Stein-Haven OMROL1928

Verplaatste sporen

Al enige tijd is er weinig nieuws van het Odysseefront. Dat wil echter niet zeggen dat er niks gedaan wordt. In tegendeel juist! Na al het inventariseren van vondsten en opgravingsdocumentatie, worden nu de verhalen rondom de opgravingen geschreven om zodoende de contextinformatie aan de materiaalspecialisten te leveren. Immers, de waarde van een vondst kan pas goed gemeten worden aan het spoor of laag waaruit deze afkomstig is. Voor al de verschillende opgravingen die tijdens het project zijn geïnventariseerd, worden alle aangetroffen sporen en structuren in kaart gebracht, beschreven en getypeerd oftewel een antwoord gegeven op de vraag wat de aard, karakter en omvang van de aangetroffen sporen zijn. Als eerste worden daarom de oude veldtekeningen uit de kast gehaald en gevectoriseerd. Dankzij het E-depot van de Nederlandse Archeologie (EDNA) zijn er ook scans van deze tekeningen. De afzonderlijke tekeningen van een opgraving zijn daarna samengevoegd tot een totaaloverzicht zodat alle sporen ten opzichte van elkaar bestudeerd kunnen worden. Dit kan soms verrassende uitkomsten opleveren, vooral bij de oudere opgravingen. Het is ook een goed voorbeeld waarom je je gegevens goed moet documenteren zodat ook latere generaties van de opgegraven informatie gebruik kunnen blijven maken; een van de hoofddoelstellingen van het EDNA data archiveringsproject.

Stein-Haven OMROL1928

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij de opgraving te Stein-Haven is te achterhalen wat de consequenties zijn als de opgraver (Remouchamps in dit geval) voortijdig in 1927 komt te overlijden waardoor de uitwerking door een ander geschied (Holwerda). Remouchamps had namelijk de gewoonte om zijn aantekeningen op de veldtekening te noteren, wetende dat deze later toch overgetrokken werd ten behoeve van een publicatie. Links de gepubliceerde tekening uit de OMROL en rechts zoals wij hem uiteindelijk hebben weten te reconstrueren. Wat er precies mis is gegaan in het proces is onduidelijk maar zeker is dat de gepubliceerde tekening enigszins afwijkt van de werkelijkheid zoals op bijgevoegde tekeningen is te zien. Het Romeinse gebouw aan de linkerzijde blijkt goed te zijn ingetekend. Opmerkelijk echter is dat een aantal proefsleuven in eerste instantie niet aanwezig zijn maar op de originele “klad”tekening van Remouchamps wel aanwezig waren. Frappant is dat op de drukproef voor de OMROL (uiteindelijk gepubliceerd in 1928) aantekeningen geschreven zijn dat er sleuven toegevoegd moesten worden en putlocaties veranderd. Wie heeft deze aantekeningen op de drukproef geschreven en waarom zijn ze niet toegepast? Zijn het de laatste aantekeningen van Remouchamps voordat hij ziek wordt en komt te overlijden? We zullen het nooit weten. Heel misschien kan het volgende licht werpen op de situatie. In een hoekje van een van de tekeningen heeft Remouchamps aangegeven waar de sleuven ten opzichte van elkaar en op welke percelen zijn gegraven. Het blijkt dat als je alles nameet, niet alle sleuven netjes binnen de percelen zijn gegraven. En dat gegeven mocht misschien niet officieel op een tekening worden vermeld. Dit kan wellicht afgeleid worden uit de publicatie van de heren Beckers & Beckers (1940), dezelfde mannen waarmee Remouchamps in Stein op die locatie had gegraven. In hun overzicht van de Limburgse archeologie in de vooroorlogse jaren staat namelijk dat zij op een gegeven moment op de percelen naast daar waar Remouchamps heeft gegraven, nu ook gegraven kon worden. En daarbij werd een prachtige (vermoedelijk late ijzertijd, zie Van Hoof 2009) plattegrond opgegraven. De begeleidende tekst laat geen twijfel bestaan over de inmiddels eerder genoemde vertroebelde relatie tussen Beckers sr en Remouchamps (zie dit blog). Er wordt namelijk gesteld dat bij het opgraven van de plattegrond gezocht werd naar alle vier hoeken om zodoende de grootte vast te stellen. De zuidwesthoek kon in eerste instantie niet worden gevonden (deze bevond zich in een van de sleuven van Remouchamps) maar vermeld werd dat Remouchamps gelukkigerwijze zijn sleuven te “hoog” (niet te diep uitgegraven) had aangelegd waardoor bij het verdiepen van het vlak de hoek en wandgreppel van het huis toch in het vlak zichtbaar werd. Deze sneer is verbazingwekkend te noemen aangezien in alle tekeningen van Remouchamps duidelijk een greppel in de proefsleuf is waar te nemen die de hoek omgaat. De publicatie van Holwerda dateert uit 1928 dus Beckers zou toch voldoende tijd hebben gehad om de tekening in de publicatie goed te bestuderen, zeker aangezien hij zelf een bijdrage aan die publicatie heeft geleverd. Het waren geen vrienden en ieder gelooft zijn eigen waarheid. Feit is wel dat de verplaatste sporen nu weer op de juiste wijze naast elkaar zijn afgebeeld om de werkelijke waarde van de opgraving recht aan te doen.

One thought on “Verplaatste sporen”

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>