ELSLOO

[news] LBK opgraving Elsloo van start

De bandkeramische nederzetting van Elsloo is met ruim 95 gebouwen en vele honderden grote kuilen/structuren de grootste opgegraven nederzetting uit het Vroege Neolithicum van Nederland. De combinatie met een uitgestrekt grafveld dat deels kon worden onderzocht maakt de vindplaats uniek in zijn soort en daarmee kan de vindplaats beschouwd worden als een typesite voor deze periode in onze geschiedenis. Het onderzochte deel van de nederzetting bestond uit de paalsporen en wandgreppels van gebouwen (huizen) van diverse formaten, grote kuilen langs de huizen (zgn. langskuilen), verschillende clusters grote kuilen waarvan de functie niet altijd duidelijk is, nederzettingsgreppels en silo’s (opslagkuilen voor granen ed.).
Het onderzoek naar de bandkeramische nederzetting te Elsloo startte in 1958. Tussen 1958 en 1967 is onder leiding van prof. dr. P. Modderman een groot deel van de bandkeramische nederzetting te Elsloo-Koolweg opgegraven. Hierbij is de vondstrijke bovenzijde van de sporen selectief onderzocht. In 1966 werd ten noorden van Burg. De Witstraat een (deel van een) begraafplaats uit dezelfde periode opgegraven, bestaande uit 113 graven, waaronder 47 crematie- en 66 inhumatiegraven.
In 2006 zijn ten behoeve van fase I Elsloo-Riviusstraat, een woningbouwproject van Stichting Maaskant Wonen, aansluitend aan het onderzoeksterrein van Modderman sporen gevonden van acht bandkeramische huizen en de daarbij naastgelegen langskuilen aangetroffen. Eveneens zijn twee grote kuilencomplexen aangetroffen waar verschillende silokuilen waren uitgegraven die een speciale activiteitenzone binnen de nederzetting vertegenwoordigden.
31 juli gaat fase II Elsloo Riviusstraat van start. De gehele maand augustus zal een aanvullend stuk in het centrum van de nederzetting worden opgegraven. Naar verwachting zullen we minimaal 12 bandkeramische huizen met bijbehorende kuilen en vondsten aansnijden en opgraven. Naast de registratie van deze grondsporen zal ook de nodige aandacht besteed worden aan specialistisch onderzoek.

 

2 thoughts on “[news] LBK opgraving Elsloo van start”

  1. De bandkeramische nederzetting Elsloo (Koolweg) is in de jaren 1930 door H.J.Beckers (Beek) onderzocht en zijn bevindingen heeft hij gepubliceerd in zijn ‘Voorgeschiedenis van Z-Limburg 1940’. Het archeologisch veldonderzoek in Elsloo werd na WO2 voortgezet door A.Munsters (Stein) en in 1950 ontdekte deze enkele bandkeramische kuilen in de Jurgensstraat. De kuilen gingen in die tijd door voor ‘Wohngruben’. Naar aanleiding van deze vondst werd in juni 1950 een kleine opgraving uitgevoerd door P.Modderman (Modderman 1958/1959 in Waterbolk Palaeohistora vol.VI-VII p.27-32). De kleine opraving leidde tot groot inzicht. De woonfunctie van de kuilen (‘Wohngruben’) werd voor een van de eerste keren met argumenten weerlegd en de aangetroffen paalkuilconfiguraties werden als bodemsporen van grote boerderijen geinterpreteerd. Deze constateringen vormen het grote belang van de eerste systematische opgraving op het bandkeramische nederzettingsterrein te Elsloo in 1950.
    In 1958 kwam Modderman terug naar Elsloo voor grootschalig terreinonderzoek.

  2. De herinterpretatie van de functie van de kuilen is inderdaad van wezenlijk belang geweest in het bandkeramisch onderzoek.
    Pas in 1942 werd n.a.v. van de opgravingen te Keulen-Linderthal door Paret de huidige interpretatie in niet mis te verstane bewoordingen opgeschreven:
    “Dat dezelfde kundige bouwers [van de lange, rechthoekige “schuren”] deze slechts als bedrijfsgebouwen of schuren gebruikt hebben, terwijl ze zelf en hun hele groep in onregelmatige, modderige holen in de grond huisden, is onvoorstelbaar. Wij zullen derhalve de rechthoekige gebouwen voortaan als hun woonhuizen beschouwen.”
    Deze fundamentele herinterpretatie werd ook ten onzent overgenomen na de eerste na-oorlogse opgravingen (Elsloo, 1950), hoewel de opgraver (Modderman) bericht aanvankelijk nog “volledig in de sfeer van de woonkuilen geleefd te hebben” :

    “De grondsporen [in de opgraving in Elsloo] bestaan in de eerste plaats uit onregelmatig gevormde kuilen van zeer wisselende diepte (60 tot 200 cm), Deze kuilen zijn tot nu toe vaak als hutkommen beschouwd. Geen enkele van de door ons gevonden kommen kan echter o.i. als woning hebben gediend. Behalve de vorm is het vooral de vulling, waarin geen gelaagdheid van opeenvolgende hutvloeren valt waar te nemen, die ons tot deze opvatting heeft gebracht. Paalsporen rondom de kommen zijn door ons niet vastgesteld, terwijl deze elders wel schijnen waargenomen te zijn. Naast de kuilen is een groot aantal paalsporen teruggevonden, die zeer gemakkelijk waren samen te voegen tot rechthoekige plattegronden van woningen. Een zo’n huis is vrijwel geheel te reconstrueren, wat haar oppervlakte betreft. De maten bedragen 5 bij ruim 10 m. Deze rechthoekige ruimte is door twee tussenwanden vermoedelijk in drie vertrekken ingedeeld geweest. Van de vlechtwanden, die oorspronkelijk tussen de palen hebben ingezeten, vonden wij alleen op enkele plaatsen ingravingen, terwijl uit de kuilen zgn. huttenleem is te voorschijn gekomen met indrukken van twijgen. In enkele gevallen kon worden vastgesteld, dat de palen vierkant zijn bekapt.”

    Het woord ‘hutkom’ wordt daarna in de Nederlandse literatuur slechts tussen aanhalingstekens gezet. Een paar jaren later ging Glasbergen zelfs zo ver te veronderstellen dat “[d]eze kuilen, welke vroeger in de regel voor ‘hutkommen’ werden gehouden, … naar alle waarschijnlijkheid slechts afvalgaten voorstellen –wellicht gegraven door loslopende varkens”.

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>