Via diverse media zijn mensen opgeroepen om als vrijwilliger mee te werken aan de opgraving op de Cannerberg. Na een overweldigende hoeveelheid aanmeldingen kunnen we melden dat alle vrije plaatsen zijn ingevuld. We sluiten dus helaas de oproep voor vrijwilligers en het is dus niet meer mogelijk om mee te graven. Via deze weblog en andere media zullen wij u op de hoogte houden van alle vorderingen.

We willen bij deze de Archeologische Vereniging Limburg (AVL) en alle mensen die hebben gereageerd, bedanken!

Wilt u er de volgende keer wel bij kunnen zijn? Wordt dan lid van de Archeologische Vereniging Limburg (AVL) via www.lgog.nl.

Kijk ook op https://www.facebook.com/ArcholBv voor korte nieuwsberichten.

 

Zoals in de vorige bijdrage is aangegeven, staat het (archeologische) landschap oftewel het cultuurlandschap centraal in het onderzoek dat we nu aan het uitvoeren zijn. Maar wat houdt dit onderzoek nu precies in en op welke wijze wordt het uitgevoerd?
Vandaag een bijdrage over het onderzoek zelf en wat we proberen te bereiken de komende weken.

 Een cultuurlandschap

Landschappen zijn het product van complexe en vaak langdurige processen. Dat begint met de eerste natuurlijke vorming van het landschap maar is uiteindelijk het resultaat van de invloeden door een combinatie van mens en natuur. Het landschap blijft dan ook in beweging en verandert continue. We noemen het dan ook een cultuurlandschap waar de mens vooral de afgelopen 7000 jaar een belangrijke rol in heeft gespeeld. Door middel van landschapsarcheologie bestudeer je vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines het cultuurlandschap. Landschapsarcheologie houdt dus in dat je niet alleen de vondsten en grondsporen centraal plaatst binnen je onderzoek maar vooral deze centraal stelt binnen het landschap met al haar uiterlijke kenmerken zoals bijvoorbeeld de glooiing in het terrein (hellend van noord naar zuid), het Jekerdal nabij maar ook de ligging van de diverse nederzettingen en op welke wijze de mens dit landschap heeft benut om bijvoorbeeld zijn grondstoffen zoals hout, steen en vuursteen te verkrijgen.

Panorama vanaf het midden van het opgravingsterrein. De brede opgravingsputten van de eerste fase van het onderzoek zijn duidelijk zichtbaar.

Panorama vanaf het midden van het opgravingsterrein. De brede opgravingsputten van de eerste fase van het onderzoek zijn duidelijk zichtbaar.

 

 

Landschapsarcheologisch onderzoek op de Cannerberg

Het onderzoek voor de Cannerberg is in drie fasen opgezet. De eerste fase begint met een zogenaamde nederzettingsfase waarbij geprobeerd wordt om de aard en omvang van de verschillende archeologische sporen vast te stellen. Hiertoe is al wat bekend omdat er in december al een proefsleuvenonderzoek heeft plaatsgevonden. Behoren de toen aangetroffen sporen en vondsten tot nederzettingen of wellicht activiteitenzones en hoe groot zijn de gebruikte terreinen? Zijn er ook duidelijk lege zones aan te wijzen waar geen sporen zijn achtergelaten? Tijdens deze eerste fase van het onderzoek, die nu nog volop in gang is, worden grote putten van 20 meter breed tot wel 190 meter lang van noord naar zuid over het gehele terrein aangelegd. Dit gebeurd met twee graafmachines die alle bovengrond (teelaarde) voorzichtig onder deskundige begeleiding van archeologen verwijderen. Deze rapen vondsten op die vrij komen te liggen en tekenen de grondsporen op die nu zichtbaar worden. Zo ontstaat een mooi overzicht van het gehele gebied. De tweede fase van het onderzoek wordt opgestart nadat experts van de Universiteit Leiden, Universiteit Leuven, Rijksmuseum van Oudheden, Thermenmuseum samen met Archol en de gemeente Maastricht de resultaten van de eerste fase hebben bestudeerd. Gezamenlijk wordt besproken waar nog meer onderzoek nodig is. Er vindt nu een duidelijke detaillering plaats waar voor specifieke zaken of sporen (een huis, silo, lege zone of gracht) nader onderzoek is vereist. Dit proces wordt continue bijgestuurd op basis van de resultaten uit het veld. De laatste fase van het onderzoek in het veld is een geo-fysisch onderzoek waar vooral gekeken wordt naar de omgeving van de vindplaats. Diende bijvoorbeeld het Jekerdal als bron voor grondstoffen. Kwamen er destijds vuursteen houdende lagen aan de oppervlakte waar de bandkeramiekers hun vuursteen kon winnen? En is het mogelijk om oude stuifmeelkorrels te vinden die ons meer kunnen vertellen over welke bomen en planten in het dal of op de Cannerberg hebben gestaan. Hierbij worden gericht grondboringen gezet in het Jekerdal op zoek naar aanwijzingen die ons meer informatie hierover kunnen verschaffen. Alle drie de fasen van het onderzoek samen, biedt ons hopelijk een zeer vruchtbare bodem voor verder onderzoek. Tijdens de analyse in laboratoria en achter de computer zal uiteindelijk een beeld gevormd worden van het cultuurlandschap van de Cannerberg en het verhaal daarvan worden geschreven.

Onlangs zijn archeologische opgravingen op de Cannerberg van start gegaan. Op deze blog wordt in delen verslag gedaan van deze opgraving. Niet alleen doen we wekelijks verslag van de eerste resultaten maar houden we u ook op de hoogte van alle ontwikkelingen rond het archeologisch onderzoek. Dit varieert van inhoudelijke bijdragen van de onderzoekers maar ook tot bijdragen van meegravende studenten, amateurarcheologen en vrijwilligers die over het opgraven zelf berichten. Deze week deel 1 in de serie: de Cannerberg.

Landschap
Centraal voor het onderzoek en ook centraal in het onderzoeksgebied is de Cannerberg gelegen. De Cannerberg is veelal in het nieuws gekomen vanwege het ondergrondse NAVO hoofdkwartier dat onder de Cannerberg is gelegen, het prachtige chateau Neercanne dat aan de oostelijke zijde tegen de Cannerberg is gebouwd of het Millenniumbos dat boven op de Cannerberg is geplant. Maar wat is dit nu voor een heuvel waar het nu allemaal om draait? De Cannerberg is ontstaan door toedoen van de Maas tijdens het Cromerien (ongeveer 700.000 jaar geleden). Op de kalkrijke (mergel) ondergrond dat al veel eerder was gevormd, werd door de Maas zand en grind afgezet en delen van de kalk afgeschuurd. Dit wordt ook wel de St. Pietersbergfase genoemd. Doordat de Maas naar het oosten verplaatste als gevolg van de tektonische opheffing in de Eifel en Ardennen, bleef de Cannerberg samen met de Pietersberg als hoogste delen in de wijde omgeving staan. Ter hoogte van de Apostelhoeve is een duidelijke overgang tussen de Cannerberg en het westelijke gebied te zien in de vorm van een steilrand. Beide bergen worden van elkaar gescheiden door het Jekerdal. De Jeker stroomde vroeger door een in de ijstijd gevormd droogdal dat nog niet zo diep was uitgesneden als nu. Door de tijd heen sleet de sterk meanderende Jeker een steeds dieper dal uit waardoor tegenwoordig het hoogteverschil tussen dal en top bijna 50 meter bedraagt. Het maasgrind is hier relatief dik met een dikte van 6-7 m. Gedurende de laatste ijstijd (vanaf 120.000 jaar geleden) is de löss afgezet die hedentendage nog steeds het uiterlijk van het Zuid Limburgse landschap bepaalt.

Uitzicht op de Cannerberg vanuit het Jekerdal.  Hoeve Nekum en de steile helling waarop de wijngaarden gelegen zijn duidelijk te zien.

Uitzicht op de Cannerberg vanuit het Jekerdal. Hoeve Nekum en de steile helling waarop de wijngaarden gelegen zijn duidelijk te zien.

Bewoning

De Cannerberg is sinds mensenheugenis bezocht en bewoond. De eerste bezoeken vinden plaats ruim 10.000 jaar geleden als laat paleolithische jagers/verzamelaars hun sporen achterlaten in de vorm van vuurstenen werktuigen. De Cannerberg vormde een perfecte uitkijkpositie over het Jekerdal waar kuddes doorheen trokken waarop gejaagd kon worden. Ruim 7000 jaar geleden vestigden de eerste boeren zich op de Cannerberg op een strook langs de oostelijke rand. Het waren de eerste bewoners die een permanente boerennederzetting stichtten die gedurende enige tijd in gebruik bleef. Hoe lang dat weten we nog niet maar dat zal de opgraving gaan uitwijzen. In de directe omgeving van de nederzetting werden akkers aangelegd en in (de hellingen naast) het Jekerdal was steen en vuursteen te vinden dat als grondstof dienden voor de stenen werktuigen. Op een gegeven moment wordt de berg verlaten en duurt het 4000 jaar voordat we weer sporen terug vinden die wijzen op prehistorische bewoning. Stenen bijl en vuurstenen mes zijn inmiddels ingeruild voor bronzen gereedschap en op het versiering van het aardewerk lijkt minder nadruk te worden gelegd. De mensen uit de ijzertijd bouwden er ook weer boerderijen en voorraadschuren (zogenaamde spiekers) waar ze hun gewassen in bewaarden. Uiteindelijk zijn het de Romeinen die meer noordelijk op de Cannerberg een villa bouwen, ook weer om gewassen te bouwen. De Cannerberg wordt de graanvoorraadschuur voor de Romeinse stad Maastricht. Tegenwoordig is de Cannerberg ook een uitgesproken agrarisch gebied, eigenlijk zoals het altijd is geweest nadat de eerste mensen het gebied betraden. Met de aanleg en uitbreiding van het Millenniumbos wordt het gebied weer teruggebracht in haar oorspronkelijke staat voordat het door mensen werd bewoond: een bosrijk gebied waar mensen en dieren vrij kunnen rondlopen.

Uitzicht vanaf de Cannerberg op het westelijk gelegen middenterras waar de Apostelhoeve is gelegen.

Uitzicht vanaf de Cannerberg op het westelijk gelegen middenterras waar de Apostelhoeve is gelegen.

 

 

 

 

Tagged with:
 

Deze week is op de Maastrichtse Cannerberg een grote opgraving naar de periode van Bandkeramiek van start gegaan. In totaal wordt ongeveer 3,5 hectare (oftewel 7 voetbalvelden) opgegraven. Archeologen verwachten vondsten uit de periode van Lineaire Bandkeramiek, de Brons- en IJzertijd en de Romeinse Tijd.

De opgraving vindt plaats in het kader van A2 Maastricht. Voor de realisatie van het plan De Groene Loper voor A2 Maastricht zijn tussen Europaplein in het zuiden van de stad en de Landgoederenzone in het noorden van de stad op verschillende plekken bomen gekapt. Ter compensatie wordt in het najaar door tunnelbouwer Avenue2 op de Cannerberg het Millenniumbos uitgebreid met zo’n 9 hectare natuur. De uitbreiding van het bos is een wens van de gemeente Maastricht. Maar eerst moet er belangrijk archeologisch onderzoek worden gedaan. Daarvoor heeft het Projectbureau A2 Maastricht archeologen van Archeologisch Onderzoek Leiden (Archol) ingehuurd.
Wethouder archeologie Gerdo van Grootheest: “In Maastricht zijn in de afgelopen jaren verschillende unieke vondsten gedaan. Denk aan het paardengraf in Borgharen en de gouden munten in Amby. Ook de Cannerberg belooft een zeer interessante opgraving te worden, we zijn benieuwd wat er precies gevonden gaat worden. Zo blijkt maar weer dat het Maastrichtse verleden springlevend is.”

Hoge verwachtingen
Onder vakgenoten zijn de verwachtingen hoog gespannen. Archeoloog Gilbert Soeters van gemeente Maastricht: “Het belooft een zeer interessante opgraving te worden. Door vooronderzoek weten we al dat er op de Cannerberg minstens drie archeologische periodes aanwezig zijn: de Bandkeramiek (ca 5.000 voor Chr.), de Late Brons- en Vroege IJzertijd (ca 1.000 tot 500 voor Chr.) én de Romeinse periode (50 voor Chr. tot ca 400 na Chr.).”

Met name de verwachte bandkeramische vondsten zijn zeer speciaal. Archeoloog en projectleider Ivo van Wijk van Archol: “Bandkeramiek wordt vaak vereenzelvigd met de Westelijke Mijnstreek: in Sittard, Geleen, Beek, Stein en Elsloo zijn in de afgelopen eeuw meerdere Bandkeramische opgravingen uitgevoerd. Hoewel de allereerste Bandkeramische vondsten in Maastricht werden gedaan is het onderzoek hier daarna wat onderbelicht geraakt.” Wat aan deze opgraving verder erg interessant belooft te worden, is dat de archeologen waarschijnlijk heel duidelijk kunnen gaan zien hoe een bandkeramisch dorp was opgebouwd en hoe de verschillende huiserven ten opzichte van elkaar lagen. Van Wijk: “Bij de vondstplekken in de Westelijke Mijnstreek liggen die huiserven meestal kriskras door en over elkaar, waardoor het heel lastig is om ze te onderzoeken. Hier op de Cannerberg liggen ze waarschijnlijk veel ‘netter’ naast elkaar. Voor mij als archeoloog is dat heel spannend!”

Meegraven?
Het onderzoek is ook opgezet als gemeenschapsproject waarbij belangstellenden de mogelijkheid hebben om zelf in het onderzoek te participeren. Via de Archeologische Vereniging Limburg kunnen vrijwilligers zich opgeven om mee te graven met de archeologen. Het verloop van de opgravingen is o.a. te volgen via www.a2maastricht.nl.

20130425-185109.jpg

In samenwerking met de Faculteit der Archeologie, Rijksmuseum van Oudheden, Thermenmuseum, gemeente Maastricht, Universiteit Leuven, KFInheritage, Mosasaurusfilm, Archeologie Vereniging Limburg en Projectbureau A2Maastricht zal ARCHOL het onderzoek uitvoeren.

Tagged with:
 

Researchers in Germany have discovered four wells more than 7,000 years old. The wells, all underground constructions of hewn oak, are evidence that Neolithic inhabitants of central Europe were accomplished carpenters, capable of felling and working trees three feet thick into planks, then carefully fitting them together. One of the wells, found near the town of Altscherbitz, was removed from water-logged soil in a single 70-ton block and transported to Dresden, where archaeologists “excavated” it in a lab.

There, analysis revealed that the ancient well-builders constructed tusk mortise and tenon joints, a technique that uses a fitted wedge to lock the pieces in place, in the base frame, with the rest constructed in “log cabin” style. “We know the Romans could do it, but that they were in use 5,000 years earlier really came as a surprise,” says Rengert Elburg, an archaeologist at the Saxon Archaeological Heritage Office in Dresden.

The 151 pieces of wood recovered from the wells are also an invaluable source of data for dendrochronologists, who compare tree rings to date artifacts and learn more about past climate conditions. Tree rings suggest the Altscherbitz well was in use for less than a decade before it was deliberately filled with 26 intact pots, thousands of pot fragments, and organic materials including early grains such as emmer and einkorn, strawberries, hazelnuts, and black henbane, a powerful hallucinogen. According to Elburg, the discovery of the pots was particularly surprising. “We don’t normally find intact pots from the Neolithic,” says Elburg. “If you find 26 complete ones, you know it was a ritual deposition. Perhaps it was a well for ritual water or special drinking.”

By ANDREW CURRY

copied from: Archaeology

(Courtesy Rengert Elburg, Archaeological Heritage Office Saxony)

(Courtesy Rengert Elburg, Archaeological Heritage Office Saxony)

Tagged with:
 

Laatst was ik voor een verjaardagsfeestje van een van mijn kinderen met 12 kinderen naar een overdekt kinderspeelparadijs gegaan. Een feest voor de kinderen en een gehoorbeschadiging voor de ouders. We leven tegenwoordig in een maatschappij waar allerlei activiteiten buiten de woonomgeving wordt aangeboden en ontplooid. Beetje decadent maar wel fijn als het regent.
Het geeft je te denken hoe het dagelijkse leven van de bandkeramiekers heeft uitgezien. En dan niet datgene waar de materiële neerslag van bewaard is gebleven en verwijzen naar huishoudelijke activiteiten zoals een dissel om mee te hakken of een maalsteen om erwten mee te vermalen (voor de erwtensoep?). Maar hebben de bandkeramiekers aan vrijetijdsbesteding gedaan zoals het spelen van een spel (oefening in spelvorm is natuurlijk een fantastische manier om iets te leren) of het zingen van een lied of het geven van een verjaardagspartijtje. Het bandkeramisch kind komt maar zelden aan bod als we het over de bandkeramiek hebben. En als we het over de LBK in het algemeen hebben dan hebben we het meestal alleen over de landbouw, het bomen hakken, huis bouwen, vuursteen verzamelen en verwerking of over potjes maken, hersenpan inslaan of over begravingen. Archeologisch onderzoek beschrijft meestal wat de (volwassen) groep doet en laat maar weinig ruimte voor de individuele handeling en het individu. Laat staan dat het gaat over kinderen. Maar het is dan ook moeilijk om een individuele handeling van een kind archeologisch terug te vinden in een gefossiliseerde vorm die na duizenden jaren voor ons nog zichtbaar is. Een voorbeeld van kinderspeelgoed is het kleine potje of duimpotje dat soms tijdens opgravingen wordt gevonden. Het zou een imitatie zijn van wat moeders aan het doen is. Kleine mensjes maken blijkbaar kleine potjes. Daar zijn mijn kinderen het niet mee eens denk ik. Wat de onderzoekers betreft is het enige feestje dat een kind krijgt, zijn initiatie feestje voor als hij volwassen wordt, maar dan is de kindertijd alweer voorbij. Volwassen individuen vinden we nog wel eens terug in grafvelden hoewel dat ook niet altijd duidelijk zichtbaar is. Vooral in Nederland, waar door de ontkalkte loss geen onverbrand bot bewaard is gebleven. Kindergraven worden wel verondersteld maar zijn moeilijk aantoonbaar (te veel kraakbeen wat slecht bewaard blijft). Waar volwassenen de mooiste grafgiften krijgen in de vorm van een versierde pot, maalsteen, dissel, vuurslag of stuk oker, krijgen kinderen vermoedelijk alleen een stel scherven mee als teken van hun incompleetheid of onvolwassenheid. Alleen de volwassenen tellen dus blijkbaar mee.
Geen dolle pret dus in de bandkeramiek als we alleen maar uit gaan van de materiële cultuur. En daarom is het zo leuk dat op een tijdsbalk getekend door Piet van de Velde juist de bandkeramiek wel met een feestje wordt afgebeeld. Trouwens zonder kinderen daarbij. Opmerkelijk, zeker aangezien de bandkeramiek toch met voldoende andere -lees serieuzere- zaken meestal wordt geïllustreerd. Zou het kind zijn in de bandkeramiek alleen maar als opmaat naar de volwassenheid hebben gestaan. Heeft opa zijn kleinkind alleen maar geleerd hoe vuursteen te bewerken, speren te gooien en dissels te slijpen? En oma alleen maar geleerd hoe erwtensoep te maken, potten te versieren zoals haar moeder dat deed? Of werden onze kleine bandkeramiekers het Maasdal ingestuurd om het vee te hoeden?
Dit alles maakt eens te meer duidelijk hoe moeilijk het is om op basis van de archeologische data een reconstructie te maken die niet alleen de huisvlijt representeert maar ook andere dagelijkse, wekelijkse of maandelijkse handelingen.
Laten we dit maar eens als uitgangspunt nemen voor verder onderzoek en dus op zoek gaan naar het individu of de individuele handeling van de bandkeramiek.

tekening Piet van de Velde

tekening Piet van de Velde

Enkele weken geleden hebben we met de Werkgroep Archeologie Sittard een perceel belopen in de buurt van Born. Nog net op de rand van het Graetheidegebied en de lössgrond.

Daarbij hebben werd deze kling gevonden.  De mooiste vondst van die dag.

Het is een vrij grote kling, ongeveer 9 cm lang en 2,5 cm breed.  Met vrij steile laterale retouche. Helaas gebroken, dus niet helemaal compleet.

Bij het dateren van de kling ondervinden we echter wat problemen. We twijfelen tussen Bandkeramiek (LBK) en Michelsberg (MK).

Op hetzelfde perceel is eerder LBK gevonden; vuursteen en een disselfragment.  Deze kling zou dan goed daarbij aansluiten. Maar door de grootte van de kling zou  MK ook een mogelijkheid zijn.

Navraag bij verschillende mensen leverde ook verschillende antwoorden op.

Is het nou dus LBK of MK? En hoe zou de kling er dan uit hebben gezien als hij nog compleet was?

 

Hanneke Ickenroth

Werkgroep Archeologie Sittard

New data gleaned from the teeth of prehistoric farmers and the Mesolithic hunter-gatherers with whom they briefly overlapped shows that agriculture was introduced to Central Europe from the Near East by colonisers who brought farming technology with them.
“One of the big questions in European archaeology has been whether farming was brought or borrowed from the Near East,” says Douglas Price, a University of Wisconsin-Madison archaeologist who, with Cardiff University’s Dusan Boric, measured strontium isotopes in the teeth of 153 humans from Neolithic burials in the Danube Gorges of modern Romania and Serbia. Strontium is found in rocks everywhere, and leaves an indelible signature in teeth which documents an individual’s birthplace.
The Danube Gorges slice through the Carpathian Mountains, which in the Stone Age were a heavily forested setting rich in fish and game, and potentially a desirable entryway to Europe for highly mobile and expanding Neolithic communities.
The new research, explains Price, “…Suggests another route across the Black Sea or up the east coast of Bulgaria to the Danube for farmers moving into Europe. This contrasts with movement by sea across the Mediterranean or Aegean, which is the standard picture.” Price notes there is some evidence for the importation of early agriculture along the shores of the Mediterranean and in Central Europe, “but elsewhere in Europe it is not clear whether it was colonists or locals adopting.”
An interesting finding of the study is that 8,000 years ago, more women than men were identified as foreigners. One possible explanation is that women came from Neolithic farming communities as part of an ongoing social exchange.

Edited from EurekAlert! (11 February 2013)

copied from: Stone pages

 

Bandkeramiek.nl is inmiddels al bijna 2 jaar in de lucht sinds 5 maart 2011. Tijd voor een reflectie en wat cijfers.

20130215-224411.jpg
Ten eerste het aantal bezoekers: al meer dan 7500 mensen hebben de site bezocht en daar zijn we maar wat trots op. Gemiddeld wordt de site zo n 400 x per maand bezocht. Ten tijde van de tentoonstelling in het RMO waren er dat zelfs 800 per maand. En kaarten geven aan dat mensen uit het hele land de site bezoeken. Van Limburg tot in Friesland, de bandkeramiek kent een enorme interesse. Zelfs ook al vele volgers in het buitenland. Vandaar dat we af en toe ook wat in het engels proberen te publiceren. Want in het buitenland mogen ze ook genieten van wat we te bieden hebben. En dat blijkt ook uit de reacties die we van de mensen om ons heen krijgen.

20130215-224527.jpg
Toch zouden we graag zien dat mensen meer met ons meedoen. Ook zelf persoonlijke ervaringen met betrekking tot de bandkeramiek met ons delen. Stuur ze naar ons op en wij zetten ze voor iedereen te zien op het net. Heeft u een mooie vondst om te laten zien? Wij zijn benieuwd in ieder geval.

20130215-224543.jpg
We blijven komend jaar natuurlijk fanatiek doorgaan met onze activiteiten. De Odyssee nadert langzaam zijn einde met voor de zomer een prachtige publicatie in het verschiet en wellicht in het voorjaar al een nieuwe LBK site die haar geheimen prijs gaat geven. In september zijn we in Pilzen om te vertellen over de Limburgse bandkeramiek en te luisteren naar verhalen van andere regio's. Daarnaast horen we van allerlei initiatieven zoals de opzet voor een bandkeramisch park, een euregionaal bandkeramiek congres en er zal nog meer gebeuren. Wij zullen er bij zijn, u ook?

Voor als je het volledige rapport eens wil lezen, zie hier.

http://jetpack.me/annual-report/25088678/2012/

Tagged with:
 

The Odyssey project is organizing a session on the 19th EAA meeting in Pilzen called: Something out of the ordinary? Interpreting the diversity in the uniformity of the Early Neolithic Linearbandkeramik in Central and Western Europe.

  • Research into the Early Neolithic Linearbandkeramik (LBK, 5500-4900 cal BC) has over the past two decades presented us with a wealth of new information regarding the settlement and social structure of the earliest farmers in large parts of Central and Western Europe. Apart from traditional excavation archaeology, both isotope and aDNA research recently added a distinct perspective regarding life histories and mobility of humans and animals. This has brought us closer to the dynamics of early Neolithic life in this area and moreover demonstrates the presence of distinct spatio-temporal variation in its regional cultural characteristics. The longstanding formal uniformity of the LBK is gradually yielding and reveals an underlying diversity that is becoming increasingly data-rich.
    The development of these new dimensions in our understanding is anchored in archaeological research ranging from burial customs and deposition practices, to social issues of settlement structure, raw material networks, violence, and mobility. These present the basis for creating a more heterogeneous picture of Early Neolithic groups contrasting with the well-known image of uniform loess-based sedentary farmers with linear ware.In this session papers are invited to discuss LBK diversity in relation to four broad themes:

    • Regional and local inter- and intra-site patterning highlighting particularities in site location choice and settlement structure
    • Expressions of regional style and choice in pottery fabrication and decoration, food economy and raw material (networks)
    • Mortuary and deposition practices that offer a perspective on the manifold choices regarding ritual expressions
    • LBK-life dynamics, isotopic, aDNA and associated research highlighting diversity in (community) life histories

    Contributors are requested to present their research into the aforementioned topics, but also to specifically reflect on how their results relate to our common knowledge of the LBK and to what extent the diversity documented rather befits a difference of degree or of kind.

    Important dates
    The deadline for the submission of papers is on 15 th March 2013
    The deadline for early fee registration is on 1st June 2013

    Organisers: Luc Amkreutz (National Museum of Antiquities, The Netherlands), Ivo van Wijk (Archol BV, The Netherlands) and Fabian Haack (Generaldirektion Kulturelles Erbe Rheinland-Pfalz, Germany)

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.