De afdeling ‘Archeologie van Nederland’ staat er alweer bijna twee jaar. In de benadering van het algemene verhaal dat we vertellen (300.000 jaar archeologische geschiedenis ) was één van de belangrijke keuzes om niet hét/één verhaal van het verleden te willen vertellen (dus zo leefden de Neanderthalers, of dit deden de Merovingers), maar de bezoeker [...]
De afdeling ‘Archeologie van Nederland’ staat er alweer bijna twee jaar. In de benadering van het algemene verhaal dat we vertellen (300.000 jaar archeologische geschiedenis ) was één van de belangrijke keuzes om niet hét/één verhaal van het verleden te willen vertellen (dus zo leefden de Neanderthalers, of dit deden de Merovingers), maar de bezoeker aan de hand van een keten vindplaatsen door de tijd mee te nemen. Dat betekent dat je in kunt zoomen op plekken om te vertellen wat de mensen daar deden. Dat is dus een kleiner, maar wel objectiever verhaal, dat in de grotere verhaallijn past. Men zit dus veel dichter op de huid van de vroegere bewoners van een plek en leert over de verschillende aspecten van hun levenswijze.
Eén van de vindplaatsen in deze reis door de tijd is Elsloo. Middels objecten van zowel het grafveld als de nederzetting wordt het verhaal van de bandkeramische bewoning uiteen gezeten. In de vitrine met artefacten uit de nederzettingscontext is ook een film te zien over het maken van bandkeramisch aardewerk. De vitrines worden geaccentueerd door een metersgrote uitvoering van de bandvormige versiering op het aardewerk, weergegeven op het lint dat alle vindplaatsen in de tijd verbindt (zie afbeelding).
Aangezien de bandkeramiek een cruciale nieuwe fase in onze bewoningsgeschiedenis inluidt, de overgang naar een sedentair boerenbestaan, is er tevens voor gekozen een stuk verdieping te bieden middels een audiovisuele ondersteuning. Gekozen werd voor een ‘Google-zoom-moment’, waarbij middels de huidige kaarten van Google Earth ingezoomd wordt op de exacte locatie van de opgraving van Elsloo door Modderman in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Met behulp van nieuwe reconstructietekeningen is vervolgens de situatie van meer dan 7000 jaar geleden uitgebeeld. Binnen de vormgeving door Kinkorn BV werden de tekeningen voor deze audiovisuele ondersteuning gemaakt door Paul Maas en geanimeerd door hem in samenwerking met Frank van Mourik.
De animatie Elsloo begint met een vuursteen slaande man die een klein jongetje het vak bijbrengt. Daarna zoomt het beeld uit en zien we delen van de nederzetting, kuilen, een huis waarvan het dak gedekt wordt, een afgebrand huis, mensen die op jacht gaan, koeien, tuintjes met gewassen. Het beeld zoomt vervolgens nog verder uit en we zien Elsloo als een kleine enclave in het hoog opgaande eiken-lindenbos, het is herfst. Schuin vanboven zien we de noordwest-zuidoost gerichte boerderijen, de akkers naar het oosten en zuiden en ten noorden van de nederzetting het grafveld waar op dat moment ook een crematie of ritueel plaatsvind. Duidelijk zichtbaar is verder de overgang naar het laagterrras en de loop van de Maas die niet de enkelvoudige stroom is die we nu kennen, maar meer een rivière al îlots.
In de laatste twee scènes zoomt het beeld verder uit. Eerst richten we onze blik naar het noordwesten waar we kort de levenswijze van de Mesolithische bewoners van Hardinxveld zien. Deze vindplaats gaat vooraf aan Elsloo en staat mede in het teken van contacten tussen jager-verzamelaars en vroege boeren, zoals onder meer aangetoond door de vondst van een bandkeramische pijlpunt op Hardinxveld-Polderweg. Het doel van deze combinatie is om het verschil in levenswijze te visualiseren tussen de sedentaire bandkeramische boeren in hun dorpen en de kleinschalige, mobiele jager-visser-verzamelaars op de donken in de Alblasserwaard. Daarna zoomt het beeld nog verder uit en zien we een kaart van Europa, waarbij Elsloo in de context van de eerste en tweede golf van bandkeramische verspreiding wordt geplaatst. Als laatste zoomt het beeld verder uit, buiten Europa, naar de’ vruchtbare halve maan’, de regio waar de wilde voorlopers van onze huidige gewassen en huisdieren zijn gedomesticeerd en waar de wortels liggen van ons boerenbestaan.
Het maken van een dergelijke animatie was in de eerste plaats vooral een (leuke) uitdaging. Ik had nog niet eerder op zo een manier archeologische informatie moeten vertalen. Duidelijk werd hoe nauw de vertaalslag en communicatie luistert tussen kennis van de inhoud en uitvoering doordat de bandkeramische boerderijen in de eerste versie verdacht veel leken op de Karolingische boerderijen van Dorestad, één van de andere animaties. Daarnaast was het een uitdaging om bepaalde keuzes te maken. Daarbij hebben we bewust niet gekozen voor een hele duidelijke harde stijl, maar meer voor een schetsmatige opzet, ook om binnen het kader van de algehele benadering niet dé waarheid van hét verleden te presenteren. Een mooi voorbeeld is verder de keuze voor de kleding. Daarbij trok ons enerzijds de realistisch, bijna etnografische benadering van de bandkeramiek in het museum in Halle (Landesmuseum für Vorgeschichte), met veel dierenvellen, tandenkettingen, bloed, rode oker en symbolen en anderzijds de archeologische invalshoek gebaseerd op de figurines door professor Jens Lüning. Uiteindelijk hebben we elementen van beide benaderingen overgenomen en gecombineerd (zie bijvoorbeeld de motieven op de kleding van de mensen en de versiering van de huizen).
Terugblikkend ben ik vrij tevreden over deze animatie. Natuurlijk zou je met meer tijd en mogelijkheden een aantal zaken anders aanpakken, zo ligt de hond nu wel erg dicht in de baan van het rondvliegende vuursteen en ligt Elsloo ook erg dicht bij de Maas. Maar, im groβen Ganzen, is het een beeld waar we mee uit de voeten kunnen (althans voor de komende jaren). Opvallend vond ik dat het best een uitdaging is voor zowel archeoloog als tekenaar om archeologische kennis, waarbij toch een hele reeks vraagtekens blijft bestaan te visualiseren. De moeilijkheid ligt daarin om binnen de bandbreedte aan mogelijkheden datgene uit te kiezen dat enerzijds visueel aantrekkelijk is en overtuigt, anderzijds de wetenschappelijke realiteit het best benaderd en in ieder geval geen geweld aandoet. Ik hoop dat dat ook in de ogen van collega-bandkeramiekers geslaagd is.
Afb. Zicht op de vindplaats Elsloo op de afdeling ‘Archeologie van Nederland’ in het RMO. Op de voorgrond de vitrine met de inhoud van twee graven, de bandvormige versiering in het lint en de projectie van de Google Zoom. Foto Mike Bink/Rijksmuseum van Oudheden.
Beste Steentijd-geïnteresseerde,
De drieëntwintigste editie van de Steentijddag kondigt zich aan. Deze staat gepland voor zaterdag 2 februari 2013. We hebben een gevarieerde dag samengesteld uit diverse aanmeldingen voor lezingen. Het voorlopige programma vindt u in deze brief. De samenvattingen van de lezingen zijn te raadplegen op de website. We hopen [...]
Beste Steentijd-geïnteresseerde,
De drieëntwintigste editie van de Steentijddag kondigt zich aan. Deze staat gepland voor zaterdag 2 februari 2013. We hebben een gevarieerde dag samengesteld uit diverse aanmeldingen voor lezingen. Het voorlopige programma vindt u in deze brief. De samenvattingen van de lezingen zijn te raadplegen op de website. We hopen natuurlijk op uw komst.
De dag zal als vanouds worden gehouden in het Lipsiusgebouw van de Universiteit, Cleveringaplaats 1 te Leiden. De inschrijving, met koffie en thee, vindt plaats van 10.30–11.00 uur in de centrale hal. De borrel na afloop is in het Rijksmuseum van Oudheden, Rapenburg 28.
We zullen de lunch gebruiken in het Lipsiusgebouw. Tijdens de lunch kunnen vondsten worden getoond en kunnen boeken en tijdschriften worden verkocht en gekocht. Net als vorig jaar kunt u ook posters ophangen (A0-formaat of kleiner). Indien u voor verkoop een tafel nodig heeft of een poster wilt tonen, laat het ons dan weten (archeologie@planet.nl).
De kosten voor deelname, inclusief lunch en borrel, bedragen 20 euro. U kunt zich aanmelden door het overmaken van dit bedrag op ING-rekening 8987358 t.n.v. M.F. van Oorsouw inzake Steentijddag, Amsterdam onder vermelding van ‘inschrijving 2013’. Als u elektronisch betaalt, graag ook uw naam en adres vermelden. Uw betaling dient vóór 28 januari 2013 binnen te zijn; van de betaling ontvangt u geen bevestiging. Als u alleen boeken verkoopt en de lezingen niet bijwoont, geldt een speciaal tarief van 15 euro inclusief lunch.
Indien u later of aan de zaal betaalt, is er voor u geen lunch beschikbaar! Wij verzoeken u om, als u aan de zaal betaalt, gepast te betalen.
Onze Vlaamse vrienden kunnen zich per e-mail (archeologie@planet.nl) aanmelden; voor de betaling wordt met hen een regeling getroffen.
Wij hopen u (ook) dit jaar te mogen verwelkomen.
Met vriendelijke groet namens de werkgroep ‘Steentijddag’,
Luc Amkreutz
Voorlopig programma voor de 23e Steentijddag op 2 februari 2013
Leiden, Lipsiusgebouw, Universiteit, Cleveringaplaats 1
10.30-11.00 Ontvangst, inschrijving, koffie en thee
11:00-11.30 Jean-Pierre de Warrimont
Acheuléen in context? Vroeg-paleolithische artefacten in een lössgroeve ten westen van Maastricht
11.30-12.00 Maaike Sier
Verdronken kampplaatsen. Recent donkenonderzoek in de Yangtzehaven, Maasvlakte 2, Rotterdam
12:00-12:30 Steentijdberichten
- Franka Kerklaan: de visresten van Emmeloord (J97)
- Jan Kleinen: Laat-paleolithische en mesolithische vondsten uit Lochem
- Tom Hazenberg en Simone Bloo: ‘Borger Meetings 2009’: het boek
12.30-14:00 LUNCH
Tevens is het mogelijk publicaties te kopen en te verkopen en elkaar vondsten te
tonen.
14:00-14:30 Willem-Jan Hogestijn en Wouter Smith
Naar een efficiëntere opsporing van (kleine) vuursteenvindplaatsen en de weg naar Rome
14:30-15:00 Marjorie de Grooth
Verrassende variatie: verwerving en verwerking van bandkeramisch vuursteen (Odyssee project ‘Terug naar de Bandkeramiek’)
15.00-15.30 THEEPAUZE
15:30-16:00 Theo ten Anscher
De laatsten zullen de eersten zijn. P14 en het ontstaan van de Trechterbekercultuur
16:00-16:30 Annelou van Gijn en Diederik Pomstra
Huize Horsterwold. Een reconstructie van een steentijdhuis in de Flevopolder
16.30-17.30 BORREL
Borrel in het Rijksmuseum van Oudheden
Kijk op www.rmo.nl/steentijddag voor uitgebreide informatie over het programma.
bron: Leids Nieuwsblad
Archeologen uit de provincie Limburg spreken vrijdag 26 oktober van 14.30 tot 16.30 uur over unieke ontdekkingen en hun onderzoek tijdens de 12 Provinciën Lezingen in het Rijksmuseum van Oudheden. Het museum en Hazenberg Archeologie organiseren elke 2 maanden een lezingenmiddag waarbij telkens de archeologie van een andere provincie besproken wordt. Na [...]
bron: Leids Nieuwsblad
Archeologen uit de provincie Limburg spreken vrijdag 26 oktober van 14.30 tot 16.30 uur over unieke ontdekkingen en hun onderzoek tijdens de 12 Provinciën Lezingen in het Rijksmuseum van Oudheden. Het museum en Hazenberg Archeologie organiseren elke 2 maanden een lezingenmiddag waarbij telkens de archeologie van een andere provincie besproken wordt. Na edities waarin de provincies Friesland, Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland aan bod kwamen, is het nu de beurt aan Limburg.
Conservator Luc Amkreutz van het Rijksmuseum van Oudheden doet samen met Archol onderzoek naar vindplaatsen van ‘de Bandkeramiek’ in Limburg, de vroegste boerencultuur in Nederland (circa 5300 v. Chr.). Over het onderzoeksproject “Terug naar de Bandkeramiek” is in het museum tot en met 25 november een kleine tentoonstelling te zien.
Provinciaal archeoloog Karianne Winthagen vertelt over het icoon van het Limburgse verleden: de Maas. Door de bewoners van Limburg is de Maas verkozen tot ‘Het Landmark Limburg’. In een reis langs de Maas beschrijft Winthagen de Limburgse cultuurhistorische rijkdom, ambities en dilemma’s.
Vraagtekens
Conservator Karen Jeneson van het Thermenmuseum gaat de discussie aan over de behoefte aan nieuw onderzoek naar Romeins Limburg. Over het Romeinse verleden van Zuid-Limburg is in het verleden al veel gezegd en geschreven. Maar zelfs na 150 jaar onderzoek staan er nog verrassend veel vragen open. Jeneson gaat met name in op de vraagtekens omtrent de Romeinse nederzetting in Heerlen.
De gemeentearcheoloog van Venlo, Maarten Dolmans, spreekt over de mikwe van Venlo, een joods badhuis uit de 14e eeuw. Deze werd in 2004 ontdekt midden op de Oude Markt tijdens een grootschalig archeologisch onderzoek aan de Maasboulevard. De mikwe, de oudste van Nederland, is in zijn geheel geborgen en te zien in het Limburgs Museum in Venlo.
In het laatste nummer van ArcheologieMagazine is een artikel gewijd aan ons Odysseeproject. Het geeft een inkijk in de eerste resultaten ondersteunt door prachtig beeldmateriaal. Het artikel is hier te bezichtigen in PDF formaat
Meer artikels over archeologie in Nederland en in het buitenland zijn te lezen in het ArcheologieMagazine of Archeologie [...]
In het laatste nummer van ArcheologieMagazine is een artikel gewijd aan ons Odysseeproject. Het geeft een inkijk in de eerste resultaten ondersteunt door prachtig beeldmateriaal. Het artikel is hier te bezichtigen in PDF formaat
Meer artikels over archeologie in Nederland en in het buitenland zijn te lezen in het ArcheologieMagazine of Archeologie Online.
Al een tijdje lijkt er weinig nieuws van het Odysseefront te komen. Is het project afgelopen? De einddatum is toch inmiddels gepasseerd, of is er geen nieuws meer te melden. Dit alles is niets minder waar!
Het hele team is namelijk zeer hard aan het werk om alle spannende resultaten op papier te zetten. [...]
Al een tijdje lijkt er weinig nieuws van het Odysseefront te komen. Is het project afgelopen? De einddatum is toch inmiddels gepasseerd, of is er geen nieuws meer te melden. Dit alles is niets minder waar!
Het hele team is namelijk zeer hard aan het werk om alle spannende resultaten op papier te zetten. Dit vergt meestal veel tijd en energie waardoor het bloggen wat naar de achtergrond wordt gedrukt. We zijn echter al behoorlijk ver: bijna alle vindplaatsen zijn beschreven en alle relevante materiaalcategorien geanalyseerd. Dat levert een berg data op welke nu beklommen wordt op weg naar de top: de afsluitende rapportage.
Maar er is meer in petto: de eerste voorbereidingen voor een tentoonstelling zijn reeds getroffen. In de Muzenzaal van het RMO zal gedurende de maanden september-november een prachtige overzichtstentoonstelling van het odysseeproject zijn te zien. We hopen er binnenkort meer over te kunnen melden.
Naast het inrichten van de tentoonstelling krijgt langzamerhand ook de opzet van de nieuwe bandkeramiek.nl website vorm. We kunnen haast niet wachten om hem te presenteren maar eerst wordt gekeken in hoeverre alles technisch, binnen het budget, mogelijk is. Wordt vervolgt dus…
We zijn dus wel op de goede weg en de laatste loodjes wegen traditioneel het zwaarst, zo ook voor de Odyssee.
De stilte is dan ook relatief, als een stilte voor de storm!
The LBK Odyssey will be represented at the “Early Farmers: the view from Archaeology to Science” Conference held 14-16 May in Cardiff (UK).
A poster will be shown explaining the goals of the project and some preliminary results in regards of newly used methods within LBK research.
The [...]
The LBK Odyssey will be represented at the “Early Farmers: the view from Archaeology to Science” Conference held 14-16 May in Cardiff (UK).
A poster will be shown explaining the goals of the project and some preliminary results in regards of newly used methods within LBK research.
The poster can be downloaded here.
Final results, to be published in an elaborate report written in Dutch but with English summaries per chapter, will be due end 2012. The release of the report will be held in combination of an exhibition in the National Museum of Antiquities and a series of lectures discussing the results of the project and future ambitions.
Further information will be posted here.
Al enige tijd is er weinig nieuws van het Odysseefront. Dat wil echter niet zeggen dat er niks gedaan wordt. In tegendeel juist! Na al het inventariseren van vondsten en opgravingsdocumentatie, worden nu de verhalen rondom de opgravingen geschreven om zodoende de contextinformatie aan de materiaalspecialisten te leveren. Immers, de waarde van een vondst kan [...]
Al enige tijd is er weinig nieuws van het Odysseefront. Dat wil echter niet zeggen dat er niks gedaan wordt. In tegendeel juist! Na al het inventariseren van vondsten en opgravingsdocumentatie, worden nu de verhalen rondom de opgravingen geschreven om zodoende de contextinformatie aan de materiaalspecialisten te leveren. Immers, de waarde van een vondst kan pas goed gemeten worden aan het spoor of laag waaruit deze afkomstig is. Voor al de verschillende opgravingen die tijdens het project zijn geïnventariseerd, worden alle aangetroffen sporen en structuren in kaart gebracht, beschreven en getypeerd oftewel een antwoord gegeven op de vraag wat de aard, karakter en omvang van de aangetroffen sporen zijn. Als eerste worden daarom de oude veldtekeningen uit de kast gehaald en gevectoriseerd. Dankzij het E-depot van de Nederlandse Archeologie (EDNA) zijn er ook scans van deze tekeningen. De afzonderlijke tekeningen van een opgraving zijn daarna samengevoegd tot een totaaloverzicht zodat alle sporen ten opzichte van elkaar bestudeerd kunnen worden. Dit kan soms verrassende uitkomsten opleveren, vooral bij de oudere opgravingen. Het is ook een goed voorbeeld waarom je je gegevens goed moet documenteren zodat ook latere generaties van de opgegraven informatie gebruik kunnen blijven maken; een van de hoofddoelstellingen van het EDNA data archiveringsproject.
Bij de opgraving te Stein-Haven is te achterhalen wat de consequenties zijn als de opgraver (Remouchamps in dit geval) voortijdig in 1927 komt te overlijden waardoor de uitwerking door een ander geschied (Holwerda). Remouchamps had namelijk de gewoonte om zijn aantekeningen op de veldtekening te noteren, wetende dat deze later toch overgetrokken werd ten behoeve van een publicatie. Links de gepubliceerde tekening uit de OMROL en rechts zoals wij hem uiteindelijk hebben weten te reconstrueren. Wat er precies mis is gegaan in het proces is onduidelijk maar zeker is dat de gepubliceerde tekening enigszins afwijkt van de werkelijkheid zoals op bijgevoegde tekeningen is te zien. Het Romeinse gebouw aan de linkerzijde blijkt goed te zijn ingetekend. Opmerkelijk echter is dat een aantal proefsleuven in eerste instantie niet aanwezig zijn maar op de originele “klad”tekening van Remouchamps wel aanwezig waren. Frappant is dat op de drukproef voor de OMROL (uiteindelijk gepubliceerd in 1928) aantekeningen geschreven zijn dat er sleuven toegevoegd moesten worden en putlocaties veranderd. Wie heeft deze aantekeningen op de drukproef geschreven en waarom zijn ze niet toegepast? Zijn het de laatste aantekeningen van Remouchamps voordat hij ziek wordt en komt te overlijden? We zullen het nooit weten. Heel misschien kan het volgende licht werpen op de situatie. In een hoekje van een van de tekeningen heeft Remouchamps aangegeven waar de sleuven ten opzichte van elkaar en op welke percelen zijn gegraven. Het blijkt dat als je alles nameet, niet alle sleuven netjes binnen de percelen zijn gegraven. En dat gegeven mocht misschien niet officieel op een tekening worden vermeld. Dit kan wellicht afgeleid worden uit de publicatie van de heren Beckers & Beckers (1940), dezelfde mannen waarmee Remouchamps in Stein op die locatie had gegraven. In hun overzicht van de Limburgse archeologie in de vooroorlogse jaren staat namelijk dat zij op een gegeven moment op de percelen naast daar waar Remouchamps heeft gegraven, nu ook gegraven kon worden. En daarbij werd een prachtige (vermoedelijk late ijzertijd, zie Van Hoof 2009) plattegrond opgegraven. De begeleidende tekst laat geen twijfel bestaan over de inmiddels eerder genoemde vertroebelde relatie tussen Beckers sr en Remouchamps (zie dit blog). Er wordt namelijk gesteld dat bij het opgraven van de plattegrond gezocht werd naar alle vier hoeken om zodoende de grootte vast te stellen. De zuidwesthoek kon in eerste instantie niet worden gevonden (deze bevond zich in een van de sleuven van Remouchamps) maar vermeld werd dat Remouchamps gelukkigerwijze zijn sleuven te “hoog” (niet te diep uitgegraven) had aangelegd waardoor bij het verdiepen van het vlak de hoek en wandgreppel van het huis toch in het vlak zichtbaar werd. Deze sneer is verbazingwekkend te noemen aangezien in alle tekeningen van Remouchamps duidelijk een greppel in de proefsleuf is waar te nemen die de hoek omgaat. De publicatie van Holwerda dateert uit 1928 dus Beckers zou toch voldoende tijd hebben gehad om de tekening in de publicatie goed te bestuderen, zeker aangezien hij zelf een bijdrage aan die publicatie heeft geleverd. Het waren geen vrienden en ieder gelooft zijn eigen waarheid. Feit is wel dat de verplaatste sporen nu weer op de juiste wijze naast elkaar zijn afgebeeld om de werkelijke waarde van de opgraving recht aan te doen.
Hoewel de Odyssee nog (lang) niet ten einde is, moet ik toch alweer nadenken over een volgende stap. Met de Odyssee staat voornamelijk het basaal uitwerken van de verschillende opgravingen tot doel. Echter zodra dat gedaan is, dient eigenlijk synthetiserend onderzoek plaats te vinden. Oftewel we moeten de verwerkte gegevens plaatsen binnen het bredere kader [...]
Hoewel de Odyssee nog (lang) niet ten einde is, moet ik toch alweer nadenken over een volgende stap. Met de Odyssee staat voornamelijk het basaal uitwerken van de verschillende opgravingen tot doel. Echter zodra dat gedaan is, dient eigenlijk synthetiserend onderzoek plaats te vinden. Oftewel we moeten de verwerkte gegevens plaatsen binnen het bredere kader van bandkeramisch onderzoek in Nederland en buitenland; het ultieme einddoel van onze Odyssee.
Dit is nog een fikse klus die zeker niet haalbaar is binnen de tijd en het budget die daarvoor gegeven zijn.
Daarom dienen we te kijken naar andere alternatieven. Een alternatief lijkt wellicht binnen handbereik te liggen: het project Rediscovering Landscape. Een NWO-groot subsidie die voor dit project is aangevraagd op initiatief van de Vrije Universiteit van Amsterdam en in samenwerking met een groot aantal Nederlandse universiteiten en instituten.
Het Rediscovering Landscape project speelt in op de vraag naar betrouwbare en toegankelijke informatie om zodoende wetenschappelijk onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis en cultureel erfgoed van het Nederlandse landschap te ondersteunen. Het hoofddoel van het programma is om een infrastructuur op te bouwen voor ruimtelijke informatie oftewel Spatial Data Infrastructure (SDI). Daarnaast hoopt het om op beleidsmatig niveau maatregelen te treffen om zodoende op lange termijn deze infrastructuur te onderhouden. De SDI zal functioneren als een allesomvattend systeem waarbij digitale gegevens, afspraken daaromtrent, standaarden, technologie (hardware, software and electronische communicatie) en kennis gedeeld wordt met verschillende gebruikers om zodoende hun landschapsonderzoek wetenschappelijk te faciliteren.
Hoofdaanvragers zijn prof. dr. J. Kolen van het CLUE (Research institute for the heritage and historical Cultural Landscape and Urban development, VU Amsterdam) en prof. dr. H. Scholten van het
SPINlab>.
Een van de redenen waarom het goed aansluit bij synthetiserend bandkeramisch onderzoek is dat met behulp van deze subsidie het ook mogelijk is om bijvoorbeeld kaartmateriaal uit het buitenland op Nederlandse kaarten te laten aansluiten maar ook structureel gebruik te maken van meerdere disciplines om bijvoorbeeld landschapsreconstructies te maken. Beide geen sinecure voor LBK onderzoek in Nederland.
Een mooie aansluiting op het Odyssee project Terug naar de Bandkeramiek in ieder geval. Vooruit dus!
De subsidieaanvraag loopt inmiddels en zit al bij de laatste 12. Wilt u op de hoogte gehouden worden dan sluit u rustig aan bij de Linkedin group Rediscovering Landscape.
Het odyssee onderzoek behelst niet alleen het opnieuw bekijken en beschrijven van de vele vondsten. We proberen ook de vondsten in hun context te zetten. Dat is voor de meeste opgravingen niet al te moeilijk maar vooral voor de ‘oudjes’ (opgravingen van voor 1940) blijkt dat wat moeilijker te zijn zoals we hier al eerder [...]
Het odyssee onderzoek behelst niet alleen het opnieuw bekijken en beschrijven van de vele vondsten. We proberen ook de vondsten in hun context te zetten. Dat is voor de meeste opgravingen niet al te moeilijk maar vooral voor de ‘oudjes’ (opgravingen van voor 1940) blijkt dat wat moeilijker te zijn zoals we hier al eerder berichten. Omdat uitgebreide dagrapporten meestal ontbreken, zijn we afhankelijk van de briefwisselingen tussen diverse personen waar verslag wordt gedaan van de werkzaamheden. Het briefarchief van het RMO bood ons toegang tot de vele brieven die geschreven werden. Het gaat daarbij om de correspondentie tussen bepaalde hoofdpersonen in dit verhaal, te weten Holwerda (directeur RMO), Remouchamps (assistent Holwerda), Bursch (assistent Holwerda), Goossens (rijksarchivaris te Maastricht), Beckers (huisarts en amateur archeoloog), Nijst (assistent en later opvolger Goossens) en Kengen (pastoor en amateur archeoloog).
Op basis van de brieven kunnen we ons een beeld vormen van hoe destijds gegraven werd, hoe de vondsten werden verdeeld over de verschillende collecties en soms waar ze gevonden werden. Het geeft ons ook een kijkje hoe de opgravingen uitgevoerd werden. Meestal werd als bekend was waar en wanneer er door het RMO opgegraven werd, lokaal een aantal werklieden ingehuurd door ofwel Goossens, Nijst, Beckers of zelfs hun voorgraver Jansen. De assistenten van Holwerda (Remouchamps en zijn opvolger Bursch) reisden samen met voorgravers als Bosch af naar het zuiden om de opgravingen op te starten. Saillant detail is dat de gravers ongeveer 3 gulden per dag kregen (55ct/u), hetzelfde kostte ongeveer het hotel waar Holwerda in verbleef als hij ter plekke overnachtte. Remouchamps en Bursch berichten meestal per briefkaart van de vorderingen in het veld en bediscussiëren diverse theorieën zoals het gelijktijdig voorkomen van diverse cultuurperioden op dezelfde locatie (waar ik ook al eerder over berichtte zoals de trouwe lezertjes zullen weten). In de korte briefwisseling tussen Beckers en Holwerda is te zien dat Beckers prachtige briefkaarten heeft waarop zijn huis is afgebeeld. Goossens bespreekt met Holwerda de grote lijnen waarbij eens te meer duidelijk is hoe belangrijk Goossens is voor het onderzoek van het RMO in het zuiden. Hetzelfde zal voor Nijst gelden hoewel deze relatie veel minder amicaal was dan die met Goossens. Met Beckers wordt vooral gecorrespondeerd over de opgraving van de villa in Stein en over een gezamenlijk artikel voor de Oudheidkundige mededelingen. En later over de hoeveelheid afdrukken die eenieder denkt te krijgen of moeten geven. Het is vooral Kengen die meer uitgebreide beschrijvingen geeft van zijn waarnemingen op de Caberg. Helaas zijn vooral kaarten afwezig waardoor het moeilijk is om alles weer op de juiste plaats te kunnen plaatsen. Wel zijn vele schetsjes aanwezig die een tipje van de sluier doen oplichten. Het meest is Kengen “bezeten” van het grachtenstelsel. Hij komt er veel tegen maar waarschijnlijk verward hij ook prehistorische grachten met greppels die gegraven zijn bij de diverse belegeringen van Maastricht. Verscheidene hebben al geprobeerd deze puzzel op te lossen (Disch, Louwe Kooijmans en Thanos) en ook wij menen weer een duit in het zakje te mogen doen. We weten nu al dat we het niet gaan oplossen maar zijn wel weer een grote stap verder gekomen!
Hoewel het in de brieven in eerste instantie draait om de opgravingen komen we echter ook wat te weten over meer persoonlijke zaken zoals gezondheidstoestand, onderlinge wrevel, roddels en achterklap. Zo is duidelijk in het briefarchief te zien hoe de relatie tussen Holwerda en Beckers bekoeld. Komen we van Goossens te weten dat hij een belabberde voordracht geeft en dat het handschrift van Bursch nagenoeg onleesbaar is. Van Kengen wordt eens te meer duidelijk dat hij een voornamelijk agrarische parochie bestierd (die van Oud-Caberg) en bij elke kaart of brief wordt dan ook gewag gemaakt van het weer en de gevolgen daarvan voor gewassen.
Naast alle archeologische en politieke overpeinzingen alsmede persoonlijke intriges,vetes en meer, valt juist de hoffelijkheid in het briefverkeer op. In deze eeuw van hufterigheid is het een verademing om de welgemeende interesse in elkaars persoonlijke welstand te lezen. Bijna elke kaart of brief begint en eindigt met de vraag naar de gezondheid van de geadresseerde (“…van huis tot huis…”) en eindigt met de hartelijke groeten aan mevrouw, behalve bij de geestelijken natuurlijk. En er is nogal wat aan de gang. Velen weten van het vroegtijdige heengaan van Remouchamps. Voor Holwerda was het naast een persoonlijk gemis ook een probleem door het wegvallen van een gewaardeerde assistent. Hij zat midden in een fantastische opgraving op de Caberg en de relatie met Beckers was al dusdanig aan het bekoelen dat hij daarmee niet verder wilde of kon. Pastoor Kengen had in 1928 een vervelende infectie gehad aan zijn been waardoor hij lange tijd geen waarnemingen kon doen bij de groeven op de Caberg. Toen hij weer ter been was bleef hij tot aan zijn dood in 1936 getrouw melden vanaf de Caberg. Holwerda’s vrouw stierf in al in 1932 toen de opgravingen in volle gang waren. Eind februari dat jaar beëindigde Goossens dan ook voor de laatste maal zijn brief met “hartelijke groeten, ook aan mevrouw”, iets wat hij daarvoor altijd trouw pleegde te doen. Twee jaar (1934) later stierf ook Goossens en daarmee ook de persoon die als eerste het belang van die allereerste bandkeramische vondsten van pastoor Kengen inzag en herkende. De nalatenschap van Goossens zorgde ervoor dat Nijst zowat direct overspannen raakte.
Met zo’n soap is het ook niet verwonderlijk dat de resultaten van de Caberg nog nooit uitvoerig zijn gepubliceerd. Hoewel we tijdens onze Odyssee ook af en toe het niveau van een soap weten te benaderen, hopen wij echter onze klus te klaren. De gegevens zullen worden gepubliceerd….. en de soap die kunt u bijhouden op deze website.
Op de 22e Steentijddag worden de eerste resultaten van het Odysseeproject getoond. Zie steentijddag voor meer info.
Met het Odyssee project: Terug naar de Bandkeramiek is een nieuwe impuls aan het vroegneolitisch onderzoek in Zuid Nederland gegeven door juist oud onderzoek opnieuw op tafel te leggen. Dat dit geen herhalingsoefening was, [...]
Op de 22e Steentijddag worden de eerste resultaten van het Odysseeproject getoond. Zie steentijddag voor meer info.
Met het Odyssee project: Terug naar de Bandkeramiek is een nieuwe impuls aan het vroegneolitisch onderzoek in Zuid Nederland gegeven door juist oud onderzoek opnieuw op tafel te leggen. Dat dit geen herhalingsoefening was, blijkt uit de eerste uitkomsten van het archief- en aardewerkonderzoek. Deze verleggen de accenten in wat vaak als een gekende cultuur wordt beschouwd. In deze bijdrage worden een aantal eerste resultaten gepresenteerd die een completer, maar misschien ook wel minder eenduidig beeld schetsen van deze eerste boerenbewoning.
22ste Steentijddag
datum: zaterdag 4 februari 2012
locatie: Lipsiusgebouw Universiteit Leiden, Cleveringaplaats 1, Leiden
tijd: 10.30 – 17.30 uur
Voorlopig programma
10.30-11.00 uur
Ontvangst, inschrijving, koffie en thee
11.00-11.30 uur: Pieter Stoel, Alexander Verpoorte, Thijs van Kolfschoten en Freek Buschers
Stenen op 36 meter onder NAP. Over de ouderdom van de paleolithische vondsten uit Woerden
11.30-12.00 uur: Patrick Ploegaert
Rotterdam Beverwaard: Kuilen met crematieresten uit het Mesolithicum
12.00-12.30 uur: Ivo van Wijk, Piet van de Velde en Luc Amkreutz
Odyssee I: Terug naar de Bandkeramiek: “vergeten” onderzoeken van de LBK
12.30-14.00: LUNCH
Tevens is het mogelijk publicaties te kopen en te verkopen en elkaar vondsten te tonen.
14.00-14.30 uur: Jeroen Flamman
Methoden en technieken voor het onderzoeken van vuursteenvindplaatsen. Ervaringen en best practices van opgravingen uit de laatste 10 jaar
14.30-15.00 uur: Leo Verhart
Neolithische bijlen tussen Belfeld en Roermond: een inspiratie voor amateurs?
15.00-15.30 uur: THEEPAUZE
15.30-16.00 uur: Peter Stokkel
Vlaardingen-nederzettingen in Den Haag
16.00-16.30 uur: Bjørn Smit
Odyssee II: De laatneolithische schatkist van Noord Holland op een kier: resultaten van de opgraving uit 1986 te Keinsmerbrug
16.30-17.30 uur: BORREL
Borrel in het Rijksmuseum van Oudheden
Slideshow
Comments
- Harrie Darding on Opgravingen op de Cannerberg [2]: wat is het plan?
- Harry Vromen on Inzoomen op het verleden: De visuele reconstructie van de bandkeramische nederzetting van Elsloo in de opstelling ‘Archeologie van Nederland’ (RMO)
- admin on [News] Dit potje is zeventig eeuwen oud
- admin on [News] Dit potje is zeventig eeuwen oud
- Een eigen huis, een plek op de löss | BandkeramiekBlog on Verplaatste sporen
aardewerk amateurarcheologen Archief Archol Artikel Bandkeramiek Bandkeramik Odyssey Beckers Bursch Caberg Cannerberg Chemelot Echt-Annendaal fonds des cabanes gekliefde palen Goossens Harry Vromen Heidekampweg Holwerda hutkom HVR183 IJzertijd Ivo van Wijk Kengen Klinkers LBK Luc Amkreutz Maastricht Marjorie de Grooth meanders methodiek Modderman NWO Odyssee Piet van de Velde Remouchamps reparatiegaten RMO Spiralen splitsen Stein-Haven type 1a huis versiering vuursteen Wim Hendrix aardewerk (4)
Opgraving Cannerberg (3)
Presentation (4)
Publications (8)
Research (53)
Settlements (4)
Uncategorized (3)
WP Cumulus Flash tag cloud by Roy Tanck requires Flash Player 9 or better.
Berichten
- Opgravingen op de Cannerberg [3]: een bandkeramische huisplaats May 18, 2013
- Voldoende vrijwilligers opgraving Cannerberg May 13, 2013
- Opgravingen op de Cannerberg [2]: wat is het plan? May 7, 2013
- Opgravingen op de Cannerberg [1]: de Cannerberg April 30, 2013
- Archeologische opgraving van start op Cannerberg April 25, 2013
- [News] Europe’s First Carpenters April 12, 2013
- Lustrum Limburgse Archeologie Dagen (12-13 april 2013) April 4, 2013
- [news] Afterlife of Early Neolithic houses in the Polish lowlands April 1, 2013
- Buiten de nederzetting March 9, 2013
- Bandkeramiek of Michelsberg? March 4, 2013
- 5e Louwe Kooijmans Lezing March 1, 2013
- [News]Farming arrived in Europe with migrants February 28, 2013
- Een nieuw jaar voor de bandkeramiek February 15, 2013
- Inzoomen op het verleden: De visuele reconstructie van de bandkeramische nederzetting van Elsloo in de opstelling ‘Archeologie van Nederland’ (RMO) February 4, 2013
- Something out of the ordinary? Session at the EAA in Pilzen 2013 January 25, 2013
- [News] Oldest wood architecture found in Germany December 26, 2012
- TV Bandkeramiek December 21, 2012
- The Odyssey to Belgium December 17, 2012
- [News] Art of cheese-making dates back to the Neolithic December 14, 2012
- [News] Odyssee op de Steentijddag 2013 December 13, 2012
Archief






