fase in onze bewoningsgeschiedenis inluidt, de overgang naar een sedentair boerenbestaan, is er tevens voor gekozen een stuk verdieping te bieden middels een audiovisuele ondersteuning. Gekozen werd voor een ‘Google-zoom-moment’, waarbij middels de huidige kaarten van Google Earth ingezoomd wordt op de exacte locatie van de opgraving van Elsloo door Modderman in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Met behulp van nieuwe reconstructietekeningen is vervolgens de situatie van meer dan 7000 jaar geleden uitgebeeld. Binnen de vormgeving door Kinkorn BV werden de tekeningen voor deze audiovisuele ondersteuning gemaakt door Paul Maas en geanimeerd door hem in samenwerking met Frank van Mourik.

De animatie Elsloo begint met een vuursteen slaande man die een klein jongetje het vak bijbrengt. Daarna zoomt het beeld uit en zien we delen van de nederzetting, kuilen, een huis waarvan het dak gedekt wordt, een afgebrand huis, mensen die op jacht gaan, koeien, tuintjes met gewassen. Het beeld zoomt vervolgens nog verder uit en we zien Elsloo als een kleine enclave in het hoog opgaande eiken-lindenbos, het is herfst.  Schuin vanboven zien we de noordwest-zuidoost gerichte boerderijen, de akkers naar het oosten en zuiden en ten noorden van de nederzetting het grafveld waar op dat moment ook een crematie of ritueel plaatsvind. Duidelijk zichtbaar is verder de overgang naar het laagterrras en de loop van de Maas die niet de enkelvoudige stroom is die we nu kennen, maar meer een rivière al îlots.

In de laatste twee scènes zoomt het beeld verder uit. Eerst richten we onze blik naar het noordwesten waar we kort de levenswijze van de Mesolithische bewoners van Hardinxveld zien. Deze vindplaats gaat vooraf aan Elsloo en staat mede in het teken van contacten tussen jager-verzamelaars en vroege boeren, zoals onder meer aangetoond door de vondst van een bandkeramische pijlpunt op Hardinxveld-Polderweg. Het doel van deze combinatie is om het verschil in levenswijze te visualiseren tussen de sedentaire bandkeramische boeren in hun dorpen en de kleinschalige, mobiele jager-visser-verzamelaars op de donken in de Alblasserwaard. Daarna zoomt het beeld nog verder uit en zien we een kaart van Europa, waarbij Elsloo in de context van de eerste en tweede golf van bandkeramische verspreiding wordt geplaatst. Als laatste zoomt het beeld verder uit, buiten Europa, naar de’ vruchtbare halve maan’, de regio waar de wilde voorlopers van onze huidige gewassen en huisdieren zijn gedomesticeerd en waar de wortels liggen van ons boerenbestaan.

Het maken van een dergelijke animatie was  in de eerste plaats vooral een (leuke) uitdaging. Ik had nog niet eerder op zo een manier archeologische informatie moeten vertalen. Duidelijk werd hoe nauw de vertaalslag en communicatie luistert tussen kennis van de inhoud en uitvoering doordat de bandkeramische boerderijen in de eerste versie verdacht veel leken op de Karolingische boerderijen van Dorestad, één van de andere animaties.  Daarnaast was het een uitdaging om bepaalde keuzes te maken. Daarbij hebben we bewust niet gekozen voor een hele duidelijke harde stijl, maar meer voor een schetsmatige opzet, ook om binnen het kader van de algehele benadering niet dé waarheid van hét verleden te presenteren. Een mooi voorbeeld is verder de keuze voor de kleding. Daarbij trok ons enerzijds de realistisch, bijna etnografische benadering van de bandkeramiek in het museum in Halle (Landesmuseum für Vorgeschichte), met veel dierenvellen, tandenkettingen, bloed, rode oker en symbolen en anderzijds de archeologische invalshoek gebaseerd op de figurines door professor Jens Lüning. Uiteindelijk hebben we elementen van beide benaderingen overgenomen en gecombineerd (zie bijvoorbeeld de motieven op de kleding van de mensen en de versiering van de huizen).

Terugblikkend ben ik vrij tevreden over deze animatie. Natuurlijk zou je met meer tijd en mogelijkheden een aantal zaken anders aanpakken, zo ligt de hond nu wel erg dicht in de baan van het rondvliegende vuursteen en ligt Elsloo ook erg dicht bij de Maas. Maar, im groβen Ganzen, is het een beeld waar we mee uit de voeten kunnen (althans voor de komende jaren). Opvallend vond ik dat het best een uitdaging is voor zowel archeoloog als tekenaar om archeologische kennis, waarbij toch een hele reeks vraagtekens blijft bestaan te visualiseren. De moeilijkheid ligt daarin om binnen de bandbreedte aan mogelijkheden datgene uit te kiezen dat enerzijds visueel aantrekkelijk is en overtuigt, anderzijds de wetenschappelijke realiteit het best benaderd en in ieder geval geen geweld aandoet. Ik hoop dat dat ook in de ogen van collega-bandkeramiekers geslaagd is.

Afb. Zicht op de vindplaats Elsloo op de afdeling ‘Archeologie van Nederland’ in het RMO. Op de voorgrond de vitrine met de inhoud van twee graven, de bandvormige versiering in het lint en de projectie van de Google Zoom. Foto Mike Bink/Rijksmuseum van Oudheden.

[News] Lezingenmiddag “Limburg” in RMO: Archeologische ontdekkingen

bron: Leids Nieuwsblad

Archeologen uit de provincie Limburg spreken vrijdag 26 oktober van 14.30 tot 16.30 uur over unieke ontdekkingen en hun onderzoek tijdens de 12 Provinciën Lezingen in het Rijksmuseum van Oudheden. Het museum en Hazenberg Archeologie organiseren elke 2 maanden een lezingenmiddag waarbij telkens de archeologie van een andere provincie besproken wordt. Na edities waarin de provincies Friesland, Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland aan bod kwamen, is het nu de beurt aan Limburg.

Conservator Luc Amkreutz van het Rijksmuseum van Oudheden doet samen met Archol onderzoek naar vindplaatsen van ‘de Bandkeramiek’ in Limburg, de vroegste boerencultuur in Nederland (circa 5300 v. Chr.). Over het onderzoeksproject “Terug naar de Bandkeramiek” is in het museum tot en met 25 november een kleine tentoonstelling te zien.

Provinciaal archeoloog Karianne Winthagen vertelt over het icoon van het Limburgse verleden: de Maas. Door de bewoners van Limburg is de Maas verkozen tot ‘Het Landmark Limburg’. In een reis langs de Maas beschrijft Winthagen de Limburgse cultuurhistorische rijkdom, ambities en dilemma’s.

 

Vraagtekens

Conservator Karen Jeneson van het Thermenmuseum gaat de discussie aan over de behoefte aan nieuw onderzoek naar Romeins Limburg. Over het Romeinse verleden van Zuid-Limburg is in het verleden al veel gezegd en geschreven. Maar zelfs na 150 jaar onderzoek staan er nog verrassend veel vragen open. Jeneson gaat met name in op de vraagtekens omtrent de Romeinse nederzetting in Heerlen.

De gemeentearcheoloog van Venlo, Maarten Dolmans, spreekt over de mikwe van Venlo, een joods badhuis uit de 14e eeuw. Deze werd in 2004 ontdekt midden op de Oude Markt tijdens een grootschalig archeologisch onderzoek aan de Maasboulevard. De mikwe, de oudste van Nederland, is in zijn geheel geborgen en te zien in het Limburgs Museum in Venlo.

Elsweiler voor tempel

Yvon Jaspers, Elsweiler en de populariteit van de LBK

Nu er alweer een nieuw seizoen van ‘boer zoekt vrouw’ begonnen is, lijkt het succes van agrariërs bij het doorsnee Hollandse publiek meer dan gevestigd. Toch is het de vraag of enkel romantiek en de charmante persoonlijkheid van Yvon Jaspers daar een spil in zijn. Boeren kunnen dat heel goed zelf, zo, om wat ze zijn.

Dat dat ook voor boeren uit het verleden geldt wisten we natuurlijk binnen het project en één van de taken waaraan we ons binnen het project gecommitteerd hebben is dan ook die van publiekscommunicatie. Daartoe dient niet alleen deze blog (en straks de nog mooiere website), maar ook een tentoonstelling die afgelopen zaterdag officieel is geopend. De tentoonstelling heet ‘De eerste boeren. Nieuw onderzoek naar de bandkeramiek in Nederland’ en is te zien in de Muzezaal van het Rijksmuseum van Oudheden tot en met 25 november aanstaande (http://www.rmo.nl/tentoonstellingen/de-eerste-boeren).

;

We hopen in deze presentatie een dubbelslag te slaan. Enerzijds willen we aspecten van het Odyssee onderzoek presenteren, anderzijds de bezoeker ook kennis laten maken met de bandkeramische cultuur en het belang van deze fase voor de ontwikkeling naar onze huidige samenleving. Daartoe hebben we een aantal vitrines ingericht. Een deel betreft facetten van hetgeen ons de afgelopen maanden heeft bezig gehouden. Zo is er een vitrine over het archiefonderzoek, met de oudste foto van LBK aardewerk in Nederland en het zwierige handschrift van dr. Goossens. Ook hebben we nog een oude Rolleicord camera uit de diepten van het museum opgevist. Mogelijk dat Holwerda ooit door deze lens gekeken heeft. Een tweetal andere vitrines belichten het aardewerk en vuursteen onderzoek. Scherven van verschillende nederzettingen worden getoond, evenals Limburg en La Hoguette aardewerk en we hebben ons best gedaan een mooie set bandkeramische werktuigen te presenteren, naast een aantal verschillende grondstoffen. Het nederzettingsverhaal wordt gesymboliseerd door de opgraving van Maastricht-Klinkers, met de veelzijdige Prunkkeramik als stijldoorbrekende en ietwat ontheemde vondsten. Deze worden kracht bijgezet door een foto afkomstig van de University of Washington Libraries met een potlatch ritueel bij de Kwakiutl indianen, waarbij we (subtiel) suggereren dat iets gelijkaardigs de hoeveelheid en verscheidenheid aan vondsten in kuil 1 h zou kunnen verklaren.

;

De meer gekende zijde van de LBK konden we natuurlijk prachtig vormgeven met de rijke collectie van het RMO zelf. We hebben een keur aan potten tentoon gesteld, evenals de bijzondere figurines uit Sittard die lange tijd niet te zien waren. Het leek ons ook een goede gelegenheid eens te tonen hoeveel dissels er uit Elsloo komen (al zijn ze dit natuurlijk niet allemaal). In combinatie met de Papoea dissels die we als bruikleen ontvingen konden we zelfs een motief maken dat in de verte de versiering op het aardewerk reflecteert (zie foto). Topstuk blijft echter de maquette van Elsweiler gemaakt door Baldi Dekker (1984). De zorg die aan deze maquette (gemaakt voor de RMO/Bonnefanten tentoonstelling ‘Op goede gronden’) is besteed maakt dat deze qua impact en inhoud nog steeds een echte eye-catcher is waarbij je meer dan één verhaal kan vertellen. Daags na de inrichting stond er dan ook al een grote schoolklas geïnspireerd omheen, rondgeleid door één van de RMO gidsen.

;

De tentoonstelling eindigt met een voorschot op de resultaten van het onderzoek. Daarbij valt het belang op van het boven water halen en opnieuw bekijken van oude opgravingsgegevens. Nieuwe technieken en kennis zorgen nu voor een veel completer beeld van de LBK in het Limburgse. Dat biedt context aan de gekende nederzettingen, maar roept ook nieuwe vragen op, vooral over verschillen in grondstoffen, technologie, uitwisseling en bewoningsdynamiek aan de linker- en rechterzijde van de Maas en de relatie met de Belgische clusters in het westen.

;

Al met al blijkt wederom dat de boeren van de LBK na 7000 jaar nog steeds glansrijk een confrontatie met het publiek doorstaan. Dat ligt natuurlijk aan hun aantrekkelijke materiële cultuur en aan de manier waarop hun levens- en woonwijze inzichtelijk gemaakt kan worden. Hoewel we steeds meer diversiteit aantonen is de uniformiteit, herkenbaarheid en maakbare wereld van de LBK nog steeds een duidelijk richtpunt voor visualisatie en communicatie. Niet in de laatste plaats denk ik echter dat het ook te maken heeft met waar de LBK voor staat. In veel vormde zij een afscheid van de manier waarop onze soort honderdduizenden jaren lang heeft overleefd. In veel ook vormden deze boeren een nieuw begin, met aspecten van een bestaan dat ons heden ten dage ook nog vele malen meer als herkenbaar tegemoet treedt. In dat licht blijkt dat die aantrekkingskracht van de LBK er misschien één die kan wedijveren met die van ‘boer zoekt vrouw’. In beide gaat het om boeren, maar zeker ook om de kernzaken van ons bestaan.

We zijn blij dat de tentoonstelling er is en dat ze door een investering vanuit ons project en een extra investering vanwege het RMO nu een kleine, maar zeker volwaardige tentoonstelling is geworden. Komt dus allen kijken!!!

;

Nu de tentoonstelling er staat willen we langs deze weg nogmaals iedereen bedanken die zijn steentje (of brokje huttenleem?) daaraan heeft bijgedragen:

Concept en samenstelling

Rijksmuseum van Oudheden

Archol BV

;

Ruimtelijke vormgeving

Van Rosmalen & Schenk

;

Bruiklenen

Gemeente Maastricht

Provinciaal depot bodemvondsten Limburg

Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap

Fred Brounen

Wim Hendrix

Harry Vromen

;

Vertalingen

Jackson Academic

;

Animatie

Cheesehead Animations, met tekeningen van Paul Maas

Tekeningen

Paul Maas

;

 

;

AM

LBK Odyssee in Archeologie Magazine

In het laatste nummer van ArcheologieMagazine is een artikel gewijd aan ons Odysseeproject. Het geeft een inkijk in de eerste resultaten ondersteunt door prachtig beeldmateriaal. Het artikel is hier te bezichtigen in PDF formaat

Download192 downloads

 

Meer artikels over archeologie in Nederland en in het buitenland zijn te lezen in het ArcheologieMagazine of Archeologie Online.

 

Stilte……?

Al een tijdje lijkt er weinig nieuws van het Odysseefront te komen. Is het project afgelopen? De einddatum is toch inmiddels gepasseerd, of is er geen nieuws meer te melden. Dit alles is niets minder waar!
Het hele team is namelijk zeer hard aan het werk om alle spannende resultaten op papier te zetten. Dit vergt meestal veel tijd en energie waardoor het bloggen wat naar de achtergrond wordt gedrukt. We zijn echter al behoorlijk ver: bijna alle vindplaatsen zijn beschreven en alle relevante materiaalcategorien geanalyseerd. Dat levert een berg data op welke nu beklommen wordt op weg naar de top: de afsluitende rapportage.
Maar er is meer in petto: de eerste voorbereidingen voor een tentoonstelling zijn reeds getroffen. In de Muzenzaal van het RMO zal gedurende de maanden september-november een prachtige overzichtstentoonstelling van het odysseeproject zijn te zien. We hopen er binnenkort meer over te kunnen melden.
Naast het inrichten van de tentoonstelling krijgt langzamerhand ook de opzet van de nieuwe bandkeramiek.nl website vorm. We kunnen haast niet wachten om hem te presenteren maar eerst wordt gekeken in hoeverre alles technisch, binnen het budget, mogelijk is. Wordt vervolgt dus…

We zijn dus wel op de goede weg en de laatste loodjes wegen traditioneel het zwaarst, zo ook voor de Odyssee.
De stilte is dan ook relatief, als een stilte voor de storm!

Schieten op scherven

Een paar weken geleden was het druk op de opgravingszolder van het RMO. Naast de gebruikelijke ‘crew’ (Ivo, Luc, Piet en Tamara) werden we ditmaal vergezeld door Hans Huisman en Bertil van Os van de RCE. Een paar dagen eerder was al een meettafel bij het museum afgeleverd inclusief een tweetal flessen vloeibare helium. Daaraan werd nog een hand-held XRF apparaat toegevoegd voor we op volle oorlogssterkte waren. Doel? Het schieten op scherven. Nu zijn die al kapot dus dit had een zuiver wetenschappelijk oogmerk.

Hoe werkt het (min of meer)?
Met een XRF-apparaat, XRF staat voor X-ray (röntgen) fluorescentie, kunnen bepaalde anorganische bestanddelen van objecten gemeten worden. Het gaat daarbij vooral om de elementsamenstelling, dus, bijvoorbeeld, de hoeveelheid koper, tin, lood, kalium of kobalt. Het apparaat vuurt gedurende een aantal seconden (vaak tussen de halve en anderhalve minuut) een röntgenstraal af. Door de intensiteit van de bundel te variëren worden de verschillende energiewaarden van zich in omloopbanen verplaatsende electronen in het object gemeten voor verschillende elementen. De verkregen waarden zijn typisch voor bepaalde atomen, waardoor aan het einde van de meting een samenstelling van het gemeten object wordt verkregen. Die samenstelling kan, na zorgvuldige analyse en met behulp van voldoende vergelijkingsmateriaal, ons iets vertellen over verschillende aspecten uit het verleden. Ons doel was in de eerste plaats te trachten inzicht te verkrijgen in mogelijke verschillen tussen gebruikte klei en magering voor verschillende typen aardewerk. Daartoe hebben we uit de verschillende vindplaatsen van het Odyssee-project een ruime sample genomen.

Eerste resultaten
Zowel bandkeramisch aardewerk van verschillende vindplaatsen, als ook scherven van La Hoguette aardewerk, Begleitkeramik en Limburg aardewerk werden in het sample meegenomen. Op dit moment is het te vroeg om de resultaten te duiden, maar enkele opvallende zaken kunnen reeds gemeld worden. Wat het bandkeramische aardewerk betreft waren de signalen aangaande de verschillende bestanddelen in de klei redelijk homogeen, maar was er onderling toch voldoende aanleiding om te suggereren dat er mogelijk verschillende kleibronnen gebruikt zijn en dat er ook variaties optreden in de bijmenging van de kleipasta. Nu is dat misschien niet zo verwonderlijk, maar in ogenschouw nemende dat de LBK vaak geschetst wordt als een eenvormige cultuur lijkt het erop dat daaronder toch misschien een breder spectrum aan keuzes schuilging. Dat gold nog meer voor de eerste indicaties aangaande de overige scherfgroepen. Deze bleken vaak binnen hun eigen groep variabeler van samenstelling, dan tussen de verschillende groepen onderling. Enerzijds is de herkomst hier een factor die dit voor een deel bepaald, de scherven kwamen nu eenmaal van verschillende vindplaatsen, maar anderzijds zegt het misschien ook iets over de verscheidenheid in tradities en de vrijheid in technologische en grondstof gerelateerde keuzes die er bestond.
Wellicht werd er in het vroeg Neolithicum op vrij diverse wijze aan technologische processen invulling gegeven. Dat is natuurlijk op de zaken vooruit lopen, maar het lijkt niet ondenkbaar dat de mate van interactie en uitwisseling van objecten en kennis, zowel tussen de boerengemeenschappen onderling, als in relatie tot andere, al dan niet aardewerk producerende groepen, wellicht best intens was. De XRF gegevens zijn nu nog zo groen als gras, maar de vragen die ze oproepen prikkelen in ieder geval wel de verbeelding.

Wordt vervolgd!