Tag Archives: Piet van de Velde

20121209-103201.jpg

TV Bandkeramiek

Enige weken geleden stond de opgraving van Elsloo weer volop in de belangstelling. MosasaurusFilm in samenwerking met KFproductions, filmen een documentaire over de bandkeramiek waarbij het onderzoek in Elsloo een centrale rol speelt. Tijdens de opgraving afgelopen zomer hebben zij onder tropische omstandigheden reeds verscheidene dagen de veldwerkzaamheden gefilmd. Het gehele werkproces vanaf het aanleggen van het opgravingsvlak tot aan het bemonsteren van de sporen werd vanaf de grond maar ook vanuit de hoogte gefilmd. Het leverde spectaculaire beelden op.
Afgelopen dinsdag werd vooral het analysetraject gefilmd waarin de onderzoekers hun verhaal deden. Op het kantoor van Archol werd gefilmd en kwamen de verschillende vondsten aan bod en werd uitgebreid ingegaan op de vele facetten van het bandkeramisch aardewerk.
In een wat gemoedelijkere setting werden de eindresultaten van de verschillende opgravingscampagnes uit 2006 en 2012 besproken en gepast binnen het grote onderzoek van Modderman in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw in Elsloo.
Doel van de filmopnamen is het verzorgen van een aflevering voor de alom geprezen tv serie Expeditie Limburg die voor L1 in opdracht van de provincie Limburg werd gemaakt. Een nieuw seizoen van deze serie zal in ieder geval opgesierd worden met de opgravingen in Elsloo.

20121127-154630.jpg

De filmopnamen in volle gang: Piet van de Velde verhaalt over het bandkeramische aardewerk.

Poster Cardiff

The LBK Odyssey at the Early Farmers Conference in Cardiff

The LBK Odyssey will be represented at the “Early Farmers: the view from Archaeology to Science” Conference held 14-16 May in Cardiff (UK).
A poster will be shown explaining the goals of the project and some preliminary results in regards of newly used methods within LBK research.
The poster can be downloaded here.

Final results, to be published in an elaborate report written in Dutch but with English summaries per chapter, will be due end 2012. The release of the report will be held in combination of an exhibition in the National Museum of Antiquities and a series of lectures discussing the results of the project and future ambitions.

Further information will be posted here.

Poster Cardiff

Notenköpfe

Muzieknoten of Notenköpfe, en versieringshulpjes op LBK-aardewerk: werelden van verschil

Het versierde aardewerk van de LBK is in veruit de meeste gevallen zeer competent versierd, de maaksters wisten hoe zij dat moesten aanleggen. Gegeven een beperkt tableau waarop een aantal zich herhalende motieven moet worden aangebracht, is de eerste stap een onderverdeling van dat veld te maken zodat op elk deelveld het motief goed uitkomt en, vooral, er niet een leeg stuk rest of slechts een ingedikt motief mogelijk is. Het indelen van het potoppervlak is op vrijwel ieder groter stuk LBK-aardewerk herkenbaar aan relatief grote, enkele of gepaarde (soms drievoudige) indrukken van een spatelpunt. Als in de uiteindelijke versiering ook puntjes voorkomen, zoals in de vulling van de banden, zijn deze eigenlijk altijd kleiner en daardoor goed te onderscheiden. Behalve dat het potoppervlak op die wijze in deelvelden (“metopen”, als die indeling benadrukt is) opgedeeld is, kunnen deze nog verder gedetailleerd zijn met behulp van spatelindrukken. Immers, een beetje nette spiraal moet in of net boven het midden van de figuur uitkomen, en dat zomaar op het handje uitvoeren lukt niet eenvoudig; hulppunten zijn nodig als leidraad. Op diezelfde wijze, om dezelfde reden, zijn soms symmetrie-assen en/of kaders voor de hoofdmotieven aangebracht. Deze puntjesrijen zijn niet als sekundaire motiefjes op te vatten, latere in- en aanvullingen; integendeel, zij struktureren de hoofdmotieven. Modderman heeft het in zijn aardewerktypologie dan over “Tussen de banden komen twee-, drie- of viervoudige grote indrukken voor, of loodrechte rijen punten” (o.a. Modderman 1970: 129).

Deze indelingshulpjes of “hulppunten” worden vaak verward met wat wel muzieknoten of Notenköpfe genoemd worden, die ook in Limburg een enkele maal in de aardewerkversiering opduiken. Achter die laatste zit echter een heel ander verhaal, het gaat dan om een speciaal type bandkeramische aardewerkversiering, die verondersteld wordt een herkomst en een periode aldaar aan te duiden (respectievelijk Bohemen-Zuid-Polen en de “Sarka”-periode, ongeveer overeenkomend met Laat-Flomborn/vroeg Midden-LBK; bij ons de fasen 1c-1d) (Vencl 1961; Pyzel 2011). In de “echte” muzieknotenstijl zijn de lijnen van de hoofdmotieven op regelmatige afstand gekruist met puntjes, het heeft wel wat weg van prikkeldraad –en soms vind je dat gecombineerd met indelingsmerkjes als in de vorige alinea beschreven. Een mooie illustratie van deze verwarring wordt gegeven door Stehli (1973: Abb. 45), die hulppunten en echte muzieknoten gelijkelijk Notenköpfe noemt (hiernaast). Uiteraard vallen de zg. Hantelmotive (halters, of ook “doodsbeenderen”: een kort lijntje met aan beide uiteinden een dwars-gestelde spatelindruk) niet onder het hoofdje “Muzieknoten” –in tegenstelling tot wat bijv. Modderman daarover schrijft (Modderman 1970: 124); het zijn secundaire motiefjes die de ruimte tussen de hoofdmotieven opvullen.

In het Odyssee-materiaal ben ik tot nu toe slechts twee met echte Notenköpfe verierde potjes tegen gekomen (zie foto). Van de door Modderman genoemde voorbeelden blijft er slechts één overeind, uit Sittard (Modderman 1959: Abb. 61 Nr 81) –en dat is een nogal sterk verscherfde pot, zodat ook deze niet geheel zeker is.

Modderman, Pieter J.R., 1959: Die bandkeramische Siedlung von Sittard. Palaeohistoria VI/VII: 33-120.

Modderman, Pieter J.R., 1970: Linearbandkeramik aus Elsloo und Stein. Analecta Praehistorica Leidensia 3.

Pyzel, Joanna, 2011: “Gibt es im Norden Polens die älteste Bandkeramik? Probleme der Periodisierung der polnischen LBK.” Bremen: Arbeitsgemeinschaft Neolithikum, 05.10.2011, Referat.

Stehli, Petar, 1973: “Keramik.”  In J.-P. Farruggia, R. Kuper, J. Lüning & P. Stehli: Der bandkeramische Siedlungsplatz Langweiler 2 Gemeinde Aldenhoven, Kreis Düren. Köln/Bonn: Habelt  (Rheinische Ausgrabungen, Bnd 13); SS. 57–100.

Vencl, Slavomil, 1961: Studie o Sareckem Typu / Studie über den Sarka–Typus. Sborník XV(3): 93–140.