Tag Archives: Luc Amkreutz

Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht

LBK weer thuis!

Zoals ook de wet van Malta propageert is het een belangrijke taak voor de archeologie dat de informatie over nieuwe ontdekkingen en vondsten ook gecommuniceerd  wordt naar een breder publiek. Binnen het Odyssee-project zijn we die verplichting ook aangegaan tegenover NWO en dat is uitgemond in onder meer deze website en een kleine tentoonstelling, getiteld ‘de eerste Boeren’ in het Rijksmuseum van Oudheden, waarover eerder al werd bericht. Nu is die communicatie noodzakelijk maar ze blijft toch ook in enige mate abstract omdat het de verslaglegging van een onderzoek en resultaten betreft, van deels nog niet afgerond onderzoek, en buiten de directe context van het gevondene. Vanuit het perspectief van het RMO is dat een van de manco’s, het gemis van een landschappelijke omgeving, waar een verhaal echt thuis hoort. Gelukkig bleef het daar niet bij. Vrij kort na de presentatie meldde zich, onder meer,  het Thermenmuseum in Heerlen in de persoon van conservator Karen Jeneson. Men was erin geïnteresseerd de presentatie over te nemen. Hoewel het zwaartepunt van het Thermenmuseum natuurlijk de Romeinse bewoning van Zuid-Limburg betreft, heeft men geen oogkleppen op en heeft, zeker ook binnen het samenwerkingsprogramma Historisch Goud, de ambitie om de Limburgse archeologie breder in de kijker te spelen. Daarom toog ik eind juni dan ook naar mijn geboorteplaats om samen met Karen de tentoonstelling in te richten.  Hoewel de presentatie voor een belangrijk deel dezelfde is als in Leiden, heeft de tentoonstelling door het ruimtegebruik, de andere vitrines, met andere afmetingen en de aparte plek voor de maquette toch een andere ‘feel’. Sommige stukken zijn beter te zien en je kijkt er op een andere manier naar. In de communicatie naar buiten ligt het accent ook meer op de rol van de LBK in Limburg met als titel: ‘De eerste boeren. Over de bandkeramiek op de Zuid-Limburgse lössgronden’. Opvallend is ook de tekst op de website: ‘Met deze presentatie zijn de schatten van Limburg weer terug op Limburgse bodem!’ Het lijkt me goed dat op te vatten als een positieve vorm van chauvinisme, waarbij het doel is de mix van beheer van archeologische objecten, onderzoek, het maken van tentoonstellingen en het tonen van vondsten en nieuwe ontdekkingen nationaal en regionaal zoveel mogelijk te maximaliseren. De tentoonstelling is in ieder geval nog tot en met 1 juni 2014 in Heerlen te bewonderen en zoals eerder al werd bericht zal in het najaar een lezingenprogramma plaatsvinden. Houd de website van het Thermenmuseum in de gaten: http://www.thermenmuseum.nl/activiteit/de-eerste-boeren-van-nederland.

Tweetal vitrines van "De eerste boeren', Thermenmuseum Heerlen
Tweetal vitrines van “De eerste boeren’, Thermenmuseum Heerlen
Een vitrine met dissels, vuursteen, en een maalsteen 'De eerste boeren' Thermenmuseum Heerlen
Een vitrine met dissels, vuursteen, en een maalsteen ‘De eerste boeren’ Thermenmuseum Heerlen
maquette Elsweiler 'De eerste boeren' Thermenmuseum Heerlen
maquette Elsweiler ‘De eerste boeren’ Thermenmuseum Heerlen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een ander voorbeeld is de presentatie die onlangs in Maastricht opende naar aanleiding van de opgraving van de bandkeramische nederzetting op de Cannerberg. In samenwerking met Archol en de gemeente Maastricht/Centre Céramique is hier, na gunning van het project, door het Rijksmuseum van Oudheden en Centre Céramique een presentatie gemaakt, getiteld: ‘De eerste Maastrichtenaren waren tóch boeren’ (zie: http://erfgoed.centreceramique.nl/index.php?id=3985). Samen met conservator Wim Dijkman richtte ik daar medio juli de presentatie in.

De mini-expo die nog tot 1 september loopt biedt een eerste blik op de ontdekkingen gedaan op de Cannerberg. Zo komen, (naast een stuk ontdekkingsgeschiedenis, dat begint met de brief van Kengen aan Holwerda en tevens een vitrine met vondsten van ontdekker Hub Philippen), diverse vondsten uit de bandkeramiek, ijzertijd, Romeinse tijd en moderne periode aan bod.

Bijzonder is dat de tentoonstelling slechts enkele weken nadat de laatste schep de grond in was gegaan plaatsvond: de modder zat er soms nog aan. Op die manier konden de mensen uit Maastricht, die al via diverse artikelen en filmpjes op de hoogte van de ontdekkingen waren gehouden meteen een kijkje komen nemen van/bij hún erfgoed. Op die manier merk je dat wat door de archeologen de nederzetting ‘Hoogcanne’ is gedoopt al snel onderdeel van het culturele repertoire van de Maastrichtenaren wordt. Hoewel ik als boer uit Segietere natuurlijk vooral trots was op  de titel, bleek die associatie en ‘het claimen van het verleden’ ook uit de Maastrichtse versie ervan: ‘dus de eerste boeren waren Maastrichtenaren’.

Een mooie kroon op deze Blitztentoonstelling vormt de reconstructietekening die door Mikko Kriek gemaakt is. Doordat een deel van de uitwerking van de gegevens al tijdens het veldwerk plaatsvond was er op het niveau van de nederzetting zelf al heel wat informatie beschikbaar. Aan de hand daarvan en de input van verschillende experts kon een tot de verbeelding sprekende reconstructie van ‘Hoogcanne’ gemaakt worden. Juist dat soort beeldende elementen brengt voor veel mensen het verleden dichterbij.

Uit beide voorbeelden spreekt de waarde van het tonen van cultureel erfgoed in de regio waar het gevonden wordt. In het geval van Heerlen de ambitie om een podium voor Limburgse archeologie te zijn en in het geval van Maastricht door het publiek direct bij recent ontdekt erfgoed te betrekken. De rol van het RMO krijgt in dit soort projecten ook steeds meer gestalte. Uit de plannen voor het nieuwe museumbestel en in de in juni verschenen museumbrief van het ministerie van OCW blijkt dat deze rol ook degene is die van ons in de toekomst wordt verwacht. Het RMO is in die zin een centraal museum of moedermuseum dat niet alleen in huis, maar juist ook regionaal haar collectie en kennis inzet in publiekscommunicatie. Van enkel een instituut worden we wellicht ook meer een netwerk en een merk. De enthousiaste samenwerking met de collega’s in Maastricht en Heerlen, maar ook bv. in Ede afgelopen jaar vormt daar een voorbeeld van. Wellicht hebben we de periode van parochialisme versus Bovenmoerdijkse arrogantie, waarmee Holwerda al kampte nu wel definitief achter ons gelaten.

door Luc Amkreutz

Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Net uit het Veld'Cannerberg Centre Céramique Maastricht
Net uit het Veld’Cannerberg Centre Céramique Maastricht
Overzicht van de tentoonstelling, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Overzicht van de tentoonstelling, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Nieuwe afdeling Archeologie van Nederland in Rijksmuseum van Oudheden 3_Foto Mike Bink

Inzoomen op het verleden: De visuele reconstructie van de bandkeramische nederzetting van Elsloo in de opstelling ‘Archeologie van Nederland’ (RMO)

De afdeling ‘Archeologie van Nederland’ staat er alweer bijna twee jaar. In de benadering van het algemene verhaal dat we vertellen (300.000 jaar archeologische geschiedenis ) was één van de belangrijke keuzes om niet hét/één verhaal van het verleden te willen vertellen (dus zo leefden de Neanderthalers, of dit deden de Merovingers), maar de bezoeker aan de hand van een keten vindplaatsen door de tijd mee te nemen. Dat betekent dat je in kunt zoomen op plekken om te vertellen wat de mensen daar deden. Dat is dus een kleiner, maar wel objectiever verhaal, dat in de grotere verhaallijn past. Men zit dus veel dichter op de huid van de vroegere bewoners van een plek en leert over de verschillende aspecten van hun levenswijze.

Eén van de vindplaatsen in deze reis door de tijd is Elsloo. Middels objecten van zowel het grafveld als de nederzetting wordt het verhaal van de bandkeramische bewoning uiteen gezeten. In de vitrine met artefacten uit de nederzettingscontext is ook een film te zien over het maken van bandkeramisch aardewerk.  De vitrines worden geaccentueerd door een metersgrote uitvoering van de bandvormige versiering op het aardewerk, weergegeven op het lint dat alle vindplaatsen in de tijd verbindt (zie afbeelding).

Aangezien de bandkeramiek een cruciale nieuwe fase in onze bewoningsgeschiedenis inluidt, de overgang naar een sedentair boerenbestaan, is er tevens voor gekozen een stuk verdieping te bieden middels een audiovisuele ondersteuning. Gekozen werd voor een ‘Google-zoom-moment’, waarbij middels de huidige kaarten van Google Earth ingezoomd wordt op de exacte locatie van de opgraving van Elsloo door Modderman in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Met behulp van nieuwe reconstructietekeningen is vervolgens de situatie van meer dan 7000 jaar geleden uitgebeeld. Binnen de vormgeving door Kinkorn BV werden de tekeningen voor deze audiovisuele ondersteuning gemaakt door Paul Maas en geanimeerd door hem in samenwerking met Frank van Mourik.

De animatie Elsloo begint met een vuursteen slaande man die een klein jongetje het vak bijbrengt. Daarna zoomt het beeld uit en zien we delen van de nederzetting, kuilen, een huis waarvan het dak gedekt wordt, een afgebrand huis, mensen die op jacht gaan, koeien, tuintjes met gewassen. Het beeld zoomt vervolgens nog verder uit en we zien Elsloo als een kleine enclave in het hoog opgaande eiken-lindenbos, het is herfst.  Schuin vanboven zien we de noordwest-zuidoost gerichte boerderijen, de akkers naar het oosten en zuiden en ten noorden van de nederzetting het grafveld waar op dat moment ook een crematie of ritueel plaatsvind. Duidelijk zichtbaar is verder de overgang naar het laagterrras en de loop van de Maas die niet de enkelvoudige stroom is die we nu kennen, maar meer een rivière al îlots.

In de laatste twee scènes zoomt het beeld verder uit. Eerst richten we onze blik naar het noordwesten waar we kort de levenswijze van de Mesolithische bewoners van Hardinxveld zien. Deze vindplaats gaat vooraf aan Elsloo en staat mede in het teken van contacten tussen jager-verzamelaars en vroege boeren, zoals onder meer aangetoond door de vondst van een bandkeramische pijlpunt op Hardinxveld-Polderweg. Het doel van deze combinatie is om het verschil in levenswijze te visualiseren tussen de sedentaire bandkeramische boeren in hun dorpen en de kleinschalige, mobiele jager-visser-verzamelaars op de donken in de Alblasserwaard. Daarna zoomt het beeld nog verder uit en zien we een kaart van Europa, waarbij Elsloo in de context van de eerste en tweede golf van bandkeramische verspreiding wordt geplaatst. Als laatste zoomt het beeld verder uit, buiten Europa, naar de’ vruchtbare halve maan’, de regio waar de wilde voorlopers van onze huidige gewassen en huisdieren zijn gedomesticeerd en waar de wortels liggen van ons boerenbestaan.

Het maken van een dergelijke animatie was  in de eerste plaats vooral een (leuke) uitdaging. Ik had nog niet eerder op zo een manier archeologische informatie moeten vertalen. Duidelijk werd hoe nauw de vertaalslag en communicatie luistert tussen kennis van de inhoud en uitvoering doordat de bandkeramische boerderijen in de eerste versie verdacht veel leken op de Karolingische boerderijen van Dorestad, één van de andere animaties.  Daarnaast was het een uitdaging om bepaalde keuzes te maken. Daarbij hebben we bewust niet gekozen voor een hele duidelijke harde stijl, maar meer voor een schetsmatige opzet, ook om binnen het kader van de algehele benadering niet dé waarheid van hét verleden te presenteren. Een mooi voorbeeld is verder de keuze voor de kleding. Daarbij trok ons enerzijds de realistisch, bijna etnografische benadering van de bandkeramiek in het museum in Halle (Landesmuseum für Vorgeschichte), met veel dierenvellen, tandenkettingen, bloed, rode oker en symbolen en anderzijds de archeologische invalshoek gebaseerd op de figurines door professor Jens Lüning. Uiteindelijk hebben we elementen van beide benaderingen overgenomen en gecombineerd (zie bijvoorbeeld de motieven op de kleding van de mensen en de versiering van de huizen).

Terugblikkend ben ik vrij tevreden over deze animatie. Natuurlijk zou je met meer tijd en mogelijkheden een aantal zaken anders aanpakken, zo ligt de hond nu wel erg dicht in de baan van het rondvliegende vuursteen en ligt Elsloo ook erg dicht bij de Maas. Maar, im groβen Ganzen, is het een beeld waar we mee uit de voeten kunnen (althans voor de komende jaren). Opvallend vond ik dat het best een uitdaging is voor zowel archeoloog als tekenaar om archeologische kennis, waarbij toch een hele reeks vraagtekens blijft bestaan te visualiseren. De moeilijkheid ligt daarin om binnen de bandbreedte aan mogelijkheden datgene uit te kiezen dat enerzijds visueel aantrekkelijk is en overtuigt, anderzijds de wetenschappelijke realiteit het best benaderd en in ieder geval geen geweld aandoet. Ik hoop dat dat ook in de ogen van collega-bandkeramiekers geslaagd is.

Afb. Zicht op de vindplaats Elsloo op de afdeling ‘Archeologie van Nederland’ in het RMO. Op de voorgrond de vitrine met de inhoud van twee graven, de bandvormige versiering in het lint en de projectie van de Google Zoom. Foto Mike Bink/Rijksmuseum van Oudheden.

EAA logo_small

Something out of the ordinary? Session at the EAA in Pilzen 2013

The Odyssey project is organizing a session on the 19th EAA meeting in Pilzen called: Something out of the ordinary? Interpreting the diversity in the uniformity of the Early Neolithic Linearbandkeramik in Central and Western Europe.

  • Research into the Early Neolithic Linearbandkeramik (LBK, 5500-4900 cal BC) has over the past two decades presented us with a wealth of new information regarding the settlement and social structure of the earliest farmers in large parts of Central and Western Europe. Apart from traditional excavation archaeology, both isotope and aDNA research recently added a distinct perspective regarding life histories and mobility of humans and animals. This has brought us closer to the dynamics of early Neolithic life in this area and moreover demonstrates the presence of distinct spatio-temporal variation in its regional cultural characteristics. The longstanding formal uniformity of the LBK is gradually yielding and reveals an underlying diversity that is becoming increasingly data-rich.
    The development of these new dimensions in our understanding is anchored in archaeological research ranging from burial customs and deposition practices, to social issues of settlement structure, raw material networks, violence, and mobility. These present the basis for creating a more heterogeneous picture of Early Neolithic groups contrasting with the well-known image of uniform loess-based sedentary farmers with linear ware.In this session papers are invited to discuss LBK diversity in relation to four broad themes:

    • Regional and local inter- and intra-site patterning highlighting particularities in site location choice and settlement structure
    • Expressions of regional style and choice in pottery fabrication and decoration, food economy and raw material (networks)
    • Mortuary and deposition practices that offer a perspective on the manifold choices regarding ritual expressions
    • LBK-life dynamics, isotopic, aDNA and associated research highlighting diversity in (community) life histories

    Contributors are requested to present their research into the aforementioned topics, but also to specifically reflect on how their results relate to our common knowledge of the LBK and to what extent the diversity documented rather befits a difference of degree or of kind.

    Important dates
    The deadline for the submission of papers is on 15 th March 2013
    The deadline for early fee registration is on 1st June 2013

    Organisers: Luc Amkreutz (National Museum of Antiquities, The Netherlands), Ivo van Wijk (Archol BV, The Netherlands) and Fabian Haack (Generaldirektion Kulturelles Erbe Rheinland-Pfalz, Germany)

[News] Lezingenmiddag “Limburg” in RMO: Archeologische ontdekkingen

bron: Leids Nieuwsblad

Archeologen uit de provincie Limburg spreken vrijdag 26 oktober van 14.30 tot 16.30 uur over unieke ontdekkingen en hun onderzoek tijdens de 12 Provinciën Lezingen in het Rijksmuseum van Oudheden. Het museum en Hazenberg Archeologie organiseren elke 2 maanden een lezingenmiddag waarbij telkens de archeologie van een andere provincie besproken wordt. Na edities waarin de provincies Friesland, Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland aan bod kwamen, is het nu de beurt aan Limburg.

Conservator Luc Amkreutz van het Rijksmuseum van Oudheden doet samen met Archol onderzoek naar vindplaatsen van ‘de Bandkeramiek’ in Limburg, de vroegste boerencultuur in Nederland (circa 5300 v. Chr.). Over het onderzoeksproject “Terug naar de Bandkeramiek” is in het museum tot en met 25 november een kleine tentoonstelling te zien.

Provinciaal archeoloog Karianne Winthagen vertelt over het icoon van het Limburgse verleden: de Maas. Door de bewoners van Limburg is de Maas verkozen tot ‘Het Landmark Limburg’. In een reis langs de Maas beschrijft Winthagen de Limburgse cultuurhistorische rijkdom, ambities en dilemma’s.

 

Vraagtekens

Conservator Karen Jeneson van het Thermenmuseum gaat de discussie aan over de behoefte aan nieuw onderzoek naar Romeins Limburg. Over het Romeinse verleden van Zuid-Limburg is in het verleden al veel gezegd en geschreven. Maar zelfs na 150 jaar onderzoek staan er nog verrassend veel vragen open. Jeneson gaat met name in op de vraagtekens omtrent de Romeinse nederzetting in Heerlen.

De gemeentearcheoloog van Venlo, Maarten Dolmans, spreekt over de mikwe van Venlo, een joods badhuis uit de 14e eeuw. Deze werd in 2004 ontdekt midden op de Oude Markt tijdens een grootschalig archeologisch onderzoek aan de Maasboulevard. De mikwe, de oudste van Nederland, is in zijn geheel geborgen en te zien in het Limburgs Museum in Venlo.

Twijfel in de Eifel

Het is alweer enige weken geleden dat Ivo, ondergetekende en onze stagiaire Tamara gedrieën in de auto stapten zuidoostwaarts. Doel van onze toch was Bad Münstereifel en een andere projectgenoot, dr. Marjorie de Grooth. Onderweg passeerden we oostwaarts van onze eigen gemoedelijke Graetheidecluster in de rollende Limburgse heuvels en even later zagen we op de snelweg aan onze linkerkant de grote machines van de Tagebau ten teken dat we inmiddels ook de buren van de Aldenhovener Platte voorbij waren. Hoewel het weer allereerst niet meespeelde, kon bij aankomst de lieflijke Eifel ons toch wel zeer bekoren, evenals de hartelijke ontvangst door Marjorie en haar hond Brüno.

Voor degenen die daarvan nog niet op de hoogte waren, Marjorie is binnen (en buiten) ons project een van dé vuursteenspecialisten voor de zuidelijke Nederlanden en de komende drie dagen zouden we met zijn vieren trachten om een flink stuk van het vuursteen van Maastricht-Klinkers voor onze rekening te nemen. Het doel daarvan was tweeledig. Enerzijds voortgang maken met de analyse-fase van dit deelproject, want binnenkort moet er geschreven worden. Anderzijds kennisoverdracht, een van de speerpunten van de Odyssee-aanvraag. Dat laatste begon al op de eerste dag met een (niet zo) mini-college over de vuursteensoorten uit het Krijtgebied. Aan de hand van de geweldige lithotheek, verzameld door een aantal enthousiaste vuursteen-archeologen, kregen we een hands-on introductie in de vuursteensoorten die door de LBK’ers in onze streken gebruikt werden. Nu zagen en beoordeelden we vuursteen natuurlijk niet voor de eerste keer en ten dele was het dan ook een hernieuwde kennismaking (opfris-ervaring) met een aantal oude bekenden, zoals de vuursteen van Lanaye met als bekendste protagonist de Rijckholt vuursteen. De eluviale Banholtvuursteen, Rullen vuursteen, de Valkenburg vuursteen uit de kalksteen van Emael, maar ook Haspengouw, of Belgisch lichtgrijze vuursteen en Zevenwegen vuursteen. Frustrerende, maar daardoor ook des te belangrijker was de inzichtelijke wijze waarop Marjorie ons met de diverse pitfalls en moeilijkheden confronteerde. Stukken die misschien Valkenburg lijken maar het niet zijn, keuzes tussen Rijckholt of misschien een minder geslaagd stukje Haspengouw en zijn alle kenmerken voor Banholt vuursteen wel aanwezig, of toch maar in de vergaarbak van Lanaye? De onzekerheid betrof niet alleen de vuursteensoorten, maar ook overige kenmerken, gerolde cortex of vers, glans of niet, intentionele retouche, etc.

De twijfel op de eerste en tweede dag was in die zin erg gezond. Het leerde ons dat de determinatie van vuursteen af en toe eenvoudig lijkt, maar dat zelden is. Het is vooral het zien, vergelijken en gevoeld! hebben van veel materiaal, en dus jarenlange ervaring, die het inzicht verschaffen dat nodig is om een oordeel te vellen over alle twijfel. In dat opzicht hebben we in drie dagen van Marjorie veel mogen leren en hopen we van harte dat die kennis beklijft. Daarnaast zijn we ook een stuk opgeschoten met Klinkers en vooral ook met het enigmatische vuursteen uit kuil 1h. Er duiken inmiddels allerlei interessante patronen op met betrekking tot de verschillende accenten in vuursteengebruik tussen nederzettingen en het al dan niet anders zijn van patronen op de linker- en rechter Maasoever. Helaas moeten we op het definitieve verhaal nog even wachten, maar dat zal vast de moeite lonen!

Ondertussen zijn we zelf aan de slag gegaan met nog enkele dozen vuursteen uit Maastricht-Belvedere. Afgelopen week hebben we daar de eerste doos van verwerkt en hoewel we natuurlijk genoeg ‘splijtstukken’ hadden, waarbij we over de toekenning konden ruziën kwamen we er na wat discussie meestal wel uit. De twijfel uit de Eifel, maar vooral ook de wijze lessen daar vormen daarbij een belangrijke basis waarvoor we bij deze onze projectgenoot nog eens hartelijk willen danken. Overigens is er van de hand van Marjorie onlangs een handig en inzichtelijk stuk (met beeldmateriaal op CD-ROM) verschenen over de verschillende zuidelijke vuursteenbronnen uit het Krijt tussen Luik, Tongeren, Aken en Maastricht (zie literatuurverwijzing).

 

Grooth, de., M. E. Th. (2011). Distinguishing Upper Cretaceous flint types exploited during the Neolithic in the region between Maastricht, Tongeren, Liège and Aachen, in J. Meurers-Balke and W. Schön. Vergangene Zeiten…. Liber Amicorum. Gedenkschrift für Jürgen Hoika.. Bonn, Dr. Rudolf Habelt GmbH: 107-130.

 

Poster Cardiff

The LBK Odyssey at the Early Farmers Conference in Cardiff

The LBK Odyssey will be represented at the “Early Farmers: the view from Archaeology to Science” Conference held 14-16 May in Cardiff (UK).
A poster will be shown explaining the goals of the project and some preliminary results in regards of newly used methods within LBK research.
The poster can be downloaded here.

Final results, to be published in an elaborate report written in Dutch but with English summaries per chapter, will be due end 2012. The release of the report will be held in combination of an exhibition in the National Museum of Antiquities and a series of lectures discussing the results of the project and future ambitions.

Further information will be posted here.

Poster Cardiff

Schieten op scherven

Een paar weken geleden was het druk op de opgravingszolder van het RMO. Naast de gebruikelijke ‘crew’ (Ivo, Luc, Piet en Tamara) werden we ditmaal vergezeld door Hans Huisman en Bertil van Os van de RCE. Een paar dagen eerder was al een meettafel bij het museum afgeleverd inclusief een tweetal flessen vloeibare helium. Daaraan werd nog een hand-held XRF apparaat toegevoegd voor we op volle oorlogssterkte waren. Doel? Het schieten op scherven. Nu zijn die al kapot dus dit had een zuiver wetenschappelijk oogmerk.

Hoe werkt het (min of meer)?
Met een XRF-apparaat, XRF staat voor X-ray (röntgen) fluorescentie, kunnen bepaalde anorganische bestanddelen van objecten gemeten worden. Het gaat daarbij vooral om de elementsamenstelling, dus, bijvoorbeeld, de hoeveelheid koper, tin, lood, kalium of kobalt. Het apparaat vuurt gedurende een aantal seconden (vaak tussen de halve en anderhalve minuut) een röntgenstraal af. Door de intensiteit van de bundel te variëren worden de verschillende energiewaarden van zich in omloopbanen verplaatsende electronen in het object gemeten voor verschillende elementen. De verkregen waarden zijn typisch voor bepaalde atomen, waardoor aan het einde van de meting een samenstelling van het gemeten object wordt verkregen. Die samenstelling kan, na zorgvuldige analyse en met behulp van voldoende vergelijkingsmateriaal, ons iets vertellen over verschillende aspecten uit het verleden. Ons doel was in de eerste plaats te trachten inzicht te verkrijgen in mogelijke verschillen tussen gebruikte klei en magering voor verschillende typen aardewerk. Daartoe hebben we uit de verschillende vindplaatsen van het Odyssee-project een ruime sample genomen.

Eerste resultaten
Zowel bandkeramisch aardewerk van verschillende vindplaatsen, als ook scherven van La Hoguette aardewerk, Begleitkeramik en Limburg aardewerk werden in het sample meegenomen. Op dit moment is het te vroeg om de resultaten te duiden, maar enkele opvallende zaken kunnen reeds gemeld worden. Wat het bandkeramische aardewerk betreft waren de signalen aangaande de verschillende bestanddelen in de klei redelijk homogeen, maar was er onderling toch voldoende aanleiding om te suggereren dat er mogelijk verschillende kleibronnen gebruikt zijn en dat er ook variaties optreden in de bijmenging van de kleipasta. Nu is dat misschien niet zo verwonderlijk, maar in ogenschouw nemende dat de LBK vaak geschetst wordt als een eenvormige cultuur lijkt het erop dat daaronder toch misschien een breder spectrum aan keuzes schuilging. Dat gold nog meer voor de eerste indicaties aangaande de overige scherfgroepen. Deze bleken vaak binnen hun eigen groep variabeler van samenstelling, dan tussen de verschillende groepen onderling. Enerzijds is de herkomst hier een factor die dit voor een deel bepaald, de scherven kwamen nu eenmaal van verschillende vindplaatsen, maar anderzijds zegt het misschien ook iets over de verscheidenheid in tradities en de vrijheid in technologische en grondstof gerelateerde keuzes die er bestond.
Wellicht werd er in het vroeg Neolithicum op vrij diverse wijze aan technologische processen invulling gegeven. Dat is natuurlijk op de zaken vooruit lopen, maar het lijkt niet ondenkbaar dat de mate van interactie en uitwisseling van objecten en kennis, zowel tussen de boerengemeenschappen onderling, als in relatie tot andere, al dan niet aardewerk producerende groepen, wellicht best intens was. De XRF gegevens zijn nu nog zo groen als gras, maar de vragen die ze oproepen prikkelen in ieder geval wel de verbeelding.

Wordt vervolgd!

Tatort Talheim

Afgelopen week reisden Ivo, Piet en ik oostwaarts naar Bremen om aldaar deel te nemen aan de Arbeitsgemeinschaft Neolithikum op het 7e Duitse archeologiecongres. Hoewel de lezingen aldaar, met name gericht op het thema van het eindigen van culturele verschijningen, mooi aansloten op ons Odyssee onderzoek was het congres niet het enige dat ons zal heugen aan deze reis. Op de heenweg bezochten we namelijk ook Kalkriese, alwaar Varus 2002 jaar geleden gedurende drie dagen van intense gevechten zijn legioenen verspeelde alvorens zichzelf op zijn zwaard te werpen. Het museum rondom de Varusslacht had dan waarschijnlijk ook niet toevallig gekozen voor de nu lopende tijdelijke tentoonstelling ‘Tatort Talheim’.
De tentoonstelling vertelt het verhaal van een moordpartij die zich zo een 5000 jaar voor de Varusslag afspeelde in de buurt van Talheim, Neckarraum. Daar werden in korte tijd 34 mensen op brute wijze vermoord, waaronder 16 kinderen. De daders waren vermoedelijk eveneens bandkeramiekers uit dorpen in de buurt. De lichamen zijn uiteindelijk in een grote kuil gedumpt en werden pas in 1983 ontdekt door de Landwirt Everhard Schoch toen deze in zijn groententuintje aan het spitten was. Het daarop volgende onderzoek van de archeoloog Wahl bracht de spectaculaire vondst pas echt aan het licht. Daarbij speelde het uitzonderlijk nauwkeurige fysisch antropologische onderzoek en de DNA-verwantschapsanalyse een belangrijke rol. Niet alleen de relatie tussen de slachtoffers kon zo worden vastgesteld, maar, ook vaak tot in het pijnlijkste detail, de wijze waarop ze hun laatste minuten beleefden.
Als doorgewinterde LBK-fanatici waren we natuurlijk bekend met Talheim en blij verrast de tentoonstelling op de heenweg mee te kunnen pikken, maar na het zien van de tentoonstelling was de sfeer in de auto toch wat minder uitbundig… en terecht. Tatort Talheim weet op een gepaste, maar indringende wijze duidelijk te maken wat er zich in die uitbarsting van geweld afspeelde. Leidraad vormt daarbij het tegenwoordig poulaire CSI-achtige kader, voorgesteld door een Tatort met lampen en linten rondom de opgravingsplattegrond. Deze wordt omzoomd door de vondsten, zoals dissels en botmateriaal, waarbij de schedels met disselinslag redelijk confronterend zijn. Lopend door de tentoonstelling ontdek je echter langzaamaan dat het niet een abstracte aflevering van Bones of CSI is waar je doorheen loopt, maar iets dat echt gebeurd is, met echte mensen. De makers hebben die snaar mijns inziens op een evenwichtige wijze weten te raken door nergens bloed, geweld en spektakel de hoofdtoon te laten voeren, maar juist subtiliteit. Langzaamaan ontwaar je rondom je in de zaal 34 individuen, kinderen, vrouwen, mannen, bejaarden. Het zijn rode silhouetten, abstract. Kom je dichterbij dan hebben ze allemaal een documentatielabel. Ze hebben een nummer, geen naam, maar wel ineens een leeftijd, een postuur, indicatie van gezondheid en wijze van overlijden. Bijvoorbeeld een jonge vrouw (84/4) van 20 jaar en 1,59 m lang met tandsteen en groeistoornissen, waarschijnlijk echtgenote van 84/2+83/16, (familie 1), 3 keer op het achterhoofd geslagen. Een man van 60 (83/3A), met zes zonen en vier kleinkinderen, slag op het achterhoofd. Of een kleuter van 3 jaar oud (84/24), 0,59 m lang en met enigszins scheve tanden en een vitamine C tekort, eveneens met ingeslagen schedel. In enkele gevallen worden de laatste ogenblikken nog extra benadrukt doordat de fysisch antropologische analyse de opeenvolgende handelingen die fataal waren heeft kunnen reconstrueren, de zogenaamde Tathergang. Daaruit bleek de agressie van de aanval en het lijden van de slachtoffers, zonder dat dit pathetisch of spectaculair wordt benadrukt.
Aan het eind deed de tentoonstelling dus waarvoor ze gemaakt is; de bezoeker de boodschap geven dat geweld niet iets is van ons tijdperk, maar veel eerder van ons als mens. Zo verandert Talheim het lang geldende beeld van vredig naast elkaar levende Neolithische samenlevingen in iets dat helaas dichter bij onze werkelijkheid staat dan we misschien gemakkelijk vinden.

De tentoonstelling staat nog to 8 januari. Mocht u in de buurt zijn ga dan zeker even kijken.

http://www.kalkriese-varusschlacht.de/varusschlacht-ausstellung/aktuelle-sonderausstellung/tatort-thalheim.html

http://de.wikipedia.org/wiki/Massaker_von_Talheim

De eerste, de oudste, de grootste, etc.

Archeologen zijn altijd op zoek naar superlatieven. De oudste werktuigen, de eerste bewoning van een gebied, de 100e LBK boerderij in Elsloo, de grootste dissel, de kleinste microliet en ga zo maar door. De echte informatie zit vaak veeleer verscholen in de normale vondsten, in de noeste patronen die door veelvuldig graven, analyseren en documenteren tevoorschijn komen, die op het eerste gezicht lang niet altijd spraakmakend lijken en waar vaak bloed, zweet en tranen aan ten grondslag liggen. Zo ook afgelopen week. In de regenachtige nazomer ontbrak nogal eens de reden naar buiten te trekken en in het kader van het Odyssee project verschansten Ivo en ik ons dan ook enkele dagen in de bieb van het RMO om daar op zoek te gaan naar documentatie en correspondentie over de opgravingen die het team onderzoekt. Trouw aan deze bijdrage zal ik dan ook niet ingaan op de informatie die we gewonnen hebben, op de schetsen die hopelijk wat licht in de duisternis werpen, of op de verwikkelingen tussen RMO, correspondenten, regionale notabelen, opgravers, verplaatste vondsten, bovenmoerdijkse arrogantie en provincialisme, maar op een van de superlatieven, die, onder een roestig paperclipje van inmiddels zo een 85 jaar oud aan een brief zat gehecht.

De brief betreft er een van RMO correspondent en rijksarchivaris dr. Goossens aan zijn goede vriend directeur Holwerda van het RMO, gedateerd 18 maart 1926. ‘Ik was precies van plan U heden te schrijven, toen ik Uw brief ontving. Alles gaat wel…’ Hij vervolgt met te melden dat zijn opgravingen in het Romeinse castellum en de pandtuin van de O.L. vrouwenkerk (te Maastricht?) niet ideaal verliepen, onder meer door de haast die geboden was omdat er bloemperken zouden worden aangelegd. De inderhaast aangelegde sleuf stortte ook nog eens een keer in. Beter nieuws is er voor de op handen zijnde opgravingscampagne, waarbij het RMO en het Limburgs (geschied en oudheidkundig) genootschap elkaar al een tijdje financieel en opgravingstechnisch vinden. Goossens nodigt Holwerda uit: ‘Wat Belvédere betreft, voor het regelen van het onderzoek aldaar zult u zelf eens moeten overkomen. Dat was trouwens ook uw plan meen ik? Het terrein is uitgestrekt en de vondsten zijn zoo verschillend dat U persoonlijk vantevoren moet gezien hebben om een “plan de campagne” in elkaar te zetten.’ Hij vervolgt met: ‘Ik zend u hierbij een foto, die ik als proef had laten maken van een der typische scherven en van 3 krabbers uit het gat dat ik in Oct. j.l. ontgroef.’

Daar, tussen de regels door staat het dan, een superlatief van de bovenste plank, verwijzend naar een kleine vierkante opname onder voornoemde paperclip. Vooralsnog staan wij ons er in het project op voor de oudste foto van Bandkeramisch aardewerk gevonden te hebben (en meteen de oudste foto van drie Bandkeramische krabbers). Op de achterkant van de foto staat Maastricht-Belvédere, Oct. 1925. Misschien niet zo een belangrijke, maar het is wel de oudste….tenminste, voorlopig……

Spiralen en meanders

image

image

image

image

Wat opvalt bij het bestuderen van LBK aardewerk is elke keer weer de kracht van het ‘design’. Het principe dat eraan ten grondslag lag is simpel, maar bereikte een coca cola-achtige populariteit zo een 7000 jaar geleden: over grote delen van Centraal Europa werd door middel van meanders, spiralen en variaties daarop uitdrukking gegeven aan eenzelfde culturele identiteit. Gedurende de latere bandkeramiek kwam een opvulling van de banden met spatelindrukken im schwung, maar het basisprincipe bleef onveranderd. Bandkeramisch aardewerk zal van Polen tot het Parijse bekken een duidelijke boodschap hebben uitgedragen, inmiddels niet meer te ontsleutelen, maar evenmin aanwezig.