Op een bijzondere locatie, naast het 13e eeuwse mikwe (Joods ritueel bad), dat onlangs is geplaatst in het Limburgs Museum, vindt op vrijdag 12 en zaterdag 13 april aanstaande het congres Snippers en scherven plaats. Centraal hierin staan vragen, maar natuurlijk ook antwoorden, zoals: hoe verhouden archeologie en historie zich tot elkaar, wat zijn de overeenkomsten in hun aanpak, wat voegt elk toe en waarin verschillen ze? De vijfde Limburgse Archeologie Dag wordt in samenwerking met het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG), dat het 150-jarig bestaan viert, georganiseerd als een tweedaags congres in het Limburgs Museum te Venlo.

Het congres heeft een grensoverschrijdend perspectief, zowel ruimtelijk als in tijd. Elk van beide dagen heeft een meer specifieke invalshoek. Op de eerste dag staat het thema “Archeologie en historische bronnen” centraal en op de tweede dag “Over de grenzen van de Limburgse archeologie.” De dagen starten met een key note speaker.

De eerste dag is dat de bekende Vlaamse historicus, columnist en journalist van dagblad De Standaard Marc Reynebeau. Hij zal zijn licht doen schijnen over de relatie historie en archeologie. Die avond is wordt er in het Grand Café van het Limburgs Museum een speciale historische culinaire maaltijd geserveerd, met als thema chronologie.
De tweede dag vangt aan met Prof. Dr. Nico Roymans (VU-Amsterdam) die de archeologie van Limburg in grotere wereld zal plaatsen. Na deze inleiders volgen twee reeksen van lezingen met als onderwerpen o.a.: de missing link, de geschiedenis van het archeologisch onderzoek te Rijckholt, historische bronnen en villa’s, Karel de Grote, relieken, vissen, schansen, het klooster van Susteren, een negentiende-eeuws kerkhof in Tegelen en de Tweede Wereldoorlog.

Tijdens deze dagen wordt de Guillonpenning uitgereikt aan een persoon of instelling met grote verdiensten voor de Limburgse archeologie en natuurlijk ontbreekt ook de Grote Archeologie Quiz niet. Neem alvast een kijkje op het programma voor beide dagen.

Limburgse Archeologie dagen 2013

Limburgse Archeologie dagen 2013

 

De Louwe Kooijmanslezing is een initiatief van het Rijksmuseum van Oudheden en de Faculteit der Archeologie van de Universiteit Leiden, ingesteld ter ere van het academisch afscheid van prof.dr. Leendert Louwe Kooijmans in juni 2008.

Vijfde Louwe Kooijmanslezing door dr. Pierre Pétrequin

De vijfde Louwe Kooijmanslezing wordt gegeven op woensdag 17 april 2013 door dr. Pierre Pétrequin, directeur de recherche van het Centre National de la Recherche Scientifique aan de Université de Franche-Comté, Besançon. Hij is winnaar van de Prehistoric Society Europa Prize 2010. Zijn Engelstalige lezing heet:

Production and circulation of Alpine jade axes during the V-IVth millenium in a European perspective
(Vervaardiging en uitwisseling van Alpiene jadeiet bijlen gedurende het vijfde en vierde millennium v.Chr. vanuit een Europees perspectief)

De verspreiding van bijlen van jadeiet

Vanaf het einde van het zesde millennium voor Christus werd jadeiet gedolven bij Monte Viso in de Italiaanse Alpen, op een hoogte van 1500 tot 2400 meter. Dit vormde het begin van een lange traditie van productie van de bekende grote bijlen: jadeiet, omphaciet en eclogiet. Tijdens het vijfde en vierde millenium raakten ze verspreid over heel West-Europa. Ze worden gevonden op aanzienlijke afstanden van de bron, met een oost-west verspreiding (Ierland-Bulgarije) van 3300 kilometer en een noord-zuid verspreiding (Denemarken-Sicilië) van meer dan 2000 kilometer.

De uitwisseling van Alpien jadeiet vertegenwoordigt een bijzonder fenomeen van contact en interactie tussen niet-egalitaire samenlevingen van een voorheen onbekende omvang. Varna (Bulgarije) in het oosten en de Golf van Morbihan (Bretagne) in het westen lijken deze twee polen van sociale dynamiek te vertegenwoordigen, met een belangrijke vormende invloed op het Europa van het vijfde en vierde millenium voor Christus.

Aanmelden

Graag vóór 15 april 2013 aanmelden door dit digitale aanmeldingsformulier in te vullen en te verzenden.

  • Datum: woensdag 17 april 2013
  • Aanvang: 19.30 uur
  • Locatie: Tempelzaal
  • Entree: gratis
  • Voertaal: de lezing is in het Engels
  • Borrel: u bent welkom op de borrel na afloop van de lezin
© Pierre Pétrequin

© Pierre Pétrequin

© Pierre Pétrequin

© Pierre Pétrequin

De afdeling ‘Archeologie van Nederland’ staat er alweer bijna twee jaar. In de benadering van het algemene verhaal dat we vertellen (300.000 jaar archeologische geschiedenis ) was één van de belangrijke keuzes om niet hét/één verhaal van het verleden te willen vertellen (dus zo leefden de Neanderthalers, of dit deden de Merovingers), maar de bezoeker aan de hand van een keten vindplaatsen door de tijd mee te nemen. Dat betekent dat je in kunt zoomen op plekken om te vertellen wat de mensen daar deden. Dat is dus een kleiner, maar wel objectiever verhaal, dat in de grotere verhaallijn past. Men zit dus veel dichter op de huid van de vroegere bewoners van een plek en leert over de verschillende aspecten van hun levenswijze.

Eén van de vindplaatsen in deze reis door de tijd is Elsloo. Middels objecten van zowel het grafveld als de nederzetting wordt het verhaal van de bandkeramische bewoning uiteen gezeten. In de vitrine met artefacten uit de nederzettingscontext is ook een film te zien over het maken van bandkeramisch aardewerk.  De vitrines worden geaccentueerd door een metersgrote uitvoering van de bandvormige versiering op het aardewerk, weergegeven op het lint dat alle vindplaatsen in de tijd verbindt (zie afbeelding).

Aangezien de bandkeramiek een cruciale nieuwe fase in onze bewoningsgeschiedenis inluidt, de overgang naar een sedentair boerenbestaan, is er tevens voor gekozen een stuk verdieping te bieden middels een audiovisuele ondersteuning. Gekozen werd voor een ‘Google-zoom-moment’, waarbij middels de huidige kaarten van Google Earth ingezoomd wordt op de exacte locatie van de opgraving van Elsloo door Modderman in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Met behulp van nieuwe reconstructietekeningen is vervolgens de situatie van meer dan 7000 jaar geleden uitgebeeld. Binnen de vormgeving door Kinkorn BV werden de tekeningen voor deze audiovisuele ondersteuning gemaakt door Paul Maas en geanimeerd door hem in samenwerking met Frank van Mourik.

De animatie Elsloo begint met een vuursteen slaande man die een klein jongetje het vak bijbrengt. Daarna zoomt het beeld uit en zien we delen van de nederzetting, kuilen, een huis waarvan het dak gedekt wordt, een afgebrand huis, mensen die op jacht gaan, koeien, tuintjes met gewassen. Het beeld zoomt vervolgens nog verder uit en we zien Elsloo als een kleine enclave in het hoog opgaande eiken-lindenbos, het is herfst.  Schuin vanboven zien we de noordwest-zuidoost gerichte boerderijen, de akkers naar het oosten en zuiden en ten noorden van de nederzetting het grafveld waar op dat moment ook een crematie of ritueel plaatsvind. Duidelijk zichtbaar is verder de overgang naar het laagterrras en de loop van de Maas die niet de enkelvoudige stroom is die we nu kennen, maar meer een rivière al îlots.

In de laatste twee scènes zoomt het beeld verder uit. Eerst richten we onze blik naar het noordwesten waar we kort de levenswijze van de Mesolithische bewoners van Hardinxveld zien. Deze vindplaats gaat vooraf aan Elsloo en staat mede in het teken van contacten tussen jager-verzamelaars en vroege boeren, zoals onder meer aangetoond door de vondst van een bandkeramische pijlpunt op Hardinxveld-Polderweg. Het doel van deze combinatie is om het verschil in levenswijze te visualiseren tussen de sedentaire bandkeramische boeren in hun dorpen en de kleinschalige, mobiele jager-visser-verzamelaars op de donken in de Alblasserwaard. Daarna zoomt het beeld nog verder uit en zien we een kaart van Europa, waarbij Elsloo in de context van de eerste en tweede golf van bandkeramische verspreiding wordt geplaatst. Als laatste zoomt het beeld verder uit, buiten Europa, naar de’ vruchtbare halve maan’, de regio waar de wilde voorlopers van onze huidige gewassen en huisdieren zijn gedomesticeerd en waar de wortels liggen van ons boerenbestaan.

Het maken van een dergelijke animatie was  in de eerste plaats vooral een (leuke) uitdaging. Ik had nog niet eerder op zo een manier archeologische informatie moeten vertalen. Duidelijk werd hoe nauw de vertaalslag en communicatie luistert tussen kennis van de inhoud en uitvoering doordat de bandkeramische boerderijen in de eerste versie verdacht veel leken op de Karolingische boerderijen van Dorestad, één van de andere animaties.  Daarnaast was het een uitdaging om bepaalde keuzes te maken. Daarbij hebben we bewust niet gekozen voor een hele duidelijke harde stijl, maar meer voor een schetsmatige opzet, ook om binnen het kader van de algehele benadering niet dé waarheid van hét verleden te presenteren. Een mooi voorbeeld is verder de keuze voor de kleding. Daarbij trok ons enerzijds de realistisch, bijna etnografische benadering van de bandkeramiek in het museum in Halle (Landesmuseum für Vorgeschichte), met veel dierenvellen, tandenkettingen, bloed, rode oker en symbolen en anderzijds de archeologische invalshoek gebaseerd op de figurines door professor Jens Lüning. Uiteindelijk hebben we elementen van beide benaderingen overgenomen en gecombineerd (zie bijvoorbeeld de motieven op de kleding van de mensen en de versiering van de huizen).

Terugblikkend ben ik vrij tevreden over deze animatie. Natuurlijk zou je met meer tijd en mogelijkheden een aantal zaken anders aanpakken, zo ligt de hond nu wel erg dicht in de baan van het rondvliegende vuursteen en ligt Elsloo ook erg dicht bij de Maas. Maar, im groβen Ganzen, is het een beeld waar we mee uit de voeten kunnen (althans voor de komende jaren). Opvallend vond ik dat het best een uitdaging is voor zowel archeoloog als tekenaar om archeologische kennis, waarbij toch een hele reeks vraagtekens blijft bestaan te visualiseren. De moeilijkheid ligt daarin om binnen de bandbreedte aan mogelijkheden datgene uit te kiezen dat enerzijds visueel aantrekkelijk is en overtuigt, anderzijds de wetenschappelijke realiteit het best benaderd en in ieder geval geen geweld aandoet. Ik hoop dat dat ook in de ogen van collega-bandkeramiekers geslaagd is.

Afb. Zicht op de vindplaats Elsloo op de afdeling ‘Archeologie van Nederland’ in het RMO. Op de voorgrond de vitrine met de inhoud van twee graven, de bandvormige versiering in het lint en de projectie van de Google Zoom. Foto Mike Bink/Rijksmuseum van Oudheden.

Tagged with:
 

The Odyssey project is organizing a session on the 19th EAA meeting in Pilzen called: Something out of the ordinary? Interpreting the diversity in the uniformity of the Early Neolithic Linearbandkeramik in Central and Western Europe.

  • Research into the Early Neolithic Linearbandkeramik (LBK, 5500-4900 cal BC) has over the past two decades presented us with a wealth of new information regarding the settlement and social structure of the earliest farmers in large parts of Central and Western Europe. Apart from traditional excavation archaeology, both isotope and aDNA research recently added a distinct perspective regarding life histories and mobility of humans and animals. This has brought us closer to the dynamics of early Neolithic life in this area and moreover demonstrates the presence of distinct spatio-temporal variation in its regional cultural characteristics. The longstanding formal uniformity of the LBK is gradually yielding and reveals an underlying diversity that is becoming increasingly data-rich.
    The development of these new dimensions in our understanding is anchored in archaeological research ranging from burial customs and deposition practices, to social issues of settlement structure, raw material networks, violence, and mobility. These present the basis for creating a more heterogeneous picture of Early Neolithic groups contrasting with the well-known image of uniform loess-based sedentary farmers with linear ware.In this session papers are invited to discuss LBK diversity in relation to four broad themes:

    • Regional and local inter- and intra-site patterning highlighting particularities in site location choice and settlement structure
    • Expressions of regional style and choice in pottery fabrication and decoration, food economy and raw material (networks)
    • Mortuary and deposition practices that offer a perspective on the manifold choices regarding ritual expressions
    • LBK-life dynamics, isotopic, aDNA and associated research highlighting diversity in (community) life histories

    Contributors are requested to present their research into the aforementioned topics, but also to specifically reflect on how their results relate to our common knowledge of the LBK and to what extent the diversity documented rather befits a difference of degree or of kind.

    Important dates
    The deadline for the submission of papers is on 15 th March 2013
    The deadline for early fee registration is on 1st June 2013

    Organisers: Luc Amkreutz (National Museum of Antiquities, The Netherlands), Ivo van Wijk (Archol BV, The Netherlands) and Fabian Haack (Generaldirektion Kulturelles Erbe Rheinland-Pfalz, Germany)

Set your Twitter account name in your settings to use the TwitterBar Section.