Tag Archives: Klinkers

wpid-IMAG0166.jpg

Niet voor één gat te vangen

image

Bij het splitsen van het materiaal van Maastricht-Klinkers zijn al wel meer mooie stukken naar boven gekomen. Zo ook vorige week toen er tussen de versierde scherven een aantal opdook met een doorboring. Het zijn reparatiegaten die werden gebruikt om gebarsten of gebroken stukken keramiek op hun plek te houden. Ze werden waarschijnlijk met een vuurstenen boortje gemaakt en vervolgens werden de delen met een leertje op hun plek gehouden. De gaatjes in de Maastrichtse scherven zijn misschien wel de oudste van Nederland. Ze tonen aan dat, tenminste sommige, potten bijzonder of waardevol genoeg waren om gerepareerd te worden…al zullen ze in Maastricht vast beweren dat ze vroeger al niet voor één gat te vangen waren.

Onderweg naar half-op-weg

Juli 2011

Inmiddels is de Odyssee ruim 6 maanden geleden begonnen. Het begint onderhand mythische vormen aan te nemen waarbij de Wet van Murphy geregeld van toepassing is. Nadat we enige tijd van de lotusbloemen gegeten hebben vanwege de gunning van de subsidie is de realiteit inmiddels duidelijk. Het grootste struikelblok was Maastricht-Klinkers. Aangezien een groot deel van de vondsten van deze opgraving niet waren beschreven, is besloten om alle vondsten opnieuw te beschrijven. Ook omdat uiteindelijk alle vondsten in het depot van de gemeente Maastricht gedeponeerd gaan worden. Eindelijk terug naar Limburgse bodem. Het is echter wel een hele klus; onze eigen Polyphemos.  Maar we hebben hem al dronken gevoerd en zijn bezig de paal die hem zal verblinden te verhitten. Oftewel,de vondsten zijn gesplitst en analyse is begonnen. Op dit moment worden de laatste vondsten gesplitst. Het betreffen de oudste onderzoeken van de bandkeramiek van Howerda te Maastricht-Caberg en Elsloo-spoorlijn en van Remouchamps te Stein. Het blijkt een volgende obstakel te zijn. Maar goed, Odysseus was dan ook niet echt lekker aan het cruisen. Het probleem zit hem onder andere in de documentatie van vondsten en sporen in die tijd. Een mooi voorbeeld is de opgraving van Geleen-Bergstraat. Daar werden tijdens de bouw van een huis door de eigenaar bandkeramische vondsten gedaan in een drietal kuilen. Deze werden gemeld via Anthony Jansen aan dr. Goossens van het Oudheidkundig museum  te Maastricht (thans Bonnefanten) waarop deze ook de kuilen onderzochten. Geruime tijd later zou ook het RMO onder leiding van Bursch een kijkje nemen en de kuilen onderzoeken. Het gevolg was dat de 294 vondsten fijntjes over drie collecties werden verdeeld. Ze zijn nu weer bij elkaar.

Een overzichtje laat zien om welke hoeveelheden het gaat. Uiteindelijk zullen meer dan 40.000 (!) vondsten de revue passeren. We zullen trachten om de komende tijd opmerkelijke vondsten te tonen. Duidelijk is wel dat er genoeg opmerkelijke vondsten tussen zitten.