De eerste bandkeramieker
Een heet hangijzer voor het Nederlands bandkeramisch onderzoek is wie nu de eer krijgt als eerste bandkeramische resten gevonden, of beter gezegd herkend, te hebben. Je zou zeggen dat dit redelijk eenvoudig is maar dat blijkt anders te liggen.
In België was het Omalien (zoals de LBK toen werd genoemd) al eerder herkend. Het werd ook gevonden in Noord-Frankrijk maar meer toevallig zoals bijvoorbeeld bij het uitgraven van loopgraven bij het Franse Vimy op de hellingen van het dal van de Leije (omgeving Lens) zoals beschreven werd in Le Feu door Henry Barbusse. In deze socialistische aanklacht tegen de Eerste Wereldoorlog, gebaseerd op zijn eigen dagboek, wordt beschreven hoe tijdens het uitdiepen van loopgraven naast de skeletten van gevallen onder de aarde bedolven kameraden ook prehistorische stenen bijlen, vermoedelijk bandkeramische dissels, werden gevonden. Saillant detail is dat het werktuig blijkbaar beter in de hand ligt dan de reguliere legerbijl. Jammer is dan weer wel dat de vinder in het boek, de Parijse barman Tulacque, zich daarna voordoet als een aapmens. Dat is toch niet echt een treffende beschrijving voor een bandkeramische boer wiens vakkennis betreffende het maken van bijlen net geprezen werd.
De eerste vermelde Nederlandse bandkeramische vondst (hoewel niet als zodanig herkend) komt waarschijnlijk op naam van Casimir Ubaghs uit Maastricht (gepubliceerd in Sprenger 1948). Ook Ubaghs had dissels in de omgeving van Maastricht gevonden maar kon ze niet geheel in tijd of naar cultuur niet plaatsen. Hij hoopte vooral op meeroevernederzettingen aan de Maas bestaande uit prachtig geconserveerde paaldorpen zoals deze begin 19e eeuw in de Zwitserse meren zijn aangetroffen. Hoewel hij de prehistorische ouderdom van de dissel erkende meent hij desondanks -of misschien wel dankzij- dat hij aan de voet van de Caberg aan de oever van de Maas, ook een meer (of beter gezegd Maas-)oevernederzetting heeft gevonden (Ubaghs, C. 1884:Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Duché de Limbourg, X X I (nouvelle série Tome I), 1-92). Helaas resteert weinig van de vondsten die Ubaghs destijds heeft gedaan zodat deze niet verder in context zijn te plaatsen.

foto: Het Vimy Memorial in het door oorlogsgeweld gepokte landschap
We moeten dus op zoek naar de persoon die bandkeramische vondsten of sporen, de destijds bekende hutkommen of zoals in België genoemd: de fonds des cabanes van de Omaliencultuur, als zodanig herkende. Bij het doorspitten van de archieven van het RMO komen een aantal onderzoekers van het eerste uur in aanmerking voor de ereprijs: Holwerda, conservator en directeur van het Rijksmuseum voor Oudheden uit Leiden die al in 1905 voorspeld dat het niet lang zal duren totdat vondsten uit het Omalien in Nederland zouden worden gevonden, de huisarts/amateurarcheoloog Beckers uit Beek die zich begin jaren ’20 ontpopt als een ware pionier voor de Limburgse archeologie, Remouchamps, assistent van Holwerda, de priester-(rijks)archivaris Goossens uit Maastricht en pastoor Kengen uit Caberg. Genoemde personen blijken uiteindelijk allen een belangrijke rol te spelen in het verhaal. In 1924 werden namelijk in Stein in het huidige haventerrein opgravingen uitgevoerd door Remouchamps en dr Beckers. Daar was een Romeins praetorium of gasthuis gelegen alsmede een “germaansche burcht” die door beide heren werd onderzocht. Hoewel de aandacht voornamelijk uitging naar de Romeinse vondsten, waren er ook enkele bijzondere bijvangsten. Op enige afstand van het gebouw bevonden zich naast ijzertijdsporen ook enkele hutkommen waarin overduidelijk bandkeramische resten zaten (voor de problematiek daarbij zie Een gedateerd Trio). Aangezien de opgravingscampagne over enkele jaren werd uitgesmeerd en Remouchamps helaas voortijdig overleed, konden pas in 1929 de resultaten van het onderzoek worden gepubliceerd.
Het lijkt er op dat in Stein dus de eerste bandkeramische resten werden ontdekt door Remouchamps en/of dr Beckers, wilde het toeval niet dat op de Caberg in Maastricht een pastoor met een grote tegenwoordigheid van geest goed over zijn schaapjes waakte. In de groeven t.b.v. de baksteenindustrie werd bij het weggraven van de löss opmerkelijke prehistorische vondsten gedaan. Deze vondsten bestaande uit aardewerk en vuurstenen werktuigen werden door de verbaasde directeur ir. Marres van de groeve aan de pastoor getoond. Hoewel niet precies wetende wat hem getoond werd, besefte de pastoor dat de vondsten niet van alledag waren en zeer waarschijnlijk prehistorisch van ouderdom. Hij nam de vondsten mee en liet ze aan dr. Goossens zien die meer verstand van oudheden had en waar hij wel vaker oudheden naar toe had gebracht. Waarschijnlijk in samenspraak met Holwerda, met wie Goossens een zeer goede relatie had, werd een aantal vondsten herkend als zijnde bandkeramiek. In een klein artikeltje in het tijdschrift van het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap wordt in 1925 ruchtbaarheid aan de vondst gegeven.
Aan Goossens komt dus uiteindelijk de eer toe als eerste in Nederland de ‘bandkeramiekcultuur’ herkend en in druk vermeld te hebben (Goossens, J.W.H. 1925, Berichten [s.v. Maastricht], De Maasgouw 45, 70). Op de melding van Kengen en Goossens volgt al in 1925 een opgraving door het Rijksmuseum van Oudheden onder leiding van Holwerda door Remouchamps en Beckers. De opgravingen liepen met onderbrekingen tot in 1934. Grappig genoeg bevinden deze opgravingen zich precies boven op het Maasterras waar aan de oever van de Maas Ubaghs nog de eerste meeroevernederzetting herkend meende te hebben.
One Response to De eerste bandkeramieker
Leave a Reply Cancel reply
Slideshow
Comments
- Harrie Darding on Opgravingen op de Cannerberg [2]: wat is het plan?
- Harry Vromen on Inzoomen op het verleden: De visuele reconstructie van de bandkeramische nederzetting van Elsloo in de opstelling ‘Archeologie van Nederland’ (RMO)
- admin on [News] Dit potje is zeventig eeuwen oud
- admin on [News] Dit potje is zeventig eeuwen oud
- Een eigen huis, een plek op de löss | BandkeramiekBlog on Verplaatste sporen
aardewerk amateurarcheologen Archief Archol Artikel Bandkeramiek Bandkeramik Odyssey Beckers Bursch Caberg Cannerberg Chemelot Echt-Annendaal fonds des cabanes gekliefde palen Goossens Harry Vromen Heidekampweg Holwerda hutkom HVR183 IJzertijd Ivo van Wijk Kengen Klinkers LBK Luc Amkreutz Maastricht Marjorie de Grooth meanders methodiek Modderman NWO Odyssee Piet van de Velde Remouchamps reparatiegaten RMO Spiralen splitsen Stein-Haven type 1a huis versiering vuursteen Wim Hendrix aardewerk (4)
Opgraving Cannerberg (3)
Presentation (4)
Publications (8)
Research (53)
Settlements (4)
Uncategorized (3)
WP Cumulus Flash tag cloud by Roy Tanck requires Flash Player 9 or better.
Berichten
- Opgravingen op de Cannerberg [3]: een bandkeramische huisplaats May 18, 2013
- Voldoende vrijwilligers opgraving Cannerberg May 13, 2013
- Opgravingen op de Cannerberg [2]: wat is het plan? May 7, 2013
- Opgravingen op de Cannerberg [1]: de Cannerberg April 30, 2013
- Archeologische opgraving van start op Cannerberg April 25, 2013
- [News] Europe’s First Carpenters April 12, 2013
- Lustrum Limburgse Archeologie Dagen (12-13 april 2013) April 4, 2013
- [news] Afterlife of Early Neolithic houses in the Polish lowlands April 1, 2013
- Buiten de nederzetting March 9, 2013
- Bandkeramiek of Michelsberg? March 4, 2013
- 5e Louwe Kooijmans Lezing March 1, 2013
- [News]Farming arrived in Europe with migrants February 28, 2013
- Een nieuw jaar voor de bandkeramiek February 15, 2013
- Inzoomen op het verleden: De visuele reconstructie van de bandkeramische nederzetting van Elsloo in de opstelling ‘Archeologie van Nederland’ (RMO) February 4, 2013
- Something out of the ordinary? Session at the EAA in Pilzen 2013 January 25, 2013
- [News] Oldest wood architecture found in Germany December 26, 2012
- TV Bandkeramiek December 21, 2012
- The Odyssey to Belgium December 17, 2012
- [News] Art of cheese-making dates back to the Neolithic December 14, 2012
- [News] Odyssee op de Steentijddag 2013 December 13, 2012
Archief


Op de site Bandkeramiek.nl las ik je bijdrage De eerste bandkeramieker.
In dit blog stel je dat de Bandkeramiek in Noord-Frankrijk min of meer toevallig zou zijn ontdekt tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dit is echter onjuist.
In Elzas-Lotharingen, een gebied in het noordoosten van Frankrijk, werden reeds in het laatste decennium van de negentiende eeuw bewoningssporen van de Bandkeramiek opgegraven door een van de voortrekkers van het bandkeramiekonderzoek, de oudheidkundige Robert Forrer.
Elzas-Lotharingen maakte in de periode vanaf de Duitse eenwording in 1871 tot aan het Verdrag van Versailles in 1919 deel uit van het Duitse Keizerrijk. Forrer publiceerde zijn bevindingen in 1903.