Tag Archives: Archol

Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht

LBK weer thuis!

Zoals ook de wet van Malta propageert is het een belangrijke taak voor de archeologie dat de informatie over nieuwe ontdekkingen en vondsten ook gecommuniceerd  wordt naar een breder publiek. Binnen het Odyssee-project zijn we die verplichting ook aangegaan tegenover NWO en dat is uitgemond in onder meer deze website en een kleine tentoonstelling, getiteld ‘de eerste Boeren’ in het Rijksmuseum van Oudheden, waarover eerder al werd bericht. Nu is die communicatie noodzakelijk maar ze blijft toch ook in enige mate abstract omdat het de verslaglegging van een onderzoek en resultaten betreft, van deels nog niet afgerond onderzoek, en buiten de directe context van het gevondene. Vanuit het perspectief van het RMO is dat een van de manco’s, het gemis van een landschappelijke omgeving, waar een verhaal echt thuis hoort. Gelukkig bleef het daar niet bij. Vrij kort na de presentatie meldde zich, onder meer,  het Thermenmuseum in Heerlen in de persoon van conservator Karen Jeneson. Men was erin geïnteresseerd de presentatie over te nemen. Hoewel het zwaartepunt van het Thermenmuseum natuurlijk de Romeinse bewoning van Zuid-Limburg betreft, heeft men geen oogkleppen op en heeft, zeker ook binnen het samenwerkingsprogramma Historisch Goud, de ambitie om de Limburgse archeologie breder in de kijker te spelen. Daarom toog ik eind juni dan ook naar mijn geboorteplaats om samen met Karen de tentoonstelling in te richten.  Hoewel de presentatie voor een belangrijk deel dezelfde is als in Leiden, heeft de tentoonstelling door het ruimtegebruik, de andere vitrines, met andere afmetingen en de aparte plek voor de maquette toch een andere ‘feel’. Sommige stukken zijn beter te zien en je kijkt er op een andere manier naar. In de communicatie naar buiten ligt het accent ook meer op de rol van de LBK in Limburg met als titel: ‘De eerste boeren. Over de bandkeramiek op de Zuid-Limburgse lössgronden’. Opvallend is ook de tekst op de website: ‘Met deze presentatie zijn de schatten van Limburg weer terug op Limburgse bodem!’ Het lijkt me goed dat op te vatten als een positieve vorm van chauvinisme, waarbij het doel is de mix van beheer van archeologische objecten, onderzoek, het maken van tentoonstellingen en het tonen van vondsten en nieuwe ontdekkingen nationaal en regionaal zoveel mogelijk te maximaliseren. De tentoonstelling is in ieder geval nog tot en met 1 juni 2014 in Heerlen te bewonderen en zoals eerder al werd bericht zal in het najaar een lezingenprogramma plaatsvinden. Houd de website van het Thermenmuseum in de gaten: http://www.thermenmuseum.nl/activiteit/de-eerste-boeren-van-nederland.

Tweetal vitrines van "De eerste boeren', Thermenmuseum Heerlen
Tweetal vitrines van “De eerste boeren’, Thermenmuseum Heerlen
Een vitrine met dissels, vuursteen, en een maalsteen 'De eerste boeren' Thermenmuseum Heerlen
Een vitrine met dissels, vuursteen, en een maalsteen ‘De eerste boeren’ Thermenmuseum Heerlen
maquette Elsweiler 'De eerste boeren' Thermenmuseum Heerlen
maquette Elsweiler ‘De eerste boeren’ Thermenmuseum Heerlen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een ander voorbeeld is de presentatie die onlangs in Maastricht opende naar aanleiding van de opgraving van de bandkeramische nederzetting op de Cannerberg. In samenwerking met Archol en de gemeente Maastricht/Centre Céramique is hier, na gunning van het project, door het Rijksmuseum van Oudheden en Centre Céramique een presentatie gemaakt, getiteld: ‘De eerste Maastrichtenaren waren tóch boeren’ (zie: http://erfgoed.centreceramique.nl/index.php?id=3985). Samen met conservator Wim Dijkman richtte ik daar medio juli de presentatie in.

De mini-expo die nog tot 1 september loopt biedt een eerste blik op de ontdekkingen gedaan op de Cannerberg. Zo komen, (naast een stuk ontdekkingsgeschiedenis, dat begint met de brief van Kengen aan Holwerda en tevens een vitrine met vondsten van ontdekker Hub Philippen), diverse vondsten uit de bandkeramiek, ijzertijd, Romeinse tijd en moderne periode aan bod.

Bijzonder is dat de tentoonstelling slechts enkele weken nadat de laatste schep de grond in was gegaan plaatsvond: de modder zat er soms nog aan. Op die manier konden de mensen uit Maastricht, die al via diverse artikelen en filmpjes op de hoogte van de ontdekkingen waren gehouden meteen een kijkje komen nemen van/bij hún erfgoed. Op die manier merk je dat wat door de archeologen de nederzetting ‘Hoogcanne’ is gedoopt al snel onderdeel van het culturele repertoire van de Maastrichtenaren wordt. Hoewel ik als boer uit Segietere natuurlijk vooral trots was op  de titel, bleek die associatie en ‘het claimen van het verleden’ ook uit de Maastrichtse versie ervan: ‘dus de eerste boeren waren Maastrichtenaren’.

Een mooie kroon op deze Blitztentoonstelling vormt de reconstructietekening die door Mikko Kriek gemaakt is. Doordat een deel van de uitwerking van de gegevens al tijdens het veldwerk plaatsvond was er op het niveau van de nederzetting zelf al heel wat informatie beschikbaar. Aan de hand daarvan en de input van verschillende experts kon een tot de verbeelding sprekende reconstructie van ‘Hoogcanne’ gemaakt worden. Juist dat soort beeldende elementen brengt voor veel mensen het verleden dichterbij.

Uit beide voorbeelden spreekt de waarde van het tonen van cultureel erfgoed in de regio waar het gevonden wordt. In het geval van Heerlen de ambitie om een podium voor Limburgse archeologie te zijn en in het geval van Maastricht door het publiek direct bij recent ontdekt erfgoed te betrekken. De rol van het RMO krijgt in dit soort projecten ook steeds meer gestalte. Uit de plannen voor het nieuwe museumbestel en in de in juni verschenen museumbrief van het ministerie van OCW blijkt dat deze rol ook degene is die van ons in de toekomst wordt verwacht. Het RMO is in die zin een centraal museum of moedermuseum dat niet alleen in huis, maar juist ook regionaal haar collectie en kennis inzet in publiekscommunicatie. Van enkel een instituut worden we wellicht ook meer een netwerk en een merk. De enthousiaste samenwerking met de collega’s in Maastricht en Heerlen, maar ook bv. in Ede afgelopen jaar vormt daar een voorbeeld van. Wellicht hebben we de periode van parochialisme versus Bovenmoerdijkse arrogantie, waarmee Holwerda al kampte nu wel definitief achter ons gelaten.

door Luc Amkreutz

Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Net uit het Veld'Cannerberg Centre Céramique Maastricht
Net uit het Veld’Cannerberg Centre Céramique Maastricht
Overzicht van de tentoonstelling, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Overzicht van de tentoonstelling, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
foto: M. Hemminga

Opgravingen op de Cannerberg [6]: de laatste loodjes

De opgravingen in Maastricht hebben bij elkaar 12 weken in beslag genomen. Gedurende die 12 weken hebben we niet stilgezeten maar een enorme hoeveelheid grond verzet. Machinaal maar  ook met de hand. Met de hulp van studenten van de universiteit Leiden en vrijwilligers uit de hele regio is 3,5 ha opgegraven. Een enorme oppervlakte met putten van bijna 200 m lang en 20 m breed. En dat deze putten niet leeg waren, valt aan de resultaten af te lezen.

Laten we beginnen met de bandkeramiek:

In totaal zijn de resten van 19 bandkeramische huisplaatsen opgegraven. Deze bestaan uit de huisstructuur met de bijhorende langskuilen waaruit de leem gehaald werd om op de vlechtwerkwanden te smeren. In deze kuilen vinden we de meeste vondsten terug variërend van bijzonder vakkundig versierd aardewerk, prachtige vuurstenen messen als ook stenen maalstenen en bijlen. Het complete bandkeramische repertoire dus. Op de erven zijn nog meerdere kuilen gelegen. Soms kunnen we de functie daarvan achterhalen op basis van de vorm. De ronde diepe kuilen met een zwarte vulling onderin, afkomstig van het afbranden van de kuilen om het onkruid weg te branden, zijn graansilo’s geweest waar de oogst voor langere tijd opgeslagen kon worden. Daarnaast hebben we ook een zogenaamde “Schlitzgrube” gevonden. De smalle kuilen met een V-vormige doorsnede vormen nog steeds  een raadsel voor de archeologen. Omdat de kuilen die in Nederland zijn gevonden geheel vondstloos zijn is het moeilijk te achterhalen waarvoor ze 7000 jaar geleden zijn gegraven. In het buitenland wordt er vaker botafval in gevonden. Een gedachte is dat in de kuilen huiden werden gehangen die dan met urine besprenkeld werden om zodoende het leer soepeler te maken. Dat strookt echter niet met de botresten die in het buitenland in dergelijke kuilen worden gevonden. Ze worden hier echter niet vaak gevonden. We kennen inmiddels pas 5 van dergelijke kuilen in Nederland. Ook op de Cannerberg is er slechts 1 gevonden. De kuilen variëren behoorlijk in vorm. Soms slechts enkele decimeters diep tot wel meer dan 2m diep. De hulp van de graafmachine bij het ontgraven is dan onontbeerlijk. Bijzonder zijn 2 grote kuilen die we aan de rand van de nederzetting hebben gevonden. Deze waren tot aan de rand gevuld met vuursteen. Het gaat hier om duizenden stukken vuursteen, van smalle lange klingen tot zeer grote brokken. Het idee is dat op deze plek een vuursteensmid aan het werk is geweest die de grote brokken vuursteen terplekke bewerkte om fijne werktuigen te produceren. Dat hij of zij daarbij niet zuinig met het vuursteen omging getuigen de enorme aantallen vuursteen wel. Doorgaans vinden we enkele tot enkele tientallen stukken vuursteen in een kuil. Een dergelijke hoeveelheid is in Nederland nog niet aangetroffen. Vandaar dat we de inhoud van deze kuilen geheel uitzeven zodat elk splintertje wordt geborgen. Prachtig zijn de diverse klingkernen, het restant van een stuk vuursteen nadat de lange smalle klingen of messen er vanaf zijn geslagen. Prachtig is de techniek te zien die de bewerker van het vuursteen hanteerde. Uiteindelijk zullen de sporen en vondsten het verhaal vertellen van het bandkeramische boerendorpje Hoogcanne zoals het inmiddels al is gedoopt. Het dorp heeft daar ongeveer 100 jaar gestaan voordat het werd verlaten.

Grote brokken vuursteen worden geborgen uit een bandkeramische kuil
Grote brokken vuursteen worden geborgen uit een bandkeramische kuil

Waar de bandkeramische boerennederzetting zich concentreerde in een langgerekt lintdorp van ruim 500 m lang en 200 m breed, zo contrasteert dit met de ijzertijdboeren die ruim 4000 jaar later de Cannerberg beakkerden. Vanaf de late bronstijd vinden we bewijs dat de Cannerberg opnieuw werd bewoond. Maar waar de bandkeramische boeren grote huizen bouwden, zien we dat de ijzertijdboeren dit eigenlijk niet doen. Sterker nog, we hebben eigenlijk maar 1 huis gevonden. Maar wel een prachtig exemplaar van 25 x 6 m. Die komen we in Zuid Limburg maar zeer zelden tegen. Wat we wel veel terugvinden zijn voorraadschuren. Kleine gebouwtjes die bestaan uit 4, 6, 8 of 9 palen. In totaal zijn 13 schuurtjes opgegraven. Te klein om in te wonen maar groot genoeg om je gewassen in op te slaan. Dat deden ze ook onder de grond. Ook uit deze tijd vinden we silokuilen terug; tientallen zelfs. De gedachte was dat in deze tijd de klimatologische omstandigheden zo optimaal waren dat er een overproductie aan vooral graan was. Veel van de Cannerberg zal dan ook bebouwd zijn geweest met gewassen ipv huizen. In een aantal afvalkuilen vinden we de resten terug die refereren aan het dagelijkse leven: (versierd of met slib besmeten) aardewerk, kookstenen, maalstenen en hutteleem. Leem dat op de vlechtwerkwanden was gesmeerd en waar de indrukken van de twijgen nog in te zien zijn. De bandkeramiekers lijken op basis van de inhoud van de afvalkuilen nog redelijk proper te zijn geweest. De ijzertijdkuilen zijn wat dat betreft qua inhoud een rommeltje. Toch zitten ook daar prachtige exemplaren tussen. Het mooiste voorbeeld is de kuil waarin de 15 weefgewichten en maalsteen (een napoleonshoed) in gelegen waren.

Een prachtig ijzertijdkommetje waarvan de bovenkant net mist wordt getoond (foto: M. Hemminga)
Een prachtig ijzertijdkommetje waarvan de bovenkant net mist wordt getoond (foto: M. Hemminga)

Uit de Romeinse tijd hebben we een gebouwtje teruggevonden en een handvol kuilen. Onduidelijk is hoe we deze moeten interpreteren. Hebben de Romeinen ook hier geakkerd of is er toch wat anders gebeurd? In ieder geval niet zo intensief als de bandkeramiek of ijzertijdboeren hebben gedaan.

Archeologische opgraving van start op Cannerberg

Deze week is op de Maastrichtse Cannerberg een grote opgraving naar de periode van Bandkeramiek van start gegaan. In totaal wordt ongeveer 3,5 hectare (oftewel 7 voetbalvelden) opgegraven. Archeologen verwachten vondsten uit de periode van Lineaire Bandkeramiek, de Brons- en IJzertijd en de Romeinse Tijd.

De opgraving vindt plaats in het kader van A2 Maastricht. Voor de realisatie van het plan De Groene Loper voor A2 Maastricht zijn tussen Europaplein in het zuiden van de stad en de Landgoederenzone in het noorden van de stad op verschillende plekken bomen gekapt. Ter compensatie wordt in het najaar door tunnelbouwer Avenue2 op de Cannerberg het Millenniumbos uitgebreid met zo’n 9 hectare natuur. De uitbreiding van het bos is een wens van de gemeente Maastricht. Maar eerst moet er belangrijk archeologisch onderzoek worden gedaan. Daarvoor heeft het Projectbureau A2 Maastricht archeologen van Archeologisch Onderzoek Leiden (Archol) ingehuurd.
Wethouder archeologie Gerdo van Grootheest: “In Maastricht zijn in de afgelopen jaren verschillende unieke vondsten gedaan. Denk aan het paardengraf in Borgharen en de gouden munten in Amby. Ook de Cannerberg belooft een zeer interessante opgraving te worden, we zijn benieuwd wat er precies gevonden gaat worden. Zo blijkt maar weer dat het Maastrichtse verleden springlevend is.”

Hoge verwachtingen
Onder vakgenoten zijn de verwachtingen hoog gespannen. Archeoloog Gilbert Soeters van gemeente Maastricht: “Het belooft een zeer interessante opgraving te worden. Door vooronderzoek weten we al dat er op de Cannerberg minstens drie archeologische periodes aanwezig zijn: de Bandkeramiek (ca 5.000 voor Chr.), de Late Brons- en Vroege IJzertijd (ca 1.000 tot 500 voor Chr.) én de Romeinse periode (50 voor Chr. tot ca 400 na Chr.).”

Met name de verwachte bandkeramische vondsten zijn zeer speciaal. Archeoloog en projectleider Ivo van Wijk van Archol: “Bandkeramiek wordt vaak vereenzelvigd met de Westelijke Mijnstreek: in Sittard, Geleen, Beek, Stein en Elsloo zijn in de afgelopen eeuw meerdere Bandkeramische opgravingen uitgevoerd. Hoewel de allereerste Bandkeramische vondsten in Maastricht werden gedaan is het onderzoek hier daarna wat onderbelicht geraakt.” Wat aan deze opgraving verder erg interessant belooft te worden, is dat de archeologen waarschijnlijk heel duidelijk kunnen gaan zien hoe een bandkeramisch dorp was opgebouwd en hoe de verschillende huiserven ten opzichte van elkaar lagen. Van Wijk: “Bij de vondstplekken in de Westelijke Mijnstreek liggen die huiserven meestal kriskras door en over elkaar, waardoor het heel lastig is om ze te onderzoeken. Hier op de Cannerberg liggen ze waarschijnlijk veel ‘netter’ naast elkaar. Voor mij als archeoloog is dat heel spannend!”

Meegraven?
Het onderzoek is ook opgezet als gemeenschapsproject waarbij belangstellenden de mogelijkheid hebben om zelf in het onderzoek te participeren. Via de Archeologische Vereniging Limburg kunnen vrijwilligers zich opgeven om mee te graven met de archeologen. Het verloop van de opgravingen is o.a. te volgen via www.a2maastricht.nl.

20130425-185109.jpg

In samenwerking met de Faculteit der Archeologie, Rijksmuseum van Oudheden, Thermenmuseum, gemeente Maastricht, Universiteit Leuven, KFInheritage, Mosasaurusfilm, Archeologie Vereniging Limburg en Projectbureau A2Maastricht zal ARCHOL het onderzoek uitvoeren.

20121209-103201.jpg

TV Bandkeramiek

Enige weken geleden stond de opgraving van Elsloo weer volop in de belangstelling. MosasaurusFilm in samenwerking met KFproductions, filmen een documentaire over de bandkeramiek waarbij het onderzoek in Elsloo een centrale rol speelt. Tijdens de opgraving afgelopen zomer hebben zij onder tropische omstandigheden reeds verscheidene dagen de veldwerkzaamheden gefilmd. Het gehele werkproces vanaf het aanleggen van het opgravingsvlak tot aan het bemonsteren van de sporen werd vanaf de grond maar ook vanuit de hoogte gefilmd. Het leverde spectaculaire beelden op.
Afgelopen dinsdag werd vooral het analysetraject gefilmd waarin de onderzoekers hun verhaal deden. Op het kantoor van Archol werd gefilmd en kwamen de verschillende vondsten aan bod en werd uitgebreid ingegaan op de vele facetten van het bandkeramisch aardewerk.
In een wat gemoedelijkere setting werden de eindresultaten van de verschillende opgravingscampagnes uit 2006 en 2012 besproken en gepast binnen het grote onderzoek van Modderman in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw in Elsloo.
Doel van de filmopnamen is het verzorgen van een aflevering voor de alom geprezen tv serie Expeditie Limburg die voor L1 in opdracht van de provincie Limburg werd gemaakt. Een nieuw seizoen van deze serie zal in ieder geval opgesierd worden met de opgravingen in Elsloo.

20121127-154630.jpg

De filmopnamen in volle gang: Piet van de Velde verhaalt over het bandkeramische aardewerk.

[News] Lezingenmiddag “Limburg” in RMO: Archeologische ontdekkingen

bron: Leids Nieuwsblad

Archeologen uit de provincie Limburg spreken vrijdag 26 oktober van 14.30 tot 16.30 uur over unieke ontdekkingen en hun onderzoek tijdens de 12 Provinciën Lezingen in het Rijksmuseum van Oudheden. Het museum en Hazenberg Archeologie organiseren elke 2 maanden een lezingenmiddag waarbij telkens de archeologie van een andere provincie besproken wordt. Na edities waarin de provincies Friesland, Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland aan bod kwamen, is het nu de beurt aan Limburg.

Conservator Luc Amkreutz van het Rijksmuseum van Oudheden doet samen met Archol onderzoek naar vindplaatsen van ‘de Bandkeramiek’ in Limburg, de vroegste boerencultuur in Nederland (circa 5300 v. Chr.). Over het onderzoeksproject “Terug naar de Bandkeramiek” is in het museum tot en met 25 november een kleine tentoonstelling te zien.

Provinciaal archeoloog Karianne Winthagen vertelt over het icoon van het Limburgse verleden: de Maas. Door de bewoners van Limburg is de Maas verkozen tot ‘Het Landmark Limburg’. In een reis langs de Maas beschrijft Winthagen de Limburgse cultuurhistorische rijkdom, ambities en dilemma’s.

 

Vraagtekens

Conservator Karen Jeneson van het Thermenmuseum gaat de discussie aan over de behoefte aan nieuw onderzoek naar Romeins Limburg. Over het Romeinse verleden van Zuid-Limburg is in het verleden al veel gezegd en geschreven. Maar zelfs na 150 jaar onderzoek staan er nog verrassend veel vragen open. Jeneson gaat met name in op de vraagtekens omtrent de Romeinse nederzetting in Heerlen.

De gemeentearcheoloog van Venlo, Maarten Dolmans, spreekt over de mikwe van Venlo, een joods badhuis uit de 14e eeuw. Deze werd in 2004 ontdekt midden op de Oude Markt tijdens een grootschalig archeologisch onderzoek aan de Maasboulevard. De mikwe, de oudste van Nederland, is in zijn geheel geborgen en te zien in het Limburgs Museum in Venlo.

AM

LBK Odyssee in Archeologie Magazine

In het laatste nummer van ArcheologieMagazine is een artikel gewijd aan ons Odysseeproject. Het geeft een inkijk in de eerste resultaten ondersteunt door prachtig beeldmateriaal. Het artikel is hier te bezichtigen in PDF formaat

Download209 downloads

 

Meer artikels over archeologie in Nederland en in het buitenland zijn te lezen in het ArcheologieMagazine of Archeologie Online.

 

ELSLOO

[news] LBK opgraving Elsloo van start

De bandkeramische nederzetting van Elsloo is met ruim 95 gebouwen en vele honderden grote kuilen/structuren de grootste opgegraven nederzetting uit het Vroege Neolithicum van Nederland. De combinatie met een uitgestrekt grafveld dat deels kon worden onderzocht maakt de vindplaats uniek in zijn soort en daarmee kan de vindplaats beschouwd worden als een typesite voor deze periode in onze geschiedenis. Het onderzochte deel van de nederzetting bestond uit de paalsporen en wandgreppels van gebouwen (huizen) van diverse formaten, grote kuilen langs de huizen (zgn. langskuilen), verschillende clusters grote kuilen waarvan de functie niet altijd duidelijk is, nederzettingsgreppels en silo’s (opslagkuilen voor granen ed.).
Het onderzoek naar de bandkeramische nederzetting te Elsloo startte in 1958. Tussen 1958 en 1967 is onder leiding van prof. dr. P. Modderman een groot deel van de bandkeramische nederzetting te Elsloo-Koolweg opgegraven. Hierbij is de vondstrijke bovenzijde van de sporen selectief onderzocht. In 1966 werd ten noorden van Burg. De Witstraat een (deel van een) begraafplaats uit dezelfde periode opgegraven, bestaande uit 113 graven, waaronder 47 crematie- en 66 inhumatiegraven.
In 2006 zijn ten behoeve van fase I Elsloo-Riviusstraat, een woningbouwproject van Stichting Maaskant Wonen, aansluitend aan het onderzoeksterrein van Modderman sporen gevonden van acht bandkeramische huizen en de daarbij naastgelegen langskuilen aangetroffen. Eveneens zijn twee grote kuilencomplexen aangetroffen waar verschillende silokuilen waren uitgegraven die een speciale activiteitenzone binnen de nederzetting vertegenwoordigden.
31 juli gaat fase II Elsloo Riviusstraat van start. De gehele maand augustus zal een aanvullend stuk in het centrum van de nederzetting worden opgegraven. Naar verwachting zullen we minimaal 12 bandkeramische huizen met bijbehorende kuilen en vondsten aansnijden en opgraven. Naast de registratie van deze grondsporen zal ook de nodige aandacht besteed worden aan specialistisch onderzoek.

 

Werken aan de huizen

Recent onderzoek van de bandkeramische nederzetting Stein- Heidekampweg

Tijdens de aanleg van een aardgasleiding ten behoeve van de Swentiboldcentrale van Chemelot aan de oostkant van Stein in mei 1998 werd, een tot dan toe nog onbekende grote bandkeramische nederzetting gevonden. De bandkeramische sporen in het leidingtracé, gelegen langs de Heidekampweg, waren ontdekt door lokaal archeoloog Wim Hendrix, die met een kleine enthousiaste groep, de sporen gelukkigerwijs kon onderzoeken. De vondsten wezen op een nederzetting uit de oude periode van de bandkeramiek met een doorloop naar de jonge periode. Verder onderzoek heeft niet direct na de eerste ontdekking kunnen plaatsvinden. Pas in het voorjaar van 2011 kon in het kader van de geplande verbreding van de A2 nieuw onderzoek worden verricht.

“Oud” onderzoek
In de omgeving van de ontdekte bandkeramische nederzetting Stein-Heidekampweg blijken nog meer waarnemingen van bandkeramische sporen te zijn gedaan. Op zich niet vreemd aangezien de locatie zich op het Graetheideplateau bevindt, te midden van een groot aantal bandkeramische nederzettingen, die alle tot de Graetheidecluster behoren. De bandkeramische resten die zijn gevonden tijdens het uitgraven van het gasleidingtracé, blijken niet de enige in de nabijheid te zijn geweest. Zo zijn in de jaren 1930 door de bekende Limburgse pioniers Beckers & Beckers ook vondsten gedaanop het huidige Chemelotterrein, aan de oostkant van de huidige A2 en ten noordoosten van de Heidekampweg. Iets meer ten zuiden daarvan zijn, door de lokaal archeologen Hendrix en Vromen, in 1986 bij de aanleg van leidingen en bassins, grondsporen en vondsten waargenomen daterend uit de Bandkeramiek (Vromen en Hendrix 1990). Hoewel de werkzaamheden van dien aard waren dat het doen van waarnemingen haast onmogelijk was, konden toch enkele bandkeramische sporen en vondsten worden gedocumenteerd alsmede enkele ijzertijdvondsten en sporen. Al in 1998 werd door Wim Hendrix vermoed dat de nederzetting Stein-Heidekampweg deel uitmaakt van een groter geheel (geschatte omvang 10-15 ha) en dat deze nederzetting in de jaren 1960 met de A2 onopgemerkt overbouwd is.

Sleuven door de huizen
In het kader van de verbreding van de A2 nabij het knooppunt Kerensheide, kon nader onderzoek uitgevoerd worden van de nederzetting Heidekampweg. Aan weerszijde van de snelweg werd in eerste instantie een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd om te bepalen tot hoever de nederzetting zich uitstrekte. Maar ook om te kijken of er nog andere archeologische resten aanwezig waren, want al eerder waren namelijk sporen en vondsten uit de ijzertijd aangetroffen.
Tijdens het onderzoek werden maar liefst drie huisplattegronden uit de periode van de Bandkeramiek gevonden. De proefsleuven sneden bijna dwars door de huizen, maar door de robuustheid van de sporen konden deze toch als zijnde bandkeramisch geduid worden. Opmerkelijk was dat de proefsleuven relatief “leeg” waren en dat delen van een bandkeramische nederzetting zijn aangesneden met een relatief lage vondstdichtheid. Dit in tegenstelling tot bekende bandkeramische nederzettingen zoals Elsloo-Koolweg, Geleen-Janskamperveld en Stein-Keerenderkerkweg, waarbij de huizen zeer dicht bij elkaar zijn gebouwd, hoewel natuurlijk niet gelijktijdig. Uit het proefsleuvenonderzoek kwam dus een beeld naar voren dat de huizen en bijhorende erven redelijk ruim over de nederzetting verspreid lagen hetgeen veel kansen biedt voor verder onderzoek.

In de uitbreiding: huizen!
Vrijwel direct na afloop van het proefsleuvenonderzoek werd een opgraving uitgevoerd. Hoewel de verbreding van de A2 een beperkte verstorende werking had op de verwachte archeologische resten, werden toch enkele delen bedreigd. Ter plaatse van de geplande bermsloten zijn archeologische sporen en resten vlakdekkend opgegraven. Tevens zijn ter hoogte van aangesneden huisplattegronden enkele uitbreidingen gerealiseerd, waarbij het gehele vlak is blootgelegd. Op deze manier kon een nadere waardebepaling worden gedaan door bijvoorbeeld het type huis te bepalen of door voldoende daterend materiaal uit de bijhorende langskuilen te bergen. Ook is het vlak uitgebreid ter hoogte van clusters van ijzertijdsporen. Op deze manier is beter inzicht verkregen in de datering en aard van de nederzettingen en daarmee de bewoningsgeschiedenis van het gebied.
Aan de oostkant (terrein Chemelot) werden maar liefst vijf bandkeramische huizen teruggevonden en ten westen van de A2 zelfs zeven huizen (!). In de periode van de Bandkeramiek
blijken huizen redelijk eenduidig opgebouwd te zijn. Daarnaast zijn ze bijna allemaal ZO-NW georiënteerd. LBK-huizen werden volgens een aantal vaste, rechthoekige patronen gebouwd. Deze zijn modulair opgebouwd en bestaan uit maximaal drie delen. Niet alle mogelijke combinaties van deze modules komen voor: alle huizen hebben een zg. middendeel, veel hebben een aangebouwd achterdeel, en van deze laatste groep vertoont een belangrijk percentage ook nog een voordeel . Losse middendelen zijn ook niet ongebruikelijk, namelijk het type 3 huis. Op basis van de huistypologie, zoals deze door Modderman en Waterbolk in 1970 is opgesteld, kunnen de huizen van de nederzetting Stein-Heidekampweg geduid worden. Hoewel ze niet allemaal compleet konden worden opgegraven, is toch duidelijk geworden dat het hierbij gaat om drie huizen van het type 1b, een huis van het type 2c en één type 3 huis. Van belang is de vondst die werd gedaan in de laatste meters van de opgraving. Aan de zuidelijke grens van het plangebied werd namelijk nog het zuidoostelijke deel (voordeel) van een type 1ahuis gevonden. Aan type 1a-huizen wordt een bijzondere waarde aan toegeschreven. Aangezien dit het grootste huistype is waarvan de wand geheel van planken of balken is opgetrokken, wordt algemeen verondersteld dat in dat huis een vooraanstaand, of belangrijkste gezin van de groep woonde. Omdat type 1a-huizen relatief zeldzaam zijn, hebben de bewoners wellicht een bijzonderdere plaats in het dorp ingenomen (Van de Velde 2008).
Eén huis verdwijnt helaas onder de A2 maar wel is nog een zgn. Außengräben of buitengreppel te zien. Aan de westkant van de A2 zijn meer huisplattegronden (6) herkend waarvan nog onduidelijk is tot welk type of welke typen ze horen. Wellicht dat toekomstig onderzoek meer duidelijkheid kan brengen. Vooralsnog worden ze niet door werkzaamheden in het kader van de verbreding A2 bedreigd.

De nederzetting Stein-Heidekampweg
Als we alles wat tot nu toe is aangetroffen op een rijtje zetten, kan een beeld geschapen worden hoe de nederzetting Stein- Heidekampweg er uit heeft gezien. Van belang daarvoor is om
het landschap te bestuderen waarbinnen de waarnemingen zijn gedaan. De nederzetting is gelegen op een lössglooiing die enigszins noordoost-zuidwest georiënteerd is. Dwars op deze glooiing , op de zuidelijke en westelijke meer vlakke helling, zijn de bandkeramische huizen gebouwd. De ruim opgezette nederzetting kenmerkt zich door enigszins verspreid liggende bandkeramische erven die bijna gedurende de hele periode van de bandkeramiek (5225 – 4950 v. Chr.) in gebruik lijken te zijn geweest. Indien we het huizenaantal dat tot nu toe is opgegraven, vertalen naar de totale omvang (in tijd) van de nederzetting, dan kan met gemak gesteld worden dat hier meer dan 80 huizen hebben gestaan.