[News]Verzamelaars leefden samen met boeren

Jager-verzamelaars en boeren leefden meer dan tweeduizend jaar samen in Europa.
Dat schrijven antropologen van de Johannes Gutenberg University Mainz deze week in Science.
Dit is opvallend, omdat onderzoekers tot nu toe dachten dat de verzamelaars snel verdwenen nadat er boeren kwamen. Tot 7500 jaar geleden waren alle Europeanen jager-verzamelaars.
Rond die tijd kwamen de boeren naar Europa, vanuit gebieden die we nu kennen als Syrië, Irak en Iran, zo bleek uit eerder genetisch onderzoek van dezelfde universiteit.
Vanaf 7500 jaar geleden zijn er bovendien weinig overblijfselen van de jager-verzamelaars gevonden. Men nam dus aan dat de verzamelaars waren uitgestorven of dat ze boeren waren geworden. Uit het nieuwste onderzoek blijkt echter dat ze hier nog tot 5000 jaar geleden leefden, veel langer dan tot nu toe werd aangenomen.

Kinderen
Vrouwelijke verzamelaars trouwden wel met boeren, maar andersom trouwden er geen boerinnen met verzamelaars. Boerinnen wilden geen relatie met een verzamelaar, omdat ze met boeren meer kinderen konden krijgen.
De vraag is welke invloed beide bevolkingsgroepen hebben op de genen van de huidige Europese bevolking. Ook daar formuleerden de antropologen een antwoord op. We blijken zowel van de jager-verzamelaars als de boeren af te stammen, al blijft het een raadsel hoe en in welke mate hun genetisch materiaal met elkaar gemengd is.

Voor een uitgebreidere uitleg en het gepubliceerde artikel zie hier of meer recent deze of deze.

Door: NU.nl/Desiree Hoving

Abstract van het Science Artikel (Bramanti et al 2009)
After the domestication of animals and crops in the Near East some 11,000 years ago, farming had reached much of central Europe by 7500 years before the present. The extent to which these early European farmers were immigrants or descendants of resident hunter-gatherers who had adopted farming has been widely debated. We compared new mitochondrial DNA (mtDNA) sequences from late European hunter-gatherer skeletons with those from early farmers and from modern Europeans. We find large genetic differences between all three groups that cannot be explained by population continuity alone. Most (82%) of the ancient hunter-gatherers share mtDNA types that are relatively rare in central Europeans today. Together, these analyses provide persuasive evidence that the first farmers were not the descendants of local hunter-gatherers but immigrated into central Europe at the onset of the Neolithic.

Nieuws_Bandkeramiek-540x304

Documentaire Bandkeramiek | Mosasaurusfilm

In samenwerking met Archol, Museum Het Domein, het Rijksmuseum van Oudheden, Moerveld – praktisch educatief buitencentrum, Maaskant Wonen en de Gemeente Stein realiseerden Mosasaurusfilm en KF InHeritage de korte documentaire Bandkeramiek.

 

Bekijk de trailer hier:

Zo’n 13.000 jaar geleden vond er in het Midden-Oosten een revolutionaire gebeurtenis plaats: mensen gingen voor de eerste keer permanent op één plek wonen. Voor die tijd trokken alle mensen op aarde als nomaden door het landschap. Nu werden ze boer. Deze eerste boeren verspreidden zich door Europa over een periode van duizenden jaren. 7.000 jaar geleden kwamen ze ook aan in Nederland. Of meer precies, in het tegenwoordige Limburg.

Mysterie
De Bandkeramiek heeft in Limburg maar heel kort bestaan: ca. 300 jaar, oftewel 10 generaties. Twee tot drie generaties voor het einde is er nog een behoorlijke bevolkingsgroei maar vanaf 4.950 voor Christus vinden we geen sporen meer. Wat is er gebeurd waardoor het volk van de Bandkeramiekers zo plotseling van de aardbodem verdween…?

Archeologische opgravingen
De bandkeramische nederzetting van Elsloo (L) is met ruim 95 gebouwen en vele honderden grote kuilen/structuren de grootste opgegraven nederzetting uit het Vroege Neolithicum van Nederland. De combinatie met een uitgestrekt grafveld dat deels kon worden onderzocht maakt de vindplaats uniek in zijn soort en daarmee kan de vindplaats beschouwd worden als een typesite voor deze periode in onze geschiedenis. Het onderzochte deel van de nederzetting bestond uit de paalsporen en wandgreppels van gebouwen (huizen) van diverse formaten, grote kuilen langs de huizen (langskuilen), verschillende clusters grote kuilen waarvan de functie niet altijd duidelijk is, nederzettingsgreppels en silo’s (opslagkuilen voor granen e.d.).

Het onderzoek naar de bandkeramische nederzetting te Elsloo startte in 1958. Tussen 1958 en 1967 is onder leiding van prof. dr. P. Modderman een groot deel van de bandkeramische nederzetting te Elsloo (Koolweg) opgegraven. Hierbij is de vondstrijke bovenzijde van de sporen selectief onderzocht. In 1966 werd ten noorden van Burg. De Witstraat een (deel van een) begraafplaats uit dezelfde periode opgegraven, bestaande uit 113 graven, waaronder 47 crematie- en 66 inhumatiegraven.

In 2006 zijn ten behoeve van fase I Elsloo-Riviusstraat, een woningbouwproject van Stichting Maaskant Wonen, aansluitend aan het onderzoeksterrein van Modderman sporen gevonden van acht bandkeramische huizen en de daarbij naastgelegen langskuilen aangetroffen. Eveneens zijn twee grote kuilencomplexen aangetroffen waar verschillende silokuilen waren uitgegraven die een speciale activiteitenzone binnen de nederzetting vertegenwoordigden.

Op 31 juli 2012 is fase II Elsloo Riviusstraat van start gegaan. De gehele maand augustus is een aanvullend stuk in het centrum van de nederzetting opgegraven. Naar verwachting worden minimaal 12 bandkeramische huizen met bijbehorende kuilen en vondsten aangesneden en opgegraven.

Expeditie Limburg
Expeditie Limburg – ontdek het verleden is een TV- en internetserie van filmmaker Robin Peeters en cultuurhistoricus Kris Förster. De productie is in handen van Mosasaurusfilm. De serie beslaat veel onderwerpen: cultuur, folklore, geschiedenis, mensen, mysteries, natuur, wetenschap en meer. Bandkeramiek is een aflevering uit Expeditie Limburg en vormt tevens de basis van een in ontwikkeling zijnde lange documentaire over de Bandkeramische cultuur.

EAA logo_small

Odyssee naar Pilsen (Tsjechië)

Komende week gaat het Europees Archeologie Congres (EAA) van start in Pilsen. Vanuit de Odyssee wordt een sessie georganiseerd en zullen ook twee lezingen worden verzorgd. Het volledige programma en de abstracts zijn hieronder weergegeven:

 

Programma
08:30–08:50 A36.01: In between LBK worlds: The Mosel area through the Luxemburg case study by Anne Hauzeur (National Center of Archaeological Research, Luxembourg)

08:50–09:10 A36.02: House, Household and Village in the LBK in Little Poland by Lech Czerniak (University of Gdansk, Poland)

09:10–09:30 A36.03: Storage pits, graves and cult features within longhouses. New aspects of LBK house characteristics (in Little Poland). by Adriana Badtke (University of Gdansk, Poland)

09:30–09:50 A36.04: What the large LBK longhouse means and what happened after LBK boom in Central Europe? by Jaromír Beneš (University of South Bohemia, Czech Republic), Václav Vondrovský (University of South Bohemia, Czech Republic)

09:50–10:10 A36.05: This land is your land, this land is my land. Is there uniformity in the Dutch Bandkeramik settlement patterning? by Ivo van Wijk (Archeological Research Leiden (ARCHOL), The Netherlands)

10:10–10:30 Discussion

10:30–11:00 Coffee break

11:00–11:20 A36.06: Linking Lithics. Interpreting flint raw material diversity in the Dutch Linearbandkeramik (LBK) by Marjorie de Grooth (retired, Germany)

11:20–11:40 A36.07: Flint, obsidian and radiolarite: distribution of the stone raw materials in early farming societies of Lesser Poland by Jarosław Wilczyński (Institute of Systematics and Evolution of Animals, Polish Academy of Sciences, Poland)

11:40–12:00 A36.08: Regional and social diversity of earliest LBK in southwestern Germany by Hans-Christoph Strien (Johannes Gutenberg-Universität, Germany)

12:00–12:20 A36.09: Your mother smelled of elderberries: the changing role of ‘hunter-gatherer’ ceramics in an LBK context by Daniela Hofmann (Universität Hamburg, Germany)

12:20–13:00 Discussion

13:00–14:00 Lunch break

14:00–14:20 A36.10: Tracing new lines of development: a technological study of the Linearbandkeramik and Blicquy/Villeneuve-Saint-Germain ceramic assemblages from Hesbaye (Belgium) by Barbara van Doosselaere (University of Namur-FUNDP/University of Paris 1-UMR 8215, Belgium), Louise Gomart (Loránd Eötvös University – ELTE, Hungary), Laurence Burnez-Lanotte (University of Namur-FUNDP/University of Paris 1-UMR 8215, Belgium)

14:20–14:40 A36.11: A matter of degree: investigating LBK diversity through isotopic analysis by Penny Bickle (University of Bristol, UK)

14:40–15:00 A36.12: Burial architecture at the end of the western Bandkeramik (Paris basin): innovation or a common pattern? by Corinne Thevenet (UMR 8215-Trajectoires, France)

15:00–15:20 A36.13: Ritual-burial complex of LBK in Niezvisko on the Dniester, the western Ukraine by Maciej Dębiec (Pracownia Archeologiczna “Obsydian”, Poland)

15:20–15:40 A36.14: Diversity in ritual practices at the end of the Linear Pottery Culture (Linienbandkeramik) by Andrea Zeeb-Lanz (Generaldirektion Kulturelles Erbe Rheinland-Pfalz, Germany), Fabian Haack (Generaldirektion Kulturelles Erbe Rheinland-Pfalz, Germany)

15:40–16:00 Discussion and synthesis

 

abstracts can be downloaded here.

Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht

LBK weer thuis!

Zoals ook de wet van Malta propageert is het een belangrijke taak voor de archeologie dat de informatie over nieuwe ontdekkingen en vondsten ook gecommuniceerd  wordt naar een breder publiek. Binnen het Odyssee-project zijn we die verplichting ook aangegaan tegenover NWO en dat is uitgemond in onder meer deze website en een kleine tentoonstelling, getiteld ‘de eerste Boeren’ in het Rijksmuseum van Oudheden, waarover eerder al werd bericht. Nu is die communicatie noodzakelijk maar ze blijft toch ook in enige mate abstract omdat het de verslaglegging van een onderzoek en resultaten betreft, van deels nog niet afgerond onderzoek, en buiten de directe context van het gevondene. Vanuit het perspectief van het RMO is dat een van de manco’s, het gemis van een landschappelijke omgeving, waar een verhaal echt thuis hoort. Gelukkig bleef het daar niet bij. Vrij kort na de presentatie meldde zich, onder meer,  het Thermenmuseum in Heerlen in de persoon van conservator Karen Jeneson. Men was erin geïnteresseerd de presentatie over te nemen. Hoewel het zwaartepunt van het Thermenmuseum natuurlijk de Romeinse bewoning van Zuid-Limburg betreft, heeft men geen oogkleppen op en heeft, zeker ook binnen het samenwerkingsprogramma Historisch Goud, de ambitie om de Limburgse archeologie breder in de kijker te spelen. Daarom toog ik eind juni dan ook naar mijn geboorteplaats om samen met Karen de tentoonstelling in te richten.  Hoewel de presentatie voor een belangrijk deel dezelfde is als in Leiden, heeft de tentoonstelling door het ruimtegebruik, de andere vitrines, met andere afmetingen en de aparte plek voor de maquette toch een andere ‘feel’. Sommige stukken zijn beter te zien en je kijkt er op een andere manier naar. In de communicatie naar buiten ligt het accent ook meer op de rol van de LBK in Limburg met als titel: ‘De eerste boeren. Over de bandkeramiek op de Zuid-Limburgse lössgronden’. Opvallend is ook de tekst op de website: ‘Met deze presentatie zijn de schatten van Limburg weer terug op Limburgse bodem!’ Het lijkt me goed dat op te vatten als een positieve vorm van chauvinisme, waarbij het doel is de mix van beheer van archeologische objecten, onderzoek, het maken van tentoonstellingen en het tonen van vondsten en nieuwe ontdekkingen nationaal en regionaal zoveel mogelijk te maximaliseren. De tentoonstelling is in ieder geval nog tot en met 1 juni 2014 in Heerlen te bewonderen en zoals eerder al werd bericht zal in het najaar een lezingenprogramma plaatsvinden. Houd de website van het Thermenmuseum in de gaten: http://www.thermenmuseum.nl/activiteit/de-eerste-boeren-van-nederland.

Tweetal vitrines van "De eerste boeren', Thermenmuseum Heerlen
Tweetal vitrines van “De eerste boeren’, Thermenmuseum Heerlen
Een vitrine met dissels, vuursteen, en een maalsteen 'De eerste boeren' Thermenmuseum Heerlen
Een vitrine met dissels, vuursteen, en een maalsteen ‘De eerste boeren’ Thermenmuseum Heerlen
maquette Elsweiler 'De eerste boeren' Thermenmuseum Heerlen
maquette Elsweiler ‘De eerste boeren’ Thermenmuseum Heerlen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een ander voorbeeld is de presentatie die onlangs in Maastricht opende naar aanleiding van de opgraving van de bandkeramische nederzetting op de Cannerberg. In samenwerking met Archol en de gemeente Maastricht/Centre Céramique is hier, na gunning van het project, door het Rijksmuseum van Oudheden en Centre Céramique een presentatie gemaakt, getiteld: ‘De eerste Maastrichtenaren waren tóch boeren’ (zie: http://erfgoed.centreceramique.nl/index.php?id=3985). Samen met conservator Wim Dijkman richtte ik daar medio juli de presentatie in.

De mini-expo die nog tot 1 september loopt biedt een eerste blik op de ontdekkingen gedaan op de Cannerberg. Zo komen, (naast een stuk ontdekkingsgeschiedenis, dat begint met de brief van Kengen aan Holwerda en tevens een vitrine met vondsten van ontdekker Hub Philippen), diverse vondsten uit de bandkeramiek, ijzertijd, Romeinse tijd en moderne periode aan bod.

Bijzonder is dat de tentoonstelling slechts enkele weken nadat de laatste schep de grond in was gegaan plaatsvond: de modder zat er soms nog aan. Op die manier konden de mensen uit Maastricht, die al via diverse artikelen en filmpjes op de hoogte van de ontdekkingen waren gehouden meteen een kijkje komen nemen van/bij hún erfgoed. Op die manier merk je dat wat door de archeologen de nederzetting ‘Hoogcanne’ is gedoopt al snel onderdeel van het culturele repertoire van de Maastrichtenaren wordt. Hoewel ik als boer uit Segietere natuurlijk vooral trots was op  de titel, bleek die associatie en ‘het claimen van het verleden’ ook uit de Maastrichtse versie ervan: ‘dus de eerste boeren waren Maastrichtenaren’.

Een mooie kroon op deze Blitztentoonstelling vormt de reconstructietekening die door Mikko Kriek gemaakt is. Doordat een deel van de uitwerking van de gegevens al tijdens het veldwerk plaatsvond was er op het niveau van de nederzetting zelf al heel wat informatie beschikbaar. Aan de hand daarvan en de input van verschillende experts kon een tot de verbeelding sprekende reconstructie van ‘Hoogcanne’ gemaakt worden. Juist dat soort beeldende elementen brengt voor veel mensen het verleden dichterbij.

Uit beide voorbeelden spreekt de waarde van het tonen van cultureel erfgoed in de regio waar het gevonden wordt. In het geval van Heerlen de ambitie om een podium voor Limburgse archeologie te zijn en in het geval van Maastricht door het publiek direct bij recent ontdekt erfgoed te betrekken. De rol van het RMO krijgt in dit soort projecten ook steeds meer gestalte. Uit de plannen voor het nieuwe museumbestel en in de in juni verschenen museumbrief van het ministerie van OCW blijkt dat deze rol ook degene is die van ons in de toekomst wordt verwacht. Het RMO is in die zin een centraal museum of moedermuseum dat niet alleen in huis, maar juist ook regionaal haar collectie en kennis inzet in publiekscommunicatie. Van enkel een instituut worden we wellicht ook meer een netwerk en een merk. De enthousiaste samenwerking met de collega’s in Maastricht en Heerlen, maar ook bv. in Ede afgelopen jaar vormt daar een voorbeeld van. Wellicht hebben we de periode van parochialisme versus Bovenmoerdijkse arrogantie, waarmee Holwerda al kampte nu wel definitief achter ons gelaten.

door Luc Amkreutz

Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Ivo van Wijk oreert over de reconstructieplaat van Mikko Kriek, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Net uit het Veld'Cannerberg Centre Céramique Maastricht
Net uit het Veld’Cannerberg Centre Céramique Maastricht
Overzicht van de tentoonstelling, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht
Overzicht van de tentoonstelling, Cannerberg, Centre Céramique Maastricht

[News] Of muck and men

Is de löss wel zo vruchtbaar als we denken of hadden de Bandkeramiekers toch hulpmiddelen om een goede oogst binnen te halen. De laatste jaren komen gegevens naar voren die er op wijzen dat de akkers werden bemest. Dit heeft nog al wat consequenties voor onze gedachten over de bandkeramiekers. Mest moet namelijk verzameld worden en daarvoor moet je vee bij elkaar staan in plaats van ergens op een andere locatie in alle vrijheid geweid.

Onderstaand artikel gaat in op de vondst van mest in de oudste boerengemeenschappen.

Tracing the spread of agriculture into Europe so many thousands of years after it happened is among the biggest challenges facing archaeologists. But the chemical signature of the manure early farmers spread on their land remains to this day. Amy Bogaard describes how her team found it. As any gardener knows, animal manure does a brilliant job of keeping soils rich in nutrients and easy to work. Though chemical fertilizers are now widely used, manuring still plays a critical role in food production in many parts of the world today. But was it always so important? The Crop Isotope Project is the first attempt to systematically assess the importance of manuring in early farming communities, dating back thousands of years – and the results have been, well, ground-breaking. Archaeologists know where and when the ‘ingredients’ of European farming emerged – around 10,500 years ago in the Middle East’s Fertile Crescent – and we have a good grasp of how agriculture then spread into Europe. But what was early farming like? How were crops grown and animals raised? This kind of understanding is crucial for explaining how farming emerged and became established, as well as its long-term consequences. In the Middle East, growing crops and herding animals emerged at around the same time. Furthermore, the early suite of crops and livestock (wheat and barley, pulses and flax, together with sheep, goats, pigs and cattle) went on to spread together across Europe. This combined crop-and-livestock ‘package’ hints at some sort of mixed farming.

The spread of muck-spreading

Looking at how modern small-scale farmers do things shows that cultivation and herding can be mutually beneficial: crops supplement the animal diet, for example, while livestock provide manure, disturb the soil and regulate crop growth. Importantly, manure has a ‘slow-release’ effect on soils and can be beneficial for years or even decades after application; it implies long-term commitment to cultivated areas. This kind of long-term investment is at odds with the idea that early European farmers were slash-and-burn cultivators. The analogy with this form of farming, best known today in tropical latitudes, is problematic at best, but it lingers in the archaeological literature and popular imagination. If, instead, early farmers maintained arable land through manuring and other intensive practices, the implications for our understanding of their daily life, material culture and monuments are radical.

The author at an experimental site near Aleppo, Syria.
The author at an experimental site near Aleppo,
Syria.

The image of early farmers carefully tending long-established gardens and fields brings into focus a world-view that gave rise both to spectacular statements of permanence and ancestral rights – such as British and Irish megalithic tombs – but also to brutal conflict. This is reflected, for example, in the ‘mass grave’ of an early farming community at Talheim in Germany, killed by assailants wielding stone axes like those used to clear farmland. To assess the relevance and extent of manuring among early farmers, we needed to learn to identify it archaeologically. Agricultural soils are rarely preserved, so the primary evidence for ancient cultivation comes from crop remains – grains and inedible plant parts (‘chaff’) preserved mostly through charring, which renders the material biologically inert but preserves its shape. Food science, a discipline far removed from archaeology, provided the key clue: an approach used to authenticate organic produce! Previous research showed that mineral fertilizer and farmyard manure have different effects on which forms of nitrogen get incorporated into the soil and taken up by crops. Nitrogen comes in different forms, called ‘isotopes’. Mineral nitrogen is rich in the lighter stable isotope (14N), whereas farmyard manure has more of the heavier form (15N). Food scientists use this contrast to identify fertilizers applied to vegetables, to ensure that only ‘organic’ manures were used on produce that’s labeled organic. We focused on seed crops grown by farmers of the Neolithic and the Bronze Age periods – and on how manuring affected their isotope ratios. To assess these relationships, we collected modern crop material from experimental stations across Europe, including Rothamsted in Hertfordshire, set up our own experiments – at Sutton Bonington near Nottingham and in Syria, near Aleppo – and visited regions where crops are still grown in traditional ways, including Asturias in Spain, Transylvania in Romania and Evvia in Greece.

Grains of truth

Our results left no doubt. Intensive manuring has a dramatic effect on nitrogen isotope signatures in both grain and chaff of wheat and barley; moderate manuring has a correspondingly modest effect. This means we can tell how much manure was applied, if any, from nitrogen isotopes in cereals. Pulses like peas and lentils work differently: they fix nitrogen from the atmosphere, so manuring has a comparatively slight impact on their isotope ratios. Since crop material is mostly preserved by charring, a further challenge was to establish how this affects nitrogen isotopes. By experimentally charring and then burying modern cereals and pulses, we have found that the effect is modest and predictable. Finally, to remove contamination in ancient crop material introduced over thousands of years in the soil, we adapted methods used to clean charred plant material before radiocarbon dating.

Amy Styring sampling crops at Rothamstead
Amy Styring sampling crops at Rothamstead

All this set the stage for assessing archaeological crop material. As the results have rolled in, our excitement has grown: archaeological site after archaeological site returned results showing the pervasiveness of manuring in Neolithic farming communities as well as in later, often much more complex, Bronze Age societies. In prehistory, as today, manure was in short supply, so it had to be used strategically where it could yield the greatest benefit. Unsurprisingly, therefore, the signals we observe are variable – even, for example, in crops that were harvested in a single year before being destroyed by a catastrophic fire in the storehouse of a Bronze Age community in northern Greece. In fact, there’s as much variation as we saw in the villages where we sampled modern crops. Our results suggest that, while early farming practice was geared towards sustainability, the ‘long-term investment’ of manuring encouraged families to claim ownership of land, with social consequences culminating in the fixed inequalities of some hierarchical Bronze Age societies. The story doesn’t end there. The very isotope ratios in crops that are affected by manuring will, in turn, affect the long-term formation of nitrogen isotope signatures in the tissues of human and animals that eat them. Stable nitrogen (along with carbon) isotope ratios are routinely extracted from ancient bone to determine the nature of the diet. Particularly relevant here, differences in nitrogen isotope ratios between humans and associated animal remains are generally interpreted as evidence of their relative position in the food chain – the heavier (15N) isotope gets more common as you move up from prey to predators. The plants people eat, and their livestock or hunted prey, are normally assumed to be isotopically identical, but our modern crop results suggest this is unlikely, for two reasons. First, manuring creates a disparity between the nitrogen isotopes of crops and those of unmanured wild vegetation. Second, we found systematic differences in isotope values between grain and chaff and other plant parts, which are inedible to humans but can be fed to livestock. In fact, people and livestock feeding on the same cereal crops but consuming grain and chaff, respectively, would seem to sit around one step apart in the food chain, the grain giving the humans who eat it higher 15N values. Isotopic analysis of archaeological plant remains alongside those of humans and animals would let us reconstruct ancient diets much more reliably. To do this, we are working to integrate botanical, animal and human isotope values from selected archaeological sites. We have already discovered that early farmers ‘invested’ in their plots through manuring. This technologically simple but labour-intensive practice bound cultivation and herding together in resilient forms of small-scale mixed farming. This sustainable kind of agriculture made possible the decisive and irrevocable shift away from hunting and gathering. By the end of our project, we hope to have transformed our understanding of how our ancestors farmed, ate and lived. But there’s still a huge amount to learn about early farming and the role of manuring. Can we discern distinctive regional trajectories in the way agriculture interacted with ecological and social factors over the long term? Were early elites linked with change in agricultural techniques or was there a continuing reliance on small-scale mixed farming, including manuring? We now have the ‘toolkit’ of methods to find out.

MORE INFORMATION Dr Amy Bogaard is a lecturer in Neolithic and Bronze Age archaeology at the University of Oxford. Other members of the project team – Michael Charles, Richard Evershed, Rebecca Fraser, Tim Heaton, Glynis Jones, Amy Styring and Michael Wallace – also contributed to this article.
copied from: http://planetearth.nerc.ac.uk/features/story.aspx?id=1001

 

 

[News] Farming in Iran 12,000 years ago

Voordat de Bandkeramiek en daarmee de landbouw in Nederland werd geïntroduceerd, ging daaraan een lang proces vooraf die start in het Midden Oosten zo’n 12 000 jaar geleden. Onderstaand een artikel over de introductie van landbouw in deze beginperiode:

Archaeologists digging in the foothills of Iran’s Zagros Mountains have discovered the remains of a Stone Age farming community. The findings offer a rare snapshot of a time when humans first started experimenting with farming. They also show that Iran was an important player in the origin of agriculture.
Based on the suggestion of an Iranian colleague, archaeologist Nicholas Conard of the University of Tubingen began excavating a mound about eight meters high. The sediments were rich with artefacts. “Sculpted clay objects, clay cones, depictions of animals and humans,” says Conard.
There were stone tools that looked like sickles, and mortar and pestles, and grains and seeds – hundreds of them. Conard’s colleague Simone Riehl confirmed the grains were varieties of lentils, barley and peas. She also identified a range of nuts and grasses, and Emmer wheat – commonly grown in later centuries throughout the Middle East – but most of the grains Riehl looked at were pre-agricultural.
12,000 years ago, says Riehl, “They were cultivating what we consider wild progenitors of modern crops”. However, Riehl’s samples spanned a period of 2,000 years, and the younger samples – about 10,000 years old – did show the first signs of domestication.
Melinda Zeder, curator of old world archaeology at the Smithsonian Museum of Natural History, says scientists had thought agriculture arose in the western parts of the Fertile Crescent – a region that includes Iraq, Turkey, Syria, Jordan and Israel. Iran is on the eastern edges of the Crescent, and was thought to be “a non-player in the history of agriculture”. The new study proves otherwise, she says – communities across the Fertile Crescent started experimenting with farming around the same time.

Edited from NPR.org (5 July 2013)

 

Detailopname maquette

[News] Flint-knapping can be child’s work

Enige tijd geleden blogden we over de rol van het kind in een prehistorische samenleving (zie Buiten de Nederzetting). Onlangs verscheen een bericht waar wat specifieker op deze rol wordt ingegaan.

Flint-knapping can be child’s work

Whereas arrowheads, axes and other tools receive a lot of attention, archaeologist Sigrid Alraek Dugstad concentrates on the debris and the unfinished and discarded products. In her article ‘Early child caught knapping: A novice early Mesolithic flint-knapper in southwestern Norway,’ she overturns the hierarchy of objects from the Early Stone Age. In the Early Mesolithic there seems to have been good access to flint in Western Norway. Norwegian bedrock does not contain flint, but flint stones frozen in drift ice were brought by the ocean current and deposited along the coast. Flint knapping was one of the most important technologies in the Stone Age. The durability of flake stone tools and production debris ensures that important information about technological processes and the social context of the acquisition of knapping skills are preserved. During excavations at Hundvaog in Stavanger (Norway) in 2001 and 2002, five sites from the early Stone Age were investigated. Situated a short distance from the dwelling sites, one was a work area where people produced flint tools,  dismembered animals and prepared skins and hides. Among the debris she found a flake axe. The axe is not functional and has never been used. It was discarded together with about 450 flint artefacts on the site. Both the body and the edge of the axe had been damaged by a succession of failed strokes. Finally, it had been impossible to correct the repeated errors, and the axe was thrown into the waste heap. “Maybe the purpose was to practise the technique in itself rather than produce a finished tool,” Dugstad says. In France, research on flaked stone tools and production debris has shown that it is possible to reveal the work and movements of individuals. These studies show that debris from tool production is a ideal starting point for distinguishing between different levels of skill, and thus the playing and imitations by children. “It is reasonable to assume that every individual needed basic knowledge and skills in this type of tool production,” Dugstad believes. The need to practise before achieving good results implies that children are responsible for a far greater share of products than previously observed in the archaeological assemblage. Edited from PhysOrg (15 April 2013)

Bovenstaand is overgenomen van Stonepages

[Vondst]Hakwerktuig/dissel met zaagsnede

Tijdens een van mijn vele zoektochten vond ik deze Bandkeramische dissel, die vervaardigd is uit Amfiboliet. Behalve Amfiboliet werden er ook andere dichtere taaiere steensoorten gebruikt, zoals bv. Basalt,Lydiet, en diverse Kwartsiet soorten.
Nu heb ik in het verleden al wel meer van dit soort hakwerktuigen gevonden, maar met dit exemplaar was iets bijzonders aan de hand nl. dat aan de achterzijde nog zaagsporen zichtbaar zijn van de eerste bewerking oudsher/destijds toen de steen die later tot dissel werd getransformeerd zijn eerste ruwe vorm kreeg.
Echter konden deze gesteenten niet allemaal op dezelfde manier bewerkt worden, Basalt en Lydiet bv. konden net als vuursteen worden bewerkt. Amfiboliet heeft  een gelaagde structuur en daardoor uitstekend geschikt om het te splijten en zagen, voor Kwartsiet gold dezelfde techniek. Een zandstenen plaatje dat als zaag gebruikt kan zijn, is gevonden onder de Place Saint-Lambert in Luik.
Door dit splijten en zagen werd er een grondvorm aan het voorwerp gegeven, waarna men de overgebleven oneffenheden met een klopsteen kon verwijderen, en het oppervlak worden glad geslepen op een slijpsteen van kwartsiet of zandsteen, gevolgd door het aanscherpen van de snede met een kleinere slijpsteen (uit: Marjorie E.Th. de Grooth “Het Vroeg-Neolithicum in Zuid-Nederland”, Archeologie 11/12,2005: De Steentijd Van Nederland, blz 289).
De meeste dissels werden geheel geslepen en vertonen dan als ze nu gevonden worden ook geen sporen meer van dit “zaagproces/bewerking”.
Daarom leek het mij interessant om dit op de site te laten zien zodat ook anderen hier kennis van kunnen nemen.
Loek Brandts
De dissel van amfiboliet, een zijaanzicht
De dissel van amfiboliet, een zijaanzicht
De dissel van bovenaf gezien, op de achterzijde zijn de zaagsporen nog zichtbaar (zie volgende foto)
De dissel van bovenaf gezien, op de achterzijde zijn de zaagsporen nog zichtbaar (zie volgende foto)

 

Detail van de zaagsporen op de achterkant van de dissel
Detail van de zaagsporen op de achterkant van de dissel

 

foto: M. Hemminga

Opgravingen op de Cannerberg [6]: de laatste loodjes

De opgravingen in Maastricht hebben bij elkaar 12 weken in beslag genomen. Gedurende die 12 weken hebben we niet stilgezeten maar een enorme hoeveelheid grond verzet. Machinaal maar  ook met de hand. Met de hulp van studenten van de universiteit Leiden en vrijwilligers uit de hele regio is 3,5 ha opgegraven. Een enorme oppervlakte met putten van bijna 200 m lang en 20 m breed. En dat deze putten niet leeg waren, valt aan de resultaten af te lezen.

Laten we beginnen met de bandkeramiek:

In totaal zijn de resten van 19 bandkeramische huisplaatsen opgegraven. Deze bestaan uit de huisstructuur met de bijhorende langskuilen waaruit de leem gehaald werd om op de vlechtwerkwanden te smeren. In deze kuilen vinden we de meeste vondsten terug variërend van bijzonder vakkundig versierd aardewerk, prachtige vuurstenen messen als ook stenen maalstenen en bijlen. Het complete bandkeramische repertoire dus. Op de erven zijn nog meerdere kuilen gelegen. Soms kunnen we de functie daarvan achterhalen op basis van de vorm. De ronde diepe kuilen met een zwarte vulling onderin, afkomstig van het afbranden van de kuilen om het onkruid weg te branden, zijn graansilo’s geweest waar de oogst voor langere tijd opgeslagen kon worden. Daarnaast hebben we ook een zogenaamde “Schlitzgrube” gevonden. De smalle kuilen met een V-vormige doorsnede vormen nog steeds  een raadsel voor de archeologen. Omdat de kuilen die in Nederland zijn gevonden geheel vondstloos zijn is het moeilijk te achterhalen waarvoor ze 7000 jaar geleden zijn gegraven. In het buitenland wordt er vaker botafval in gevonden. Een gedachte is dat in de kuilen huiden werden gehangen die dan met urine besprenkeld werden om zodoende het leer soepeler te maken. Dat strookt echter niet met de botresten die in het buitenland in dergelijke kuilen worden gevonden. Ze worden hier echter niet vaak gevonden. We kennen inmiddels pas 5 van dergelijke kuilen in Nederland. Ook op de Cannerberg is er slechts 1 gevonden. De kuilen variëren behoorlijk in vorm. Soms slechts enkele decimeters diep tot wel meer dan 2m diep. De hulp van de graafmachine bij het ontgraven is dan onontbeerlijk. Bijzonder zijn 2 grote kuilen die we aan de rand van de nederzetting hebben gevonden. Deze waren tot aan de rand gevuld met vuursteen. Het gaat hier om duizenden stukken vuursteen, van smalle lange klingen tot zeer grote brokken. Het idee is dat op deze plek een vuursteensmid aan het werk is geweest die de grote brokken vuursteen terplekke bewerkte om fijne werktuigen te produceren. Dat hij of zij daarbij niet zuinig met het vuursteen omging getuigen de enorme aantallen vuursteen wel. Doorgaans vinden we enkele tot enkele tientallen stukken vuursteen in een kuil. Een dergelijke hoeveelheid is in Nederland nog niet aangetroffen. Vandaar dat we de inhoud van deze kuilen geheel uitzeven zodat elk splintertje wordt geborgen. Prachtig zijn de diverse klingkernen, het restant van een stuk vuursteen nadat de lange smalle klingen of messen er vanaf zijn geslagen. Prachtig is de techniek te zien die de bewerker van het vuursteen hanteerde. Uiteindelijk zullen de sporen en vondsten het verhaal vertellen van het bandkeramische boerendorpje Hoogcanne zoals het inmiddels al is gedoopt. Het dorp heeft daar ongeveer 100 jaar gestaan voordat het werd verlaten.

Grote brokken vuursteen worden geborgen uit een bandkeramische kuil
Grote brokken vuursteen worden geborgen uit een bandkeramische kuil

Waar de bandkeramische boerennederzetting zich concentreerde in een langgerekt lintdorp van ruim 500 m lang en 200 m breed, zo contrasteert dit met de ijzertijdboeren die ruim 4000 jaar later de Cannerberg beakkerden. Vanaf de late bronstijd vinden we bewijs dat de Cannerberg opnieuw werd bewoond. Maar waar de bandkeramische boeren grote huizen bouwden, zien we dat de ijzertijdboeren dit eigenlijk niet doen. Sterker nog, we hebben eigenlijk maar 1 huis gevonden. Maar wel een prachtig exemplaar van 25 x 6 m. Die komen we in Zuid Limburg maar zeer zelden tegen. Wat we wel veel terugvinden zijn voorraadschuren. Kleine gebouwtjes die bestaan uit 4, 6, 8 of 9 palen. In totaal zijn 13 schuurtjes opgegraven. Te klein om in te wonen maar groot genoeg om je gewassen in op te slaan. Dat deden ze ook onder de grond. Ook uit deze tijd vinden we silokuilen terug; tientallen zelfs. De gedachte was dat in deze tijd de klimatologische omstandigheden zo optimaal waren dat er een overproductie aan vooral graan was. Veel van de Cannerberg zal dan ook bebouwd zijn geweest met gewassen ipv huizen. In een aantal afvalkuilen vinden we de resten terug die refereren aan het dagelijkse leven: (versierd of met slib besmeten) aardewerk, kookstenen, maalstenen en hutteleem. Leem dat op de vlechtwerkwanden was gesmeerd en waar de indrukken van de twijgen nog in te zien zijn. De bandkeramiekers lijken op basis van de inhoud van de afvalkuilen nog redelijk proper te zijn geweest. De ijzertijdkuilen zijn wat dat betreft qua inhoud een rommeltje. Toch zitten ook daar prachtige exemplaren tussen. Het mooiste voorbeeld is de kuil waarin de 15 weefgewichten en maalsteen (een napoleonshoed) in gelegen waren.

Een prachtig ijzertijdkommetje waarvan de bovenkant net mist wordt getoond (foto: M. Hemminga)
Een prachtig ijzertijdkommetje waarvan de bovenkant net mist wordt getoond (foto: M. Hemminga)

Uit de Romeinse tijd hebben we een gebouwtje teruggevonden en een handvol kuilen. Onduidelijk is hoe we deze moeten interpreteren. Hebben de Romeinen ook hier geakkerd of is er toch wat anders gebeurd? In ieder geval niet zo intensief als de bandkeramiek of ijzertijdboeren hebben gedaan.

centre ceramique

[Tentoonstelling]De eerste Maastrichtenaren waren tóch boeren

De eerste Maastrichtenaren waren tóch boeren. Oude en nieuwe ontdekkingen van de eerste boerennederzettingen rondom Maastricht.

 Tentoonstelling in Centre Ceramique 16 juli t/m 1 september

 Archeologisch onderzoek op de Cannerberg mei – juli 2013

 Doorgaans worden bandkeramische vondsten vooral geassocieerd met de Westelijke Mijnstreek waar opgravingen hebben plaatsgevonden in Sittard, Geleen, Beek, Stein en Elsloo. Archeologisch onderzoek voegde ook Maastricht in de afgelopen jaren met grote stip op de verspreidingskaart toe. Door de onlangs uitgevoerde opgraving op de Cannerberg wordt steeds duidelijker hoe een bandkeramisch dorp was opgebouwd en hoe de verschillende huiserven ten opzichte van elkaar lagen. Op de Cannerberg liggen de huisplattegronden veel overzichtelijker naast elkaar dan bij eerder onderzochte nederzettingen, omdat de bewoningsduur van de gehele nederzetting korter lijkt te zijn geweest. Op basis van de eerste resultaten kunnen we stellen dat op de Cannerberg gedurende 100 jaar een bandkeramisch dorp heeft gestaan. Dit dorp had een omvang van 6-8 boerderijen waarin bij elkaar ongeveer 60 mensen woonden. Pas vele eeuwen na het vertrek van deze eerste boeren wordt de Cannerberg opnieuw bewoond en beakkerd. Ditmaal door ijzertijdboeren die hun grote boerenerven  boven op de reeds lang vergane bandkeramische nederzetting stichten.

 Aanleiding archeologisch onderzoek: natuurcompensatie Millenniumbos voor A2 Maastricht

De opgraving vond plaats in het kader van A2 Maastricht. Voor de realisatie van het plan ‘De Groene Loper voor A2 Maastricht’ zijn tussen Europaplein in het zuiden van de stad en de Landgoederenzone in het noorden op verschillende plekken bomen gekapt. Ter compensatie daarvan wordt in het najaar door tunnelbouwer Avenue2 op de Cannerberg het Millenniumbos uitgebreid met zo’n 9 hectare natuur. De uitbreiding van het bos is een wens van de gemeente Maastricht. Omdat boomwortels aanwezige sporen uit het verleden kunnen verstoren was archeologisch onderzoek voorafgaand aan de boomaanplant vereist. Het archeologisch onderzoek werd uitgevoerd door Archeologisch Onderzoek Leiden (Archol)

Opzet van de tentoonstelling

De tentoonstelling omvat twee thema’s. Het eerste thema betreft de eerste ontdekking van de bandkeramiekboeren en hun nederzettingen.Dit is bij uitstek een Maastrichts verhaal dat terugvoert op de vondsten van de Caberg die in 1928 de aandacht trokken van pastoor Kengen en die leidden tot opgravingen door het Rijksmuseum van Oudheden. Het tweede thema betreft de huidige opgravingen door Archol BV op de Cannerberg. Deze hebben inmiddels voldoende materiaal en informatie opgeleverd om de verschillende aspecten van deze vroege bewoning inzichtelijk te maken. De bandkeramiek, de ijzertijdbewoning en meer recente vondsten komen daarbij aan de orde. Met deze presentatie willen we onder de aandacht brengen dat -tussen de vuursteenvondsten van rondtrekkende Neanderthalers en de bekende Romeinse bewoning- de boeren van de Lineaire Bandkeramiek de eerste échte bewoners van ‘Maastricht’ waren.

Inhoud van de mini-expositie

Naast de recente vondsten op de Cannerberg worden ook oudere LBK-vondsten uit Maastricht getoond, deels uit de eigen collecties, maar ook uit de privécollectie van de heer Huub Philippen. Speciaal voor deze expo is er een reconstructietekening gemaakt van de bandkeramische nederzetting op de Cannerberg. Tevens wordt een maquette van een LBK-boerderij tentoongesteld.

De site op de Cannerberg beperkt zich niet tot de LBK-periode, maar toont ook andere fases uit de rijke geschiedenis van de stad Maastricht. Veel vondsten uit de ijzertijd, waaronder een rij weefgewichten, een aantal Romeinse vondsten en sporen uit de Tweede Wereldoorlog werden blootgelegd en getoond in deze presentatie.

Overzicht tentoonstelling
Overzicht tentoonstelling

Colofon

 Concept en samenstelling

Rijksmuseum van Oudheden

Centre Céramique, team Cultureel Erfgoed

 

Bruiklenen

De heer Huub Philippen

Limburgs Geschied-en Oudheidkundig Genootschap

Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg

Gemeente Maastricht

 

3D-impressie Cannerberg

Mikko Kriek (BCL-support)

 

Ruimtelijke/grafische vormgeving

KEEN

 

Tekeningen

Paul Maas

Roel Bakker

 

Vertalingen

David McKay, Open Book Translation

 

Met dank aan

Archol BV

Projectbureau A2 Maastricht

Avenue2

 

Hidden Treasures of Dutch Bandkeramic Research