Tag Archives: Ivo van Wijk

NOaA-lezingen 3 juli 2014

Aankondiging: NOaA-lezingen 3 juli 2014

Inleiding:
De NOaA-lezingen van juli staan in het teken van onderzoek naar de Lineair Bandkeramische Cultuur. Naast de presentatie van de resultaten van recent onderzoek wordt vooruitgekeken naar thema’s en vragen voor toekomstig onderzoek. Sprekers zijn Luc Amkreutz van het Rijksmuseum der Oudheden en Ivo van Wijk van ARCHOL.

Programma:

10.00-10.45 ‘Vergeten’ onderzoeken van de Bandkeramiek – dr Luc Amkreutz (Rijksmuseum van Oudheden)
10.45-.11.00 Koffiepauze
11.00-11.45 ‘Terug naar de Bandkeramiek’ en weer vooruit? – drs Ivo van Wijk (ARCHOL)
11.45-12.30 Discussie

Samenvattingen:
‘Vergeten’ onderzoeken van de Bandkeramiek – dr Luc Amkreutz (Rijksmuseum van Oudheden) Het onderzoek naar de vroegneolithische Lineair Bandkeramische Cultuur (LBK) kent een lange geschiedenis. Vanaf de eerste ontdekking in Nederland in 1925 zijn talrijke opzienbarende vondsten gedaan die gezamenlijk een beeld hebben geschapen van de overgang van een jagend en verzamelend naar een boerenbestaan in Zuid-Nederland. Deze transitie markeert een van de belangrijkste momenten in onze menselijke geschiedenis en daarom stond zij vroeg en veel in de wetenschappelijke belangstelling. Het onderzoek naar deze interessante periode in Nederland wordt gekenmerkt door betrokkenheid van diverse (amateur-)archeologen. Het bekendst zijn de projecten van Modderman geweest die internationaal toonaangevende publicaties opleverden. Toch zijn er vele onderzoeken die niet of onvoldoende zijn gepubliceerd, maar die het beeld van de bekende vindplaatsen Elsloo, Geleen, Stein en Sittard wel veel completer maken. Het Odyssee-project ‘Terug naar de Bandkeramiek, ‘vergeten onderzoeken van de Bandkeramiek’ heeft in deze leemte voorzien.
Na drie jaar is dit project tot een geslaagd einde gebracht. Een overzicht is dan ook op zijn plaats. Binnen een groot samenwerkingsverband zijn 14 vindplaatsen opnieuw bekeken en met elkaar vergeleken. Het leverde opmerkelijke bevindingen op die tot nu toe niet als zodanig zijn herkend. In een synthetiserend kader ontvouwt zich langzaam een andere kijk op de eerste Limburgse boeren. In deze bijdrage worden de opzet van het project, de valkuilen en de resultaten besproken.

‘Terug naar de Bandkeramiek’ en weer vooruit? – drs Ivo van Wijk (ARCHOL)

Samenvatting
Na het grootschalig nederzettingsonderzoek van Modderman in de periode 1940-1970 nam de aandacht vanuit de wetenschappelijke wereld voor de Nederlandse Bandkeramiek langzaam af. Vooral in de periode daarna raakt de kennis versnipperd en valt het Bandkeramisch onderzoek nagenoeg buiten alle onderzoeksaandacht. Toch blijft de Bandkeramiek tot de verbeelding spreken en vindt er mondjesmaat nog, voornamelijk nood- en kleinschalig, onderzoek plaats. Met de komst van Maltagericht, commercieel uitgevoerd onderzoek is er een nieuwe impuls gekomen die momenteel haar vruchten afwerpt. Het Bandkeramisch onderzoek dat voornamelijk wordt uitgevoerd door Archol in samenwerking met de Faculteit der Archeologie van de Universiteit Leiden en het Rijksmuseum van Oudheden, lijkt te hebben gezorgd voor een hernieuwde en groeiende maatschappelijke aandacht voor de eerste boeren in Nederland. Menig Limburgse gemeente identificeert zich met de Bandkeramiekers en momenteel zijn talrijke initiatieven ontplooid om de Bandkeramiek breed in de belangstelling te zetten. Ondanks deze groeiende publieke betrokkenheid zorgen de slinkende budgetten voor uitholling van het onderzoek, terwijl internationaal wel een verdiepingsslag plaatsvindt waarbij nieuwe ideeën worden getoetst en beproefd met behulp van natuurkundig onderzoek. Wil het Nederlandse bandkeramisch onderzoek daar op kunnen aansluiten dan is een heroverweging van onderzoeksmethodiek en inzet van financiën nodig. Verdieping van het onderzoek vult de details in die juist nodig zijn om maatschappelijke betrokkenheid te waarborgen. In de lezing wordt een overzicht geboden van de stand van kennis tot nu toe, nieuwe onderzoeksvragen geformuleerd, worden een aantal maatschappelijk gerichte initiatieven gepresenteerd en nieuw specialistisch onderzoek belicht.

Voor wie:
De lezingen zijn voor iedereen toegankelijk

Kosten:
Er zijn geen kosten aan verbonden

Meer informatie:
Aanmelden en nadere informatie: Tessa de Groot, t.de.groot@cultureelerfgoed.nl of http://www.archeologieinnl.nl/noaa-lezingen

Locatie:
Auditorium, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Smallepad 5, Amersfoort

EAA logo_small

Something out of the ordinary? Session at the EAA in Pilzen 2013

The Odyssey project is organizing a session on the 19th EAA meeting in Pilzen called: Something out of the ordinary? Interpreting the diversity in the uniformity of the Early Neolithic Linearbandkeramik in Central and Western Europe.

  • Research into the Early Neolithic Linearbandkeramik (LBK, 5500-4900 cal BC) has over the past two decades presented us with a wealth of new information regarding the settlement and social structure of the earliest farmers in large parts of Central and Western Europe. Apart from traditional excavation archaeology, both isotope and aDNA research recently added a distinct perspective regarding life histories and mobility of humans and animals. This has brought us closer to the dynamics of early Neolithic life in this area and moreover demonstrates the presence of distinct spatio-temporal variation in its regional cultural characteristics. The longstanding formal uniformity of the LBK is gradually yielding and reveals an underlying diversity that is becoming increasingly data-rich.
    The development of these new dimensions in our understanding is anchored in archaeological research ranging from burial customs and deposition practices, to social issues of settlement structure, raw material networks, violence, and mobility. These present the basis for creating a more heterogeneous picture of Early Neolithic groups contrasting with the well-known image of uniform loess-based sedentary farmers with linear ware.In this session papers are invited to discuss LBK diversity in relation to four broad themes:

    • Regional and local inter- and intra-site patterning highlighting particularities in site location choice and settlement structure
    • Expressions of regional style and choice in pottery fabrication and decoration, food economy and raw material (networks)
    • Mortuary and deposition practices that offer a perspective on the manifold choices regarding ritual expressions
    • LBK-life dynamics, isotopic, aDNA and associated research highlighting diversity in (community) life histories

    Contributors are requested to present their research into the aforementioned topics, but also to specifically reflect on how their results relate to our common knowledge of the LBK and to what extent the diversity documented rather befits a difference of degree or of kind.

    Important dates
    The deadline for the submission of papers is on 15 th March 2013
    The deadline for early fee registration is on 1st June 2013

    Organisers: Luc Amkreutz (National Museum of Antiquities, The Netherlands), Ivo van Wijk (Archol BV, The Netherlands) and Fabian Haack (Generaldirektion Kulturelles Erbe Rheinland-Pfalz, Germany)

20121209-103201.jpg

TV Bandkeramiek

Enige weken geleden stond de opgraving van Elsloo weer volop in de belangstelling. MosasaurusFilm in samenwerking met KFproductions, filmen een documentaire over de bandkeramiek waarbij het onderzoek in Elsloo een centrale rol speelt. Tijdens de opgraving afgelopen zomer hebben zij onder tropische omstandigheden reeds verscheidene dagen de veldwerkzaamheden gefilmd. Het gehele werkproces vanaf het aanleggen van het opgravingsvlak tot aan het bemonsteren van de sporen werd vanaf de grond maar ook vanuit de hoogte gefilmd. Het leverde spectaculaire beelden op.
Afgelopen dinsdag werd vooral het analysetraject gefilmd waarin de onderzoekers hun verhaal deden. Op het kantoor van Archol werd gefilmd en kwamen de verschillende vondsten aan bod en werd uitgebreid ingegaan op de vele facetten van het bandkeramisch aardewerk.
In een wat gemoedelijkere setting werden de eindresultaten van de verschillende opgravingscampagnes uit 2006 en 2012 besproken en gepast binnen het grote onderzoek van Modderman in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw in Elsloo.
Doel van de filmopnamen is het verzorgen van een aflevering voor de alom geprezen tv serie Expeditie Limburg die voor L1 in opdracht van de provincie Limburg werd gemaakt. Een nieuw seizoen van deze serie zal in ieder geval opgesierd worden met de opgravingen in Elsloo.

20121127-154630.jpg

De filmopnamen in volle gang: Piet van de Velde verhaalt over het bandkeramische aardewerk.

verspreiding LBK europa

De wereld van de bandkeramiek

Afgelopen donderdagavond gaf ik een lezing in het museum Het Domein in Sittard op uitnodiging van het Limburgs Geschiedkundig en Oudheidkundig Genootschap (LGOG), sectie Westelijke Mijnstreek. Onderwerp was de presentatie van de resultaten van het archeologisch onderzoek van de opgraving te Stein-Heidekampweg.
Het werd een bijzonder geslaagde avond die zeer druk was bezocht. Ongeveer 100 man, jong en oud, had de moeite genomen om mijn verhaal aan te horen. Gedurende 2 uur heb ik getracht iedereen op de hoogte te brengen van het wel en wee in Limburgs Bandkeramia. Hoewel vele facetten van de bandkeramiek werden belicht, bleef bij mijzelf na de presentatie 1 dia in mijn gedachten hangen. Het was een plaatje van Europa waar het verspreidingsgebied van de bandkeramische cultuur op stond afgebeeld. Een plaatje dat ik al vele malen in presentaties en publicaties heb gebruikt en waar ik eigenlijk zelf nooit goed bij had stilgestaan. Dat deed ik die avond wel. Ineens realiseerde ik mij weer hoe groot de omvang van dat verspreidingsgebied is. Van de Ukraine in het oosten tot aan het Parijse bekken in het westen. In totaal beslaat het verspreidingsgebied meer dan 500.000 km². Overal zien we dezelfde materiële cultuur gemanifesteerd in het versierde aardewerk, steen- en vuursteengebruik alsmede huisbouw. En dan besef je op wat voor klein oppervlak de bandkeramiek in Limburg, of nog kleiner in Nederland, is vertegenwoordigd, slechts over 400 km². Dat is nog geen 1% van het totale oppervlak waarover de bandkeramiek is verspreid. Dat is dus maar een zeer klein percentage! En toch heeft het bandkeramisch onderzoek in Limburg in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw onder Modderman een toonaangevende rol gespeeld. Daar mogen we maar wat trots op zijn. Het is echter ook een van de redenen waarom Modderman zijn aandacht verlegde naar het oosten met grote opgravingen in Hienheim en Meindling.

In geheel Bandkeramia (verpreidingsgebied van de LBK cultuur) zien we dus (bijna) dezelfde typisch versierde potten, huistypen en andere gebruiksvoorwerpen. Daar zit natuurlijk wel een variabiliteit in. Potjes gevonden in de Ukraine zien er ietwat anders uit dan die in bijvoorbeeld hier worden gevonden; zo’n 1600 km verderop. Een enorme uniformiteit dus. Toch heeft 1988 Modderman ons met een kreet achtergelaten die nu nog steeds nagalmt in de oren van de meeste hedendaagse onderzoekers: “Diversiteit in Uniformiteit” oftewel alles is toch niet helemaal hetzelfde. En dat maakt onderzoek in onze regio nou zo leuk. We zitten heerlijk op de grens van het verspreidingsgebied waar allerlei gekke dingetjes (diversiteit) in de bandkeramiek zijn gebeurd maar ook zo duidelijk zichtbaar hoe eenvormig de LBK ook hier in deze contreien is. En met telkens nieuwe opgravingen zoals te Stein-Heidekampweg en Elsloo-Riviusstraat kunnen we steeds beter het onderscheid tussen diversiteit en uniformiteit maken. Dat is echter een geleidelijk proces in het onderzoek wat voor de meeste mensen nog niet zichtbaar is.
Dankzij goed onderzoek in onze buurlanden zijn de onderzoeksresultaten steeds beter onderling vergelijkbaar. We hopen volgend jaar tijdens het Europees Archeologie congres (EAA) in Pilzen dan ook een sessie te organiseren over de diversiteit in de LBK. We houden u op de hoogte!

 

[News] Lezingenmiddag “Limburg” in RMO: Archeologische ontdekkingen

bron: Leids Nieuwsblad

Archeologen uit de provincie Limburg spreken vrijdag 26 oktober van 14.30 tot 16.30 uur over unieke ontdekkingen en hun onderzoek tijdens de 12 Provinciën Lezingen in het Rijksmuseum van Oudheden. Het museum en Hazenberg Archeologie organiseren elke 2 maanden een lezingenmiddag waarbij telkens de archeologie van een andere provincie besproken wordt. Na edities waarin de provincies Friesland, Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland aan bod kwamen, is het nu de beurt aan Limburg.

Conservator Luc Amkreutz van het Rijksmuseum van Oudheden doet samen met Archol onderzoek naar vindplaatsen van ‘de Bandkeramiek’ in Limburg, de vroegste boerencultuur in Nederland (circa 5300 v. Chr.). Over het onderzoeksproject “Terug naar de Bandkeramiek” is in het museum tot en met 25 november een kleine tentoonstelling te zien.

Provinciaal archeoloog Karianne Winthagen vertelt over het icoon van het Limburgse verleden: de Maas. Door de bewoners van Limburg is de Maas verkozen tot ‘Het Landmark Limburg’. In een reis langs de Maas beschrijft Winthagen de Limburgse cultuurhistorische rijkdom, ambities en dilemma’s.

 

Vraagtekens

Conservator Karen Jeneson van het Thermenmuseum gaat de discussie aan over de behoefte aan nieuw onderzoek naar Romeins Limburg. Over het Romeinse verleden van Zuid-Limburg is in het verleden al veel gezegd en geschreven. Maar zelfs na 150 jaar onderzoek staan er nog verrassend veel vragen open. Jeneson gaat met name in op de vraagtekens omtrent de Romeinse nederzetting in Heerlen.

De gemeentearcheoloog van Venlo, Maarten Dolmans, spreekt over de mikwe van Venlo, een joods badhuis uit de 14e eeuw. Deze werd in 2004 ontdekt midden op de Oude Markt tijdens een grootschalig archeologisch onderzoek aan de Maasboulevard. De mikwe, de oudste van Nederland, is in zijn geheel geborgen en te zien in het Limburgs Museum in Venlo.

Stilte……?

Al een tijdje lijkt er weinig nieuws van het Odysseefront te komen. Is het project afgelopen? De einddatum is toch inmiddels gepasseerd, of is er geen nieuws meer te melden. Dit alles is niets minder waar!
Het hele team is namelijk zeer hard aan het werk om alle spannende resultaten op papier te zetten. Dit vergt meestal veel tijd en energie waardoor het bloggen wat naar de achtergrond wordt gedrukt. We zijn echter al behoorlijk ver: bijna alle vindplaatsen zijn beschreven en alle relevante materiaalcategorien geanalyseerd. Dat levert een berg data op welke nu beklommen wordt op weg naar de top: de afsluitende rapportage.
Maar er is meer in petto: de eerste voorbereidingen voor een tentoonstelling zijn reeds getroffen. In de Muzenzaal van het RMO zal gedurende de maanden september-november een prachtige overzichtstentoonstelling van het odysseeproject zijn te zien. We hopen er binnenkort meer over te kunnen melden.
Naast het inrichten van de tentoonstelling krijgt langzamerhand ook de opzet van de nieuwe bandkeramiek.nl website vorm. We kunnen haast niet wachten om hem te presenteren maar eerst wordt gekeken in hoeverre alles technisch, binnen het budget, mogelijk is. Wordt vervolgt dus…

We zijn dus wel op de goede weg en de laatste loodjes wegen traditioneel het zwaarst, zo ook voor de Odyssee.
De stilte is dan ook relatief, als een stilte voor de storm!

Poster Cardiff

The LBK Odyssey at the Early Farmers Conference in Cardiff

The LBK Odyssey will be represented at the “Early Farmers: the view from Archaeology to Science” Conference held 14-16 May in Cardiff (UK).
A poster will be shown explaining the goals of the project and some preliminary results in regards of newly used methods within LBK research.
The poster can be downloaded here.

Final results, to be published in an elaborate report written in Dutch but with English summaries per chapter, will be due end 2012. The release of the report will be held in combination of an exhibition in the National Museum of Antiquities and a series of lectures discussing the results of the project and future ambitions.

Further information will be posted here.

Poster Cardiff

Stein-Haven OMROL1928

Verplaatste sporen

Al enige tijd is er weinig nieuws van het Odysseefront. Dat wil echter niet zeggen dat er niks gedaan wordt. In tegendeel juist! Na al het inventariseren van vondsten en opgravingsdocumentatie, worden nu de verhalen rondom de opgravingen geschreven om zodoende de contextinformatie aan de materiaalspecialisten te leveren. Immers, de waarde van een vondst kan pas goed gemeten worden aan het spoor of laag waaruit deze afkomstig is. Voor al de verschillende opgravingen die tijdens het project zijn geïnventariseerd, worden alle aangetroffen sporen en structuren in kaart gebracht, beschreven en getypeerd oftewel een antwoord gegeven op de vraag wat de aard, karakter en omvang van de aangetroffen sporen zijn. Als eerste worden daarom de oude veldtekeningen uit de kast gehaald en gevectoriseerd. Dankzij het E-depot van de Nederlandse Archeologie (EDNA) zijn er ook scans van deze tekeningen. De afzonderlijke tekeningen van een opgraving zijn daarna samengevoegd tot een totaaloverzicht zodat alle sporen ten opzichte van elkaar bestudeerd kunnen worden. Dit kan soms verrassende uitkomsten opleveren, vooral bij de oudere opgravingen. Het is ook een goed voorbeeld waarom je je gegevens goed moet documenteren zodat ook latere generaties van de opgegraven informatie gebruik kunnen blijven maken; een van de hoofddoelstellingen van het EDNA data archiveringsproject.

Stein-Haven OMROL1928

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij de opgraving te Stein-Haven is te achterhalen wat de consequenties zijn als de opgraver (Remouchamps in dit geval) voortijdig in 1927 komt te overlijden waardoor de uitwerking door een ander geschied (Holwerda). Remouchamps had namelijk de gewoonte om zijn aantekeningen op de veldtekening te noteren, wetende dat deze later toch overgetrokken werd ten behoeve van een publicatie. Links de gepubliceerde tekening uit de OMROL en rechts zoals wij hem uiteindelijk hebben weten te reconstrueren. Wat er precies mis is gegaan in het proces is onduidelijk maar zeker is dat de gepubliceerde tekening enigszins afwijkt van de werkelijkheid zoals op bijgevoegde tekeningen is te zien. Het Romeinse gebouw aan de linkerzijde blijkt goed te zijn ingetekend. Opmerkelijk echter is dat een aantal proefsleuven in eerste instantie niet aanwezig zijn maar op de originele “klad”tekening van Remouchamps wel aanwezig waren. Frappant is dat op de drukproef voor de OMROL (uiteindelijk gepubliceerd in 1928) aantekeningen geschreven zijn dat er sleuven toegevoegd moesten worden en putlocaties veranderd. Wie heeft deze aantekeningen op de drukproef geschreven en waarom zijn ze niet toegepast? Zijn het de laatste aantekeningen van Remouchamps voordat hij ziek wordt en komt te overlijden? We zullen het nooit weten. Heel misschien kan het volgende licht werpen op de situatie. In een hoekje van een van de tekeningen heeft Remouchamps aangegeven waar de sleuven ten opzichte van elkaar en op welke percelen zijn gegraven. Het blijkt dat als je alles nameet, niet alle sleuven netjes binnen de percelen zijn gegraven. En dat gegeven mocht misschien niet officieel op een tekening worden vermeld. Dit kan wellicht afgeleid worden uit de publicatie van de heren Beckers & Beckers (1940), dezelfde mannen waarmee Remouchamps in Stein op die locatie had gegraven. In hun overzicht van de Limburgse archeologie in de vooroorlogse jaren staat namelijk dat zij op een gegeven moment op de percelen naast daar waar Remouchamps heeft gegraven, nu ook gegraven kon worden. En daarbij werd een prachtige (vermoedelijk late ijzertijd, zie Van Hoof 2009) plattegrond opgegraven. De begeleidende tekst laat geen twijfel bestaan over de inmiddels eerder genoemde vertroebelde relatie tussen Beckers sr en Remouchamps (zie dit blog). Er wordt namelijk gesteld dat bij het opgraven van de plattegrond gezocht werd naar alle vier hoeken om zodoende de grootte vast te stellen. De zuidwesthoek kon in eerste instantie niet worden gevonden (deze bevond zich in een van de sleuven van Remouchamps) maar vermeld werd dat Remouchamps gelukkigerwijze zijn sleuven te “hoog” (niet te diep uitgegraven) had aangelegd waardoor bij het verdiepen van het vlak de hoek en wandgreppel van het huis toch in het vlak zichtbaar werd. Deze sneer is verbazingwekkend te noemen aangezien in alle tekeningen van Remouchamps duidelijk een greppel in de proefsleuf is waar te nemen die de hoek omgaat. De publicatie van Holwerda dateert uit 1928 dus Beckers zou toch voldoende tijd hebben gehad om de tekening in de publicatie goed te bestuderen, zeker aangezien hij zelf een bijdrage aan die publicatie heeft geleverd. Het waren geen vrienden en ieder gelooft zijn eigen waarheid. Feit is wel dat de verplaatste sporen nu weer op de juiste wijze naast elkaar zijn afgebeeld om de werkelijke waarde van de opgraving recht aan te doen.

huis-beckers

“Hartelijke groeten, ook aan mevrouw”

Het odyssee onderzoek behelst niet alleen het opnieuw bekijken en beschrijven van de vele vondsten. We proberen ook de vondsten in hun context te zetten. Dat is voor de meeste opgravingen niet al te moeilijk maar vooral voor de ‘oudjes’ (opgravingen van voor 1940) blijkt dat wat moeilijker te zijn zoals we hier al eerder berichten. Omdat uitgebreide dagrapporten meestal ontbreken, zijn we afhankelijk van de briefwisselingen tussen diverse personen waar verslag wordt gedaan van de werkzaamheden. Het briefarchief van het RMO bood ons toegang tot de vele brieven die geschreven werden. Het gaat daarbij om de correspondentie tussen bepaalde hoofdpersonen in dit verhaal, te weten Holwerda (directeur RMO), Remouchamps (assistent Holwerda), Bursch (assistent Holwerda), Goossens (rijksarchivaris te Maastricht), Beckers (huisarts en amateur archeoloog), Nijst (assistent en later opvolger Goossens) en Kengen (pastoor en amateur archeoloog).
Op basis van de brieven kunnen we ons een beeld vormen van hoe destijds gegraven werd, hoe de vondsten werden verdeeld over de verschillende collecties en soms waar ze gevonden werden. Het geeft ons ook een kijkje hoe de opgravingen uitgevoerd werden. Meestal werd als bekend was waar en wanneer er door het RMO opgegraven werd, lokaal een aantal werklieden ingehuurd door ofwel Goossens, Nijst, Beckers of zelfs hun voorgraver Jansen. De assistenten van Holwerda (Remouchamps en zijn opvolger Bursch) reisden samen met voorgravers als Bosch af naar het zuiden om de opgravingen op te starten. Saillant detail is dat de gravers ongeveer 3 gulden per dag kregen (55ct/u), hetzelfde kostte ongeveer het hotel waar Holwerda in verbleef als hij ter plekke overnachtte. Remouchamps en Bursch berichten meestal per briefkaart van de vorderingen in het veld en bediscussiëren diverse theorieën zoals het gelijktijdig voorkomen van diverse cultuurperioden op dezelfde locatie (waar ik ook al eerder over berichtte zoals de trouwe lezertjes zullen weten). In de korte briefwisseling tussen Beckers en Holwerda is te zien dat Beckers prachtige briefkaarten heeft waarop zijn huis is afgebeeld. Goossens bespreekt met Holwerda de grote lijnen waarbij eens te meer duidelijk is hoe belangrijk Goossens is voor het onderzoek van het RMO in het zuiden. Hetzelfde zal voor Nijst gelden hoewel deze relatie veel minder amicaal was dan die met Goossens. Met Beckers wordt vooral gecorrespondeerd over de opgraving van de villa in Stein en over een gezamenlijk artikel voor de Oudheidkundige mededelingen. En later over de hoeveelheid afdrukken die eenieder denkt te krijgen of moeten geven. Het is vooral Kengen die meer uitgebreide beschrijvingen geeft van zijn waarnemingen op de Caberg. Helaas zijn vooral kaarten afwezig waardoor het moeilijk is om alles weer op de juiste plaats te kunnen plaatsen. Wel zijn vele schetsjes aanwezig die een tipje van de sluier doen oplichten. Het meest is Kengen “bezeten” van het grachtenstelsel. Hij komt er veel tegen maar waarschijnlijk verward hij ook prehistorische grachten met greppels die gegraven zijn bij de diverse belegeringen van Maastricht. Verscheidene hebben al geprobeerd deze puzzel op te lossen (Disch, Louwe Kooijmans en Thanos) en ook wij menen weer een duit in het zakje te mogen doen. We weten nu al dat we het niet gaan oplossen maar zijn wel weer een grote stap verder gekomen!

huis-beckershuis-beckers_achterkant-kaart

 

 

 

Hoewel het in de brieven in eerste instantie draait om de opgravingen komen we echter ook wat te weten over meer persoonlijke zaken zoals gezondheidstoestand, onderlinge wrevel, roddels en achterklap. Zo is duidelijk in het briefarchief te zien hoe de relatie tussen Holwerda en Beckers bekoeld. Komen we van Goossens te weten dat hij een belabberde voordracht geeft en dat het handschrift van Bursch nagenoeg onleesbaar is. Van Kengen wordt eens te meer duidelijk dat hij een voornamelijk agrarische parochie bestierd (die van Oud-Caberg) en bij elke kaart of brief wordt dan ook gewag gemaakt van het weer en de gevolgen daarvan voor gewassen.

Naast alle archeologische en politieke overpeinzingen alsmede persoonlijke intriges,vetes en meer, valt juist de hoffelijkheid in het briefverkeer op. In deze eeuw van hufterigheid is het een verademing om de welgemeende interesse in elkaars persoonlijke welstand te lezen. Bijna elke kaart of brief begint en eindigt met de vraag naar de gezondheid van de geadresseerde (“…van huis tot huis…”) en eindigt met de hartelijke groeten aan mevrouw, behalve bij de geestelijken natuurlijk. En er is nogal wat aan de gang. Velen weten van het vroegtijdige heengaan van Remouchamps. Voor Holwerda was het naast een persoonlijk gemis ook een probleem door het wegvallen van een gewaardeerde assistent. Hij zat midden in een fantastische opgraving op de Caberg en de relatie met Beckers was al dusdanig aan het bekoelen dat hij daarmee niet verder wilde of kon. Pastoor Kengen had in 1928 een vervelende infectie gehad aan zijn been waardoor hij lange tijd geen waarnemingen kon doen bij de groeven op de Caberg. Toen hij weer ter been was bleef hij tot aan zijn dood in 1936 getrouw melden vanaf de Caberg. Holwerda’s vrouw stierf in al in 1932 toen de opgravingen in volle gang waren. Eind februari dat jaar beëindigde Goossens dan ook voor de laatste maal zijn brief met “hartelijke groeten, ook aan mevrouw”, iets wat hij daarvoor altijd trouw pleegde te doen. Twee jaar (1934) later stierf ook Goossens en daarmee ook de persoon die als eerste het belang van die allereerste bandkeramische vondsten van pastoor Kengen inzag en herkende. De nalatenschap van Goossens zorgde ervoor dat Nijst zowat direct overspannen raakte.

Met zo’n soap is het ook niet verwonderlijk dat de resultaten van de Caberg nog nooit uitvoerig zijn gepubliceerd. Hoewel we tijdens onze Odyssee ook af en toe het niveau van een soap weten te benaderen, hopen wij echter onze klus te klaren. De gegevens zullen worden gepubliceerd….. en de soap die kunt u bijhouden op deze website.

 

 

Fotoarchief Kentgens

Oude opgravingsfotos gevonden

Bij de start van de Odyssee heeft op deze blog al een oproep gestaan om indien u oude opgravingsfoto’s van bandkeramisch onderzoek in uw bezit heeft of weet waar ik ze kan vinden, deze aan ons door te geven.

Hier is gelukkig door een aantal mensen al gehoor aan gegeven en langzamerhand wordt de collectie groter. Binnenkort willen we dan ook deze foto’s standaard als diavoorstelling op onze site afdraaien zodat deze mooie platen niet voor het grotere publiek verborgen blijven.

Afgelopen zaterdag werd ik wederom gewezen op een nieuwe bron: het fotoarchief van dhr. Kentgens aanwezig in het digitale stads(beeld)archief van de gemeente Sittard-Geleen. Binnen de collectie een aantal mooie glasplaten van foto’s die gemaakt zijn in opdracht van of voor dr. Beckers waarover we al meerdere keren hebben geschreven. In het vooroorlogse archeologische strijdperk was hij (later samen met zijn zoon) één van de pionieren die de Limburgse archeologie op de kaart heeft gezet. Eén foto is al eerder op de site geplaatst maar we willen een andere mooie foto niet onthouden. Waarschijnlijk ook gemaakt tijdens opgravingen in de jaren 20 in het thans havengebied van Stein.zoon) één van de pionieren die de Limburgse archeologie op de kaart heeft gezet. Eén foto is al eerder op de site geplaatst maar we willen u een andere mooie foto niet onthouden. Waarschijnlijk ook gemaakt

Voor de liefhebbers: op de website van het RMO zijn eveneens foto’s van objecten te zien. Tikt u gerust Modderman, Holwerda, Bursch of Remouchamps in en een zee van de meest prachtige foto’s komen binnen handbereik.