All posts by admin

Preliminary Program:Euregional Archaeological Conference, WHAT’S NEW ABOUT THE LBK?

Friday 7 November 2014

09:00-09:30 Coffee/ tea reception and registration
09:30-09:45 opening ceremony drs. Rob Paulussen, chairman Archeologische Vereniging Limburg (AVL)

09:45-12.30 Session 1: Ideology and Social structure in the LBK sessionleaders: dr. Piet van de Velde & drs Lita Wiggers

  • prof. dr. Andreas Zimmermann – Ideology and Social Structure in Bandkeramik times (Keynote lecture)
  • dr. Kristin Heller – Shedding light on LBK gender relation and social structure through European burial sites
  • dr. Erich Claßen – Settlement history, land use and social networks of early Neolithic communities in western Germany
  • Frank Hartel MA – LBK burial grounds as a source of religious history
  • prof.dr. Laurence Burnez-Lanotte & dr. Louise Gomart – Ceramic production, forming techniques and identity of potters: a technological approach to Limburg Pottery at Rosmeer (Limburg, Belgium)
  • dr. Nico Fröhlich – LBK households and their succession: Tradition, rules – individuality?

12:30-12:45 Book presentation ‘Forgotten Bandkeramic’ by drs. Ivo van Wijk

12:45-14:00 Lunch

14:00-16:45 Session 2: The Bandkeramik Cultural Landscape sessionleaders: dr. Erich Claßen & drs. Yannick Raczynski-Henk

  • prof. dr. Corrie Bakels – Three Linearbandkeramik settlements and their environment: a paleoecological study of Sittard, Stein and Elsloo, 36 years later (Keynote lecture)
  • ir. Jean Pierre de Warrimont – Linearbandkeramik in the Meuse valley and Dutch-Belgian border region south of the river Geul
  • prof. dr. Renate Gerlach, dr. Jutta Meurers-Balke& dr. Eileen Eckmeier – What do we know about the status of soil before and during Neolithic? Pedoarchaeological, archaeobotanical and geochemical evidences.
  • dr. Johanna Hilpert – The RhineLUCIFS-Project: Simulating and aggregating patterns of land use in sedentary societies
  • dr. Aurélie Salavert – Interactions between man and woodland during the Linearbandkeramik period in Central Belgium.
  • dr. Thomas Frank & dr. Gerd Helle – Title to be announced
  • dr. Tanja Zerl, dr. Jutta Meurers-Balke & dr. Joop Kalis – The archaeobotany of the Bandceramic well of Kückhoven (Rhineland)

16:45-17:00 Day closing prof. dr. Jens Lüning

17:15-18:30 After Conference Drinks at Museum Het Domein (free admission exposition“Limburgs Atlantis, a different story about the first farmers”

Saturday, 8 November 2014

09:00-09:30 Coffee/ tea reception and registration
09:30-09:40 opening ceremony drs. Rob Paulussen, chairman Archeologische Vereniging Limburg (AVL)

9:40-12.45 Session 3: Bandkeramic Technology
sessionleaders: dr. Mike Ilett & drs. Ivo van Wijk

  • dr. Caroline Hamon -The view from the stones: crafts and subsistence economy in the Linearbandkeramik technical system (Keynote lecture)
  • dr. Louise Gomart -Technical know-how during the early Neolithic in north-eastern France and in Belgium (5300-4900 BC) an anthropological approach to pottery productions of LBK communities
  • dr. Dominique Bosquet -Title to be announced
  • ir. Wim Hendrix – A Hoard Find of Bandceramic Adze Blades at Stein
  • dr. Marjorie de Grooth -Flint working in the Limburg LBK – a reassessment
  • prof. dr. Annelou van Gijn – Domestic activities at the Linear Pottery site of Elsloo : a look from under the microscope
  • dr. Pierre Allard & prof. dr. Laurence Burnez-Lanotte – The specialised production of flint blades in the Belgium early neolithic

12:45-14:15 Lunch

14:15-16:45 Session 4: The Bandkeramic Neighbours sessionleaders: prof. dr. Detlef Gronenborn & dr. Luc Amkreutz

  • prof. dr. Leendert Louwe Kooijmans – Alien encounters in the Euregion? (Keynote lecture)
  • dr. Hans Christoph Strien – Limburg, La Hoguette and all the others: neolithic impact before the LBK
  • dr. Martin Heinen – Comments on the End of the Mesolithic in the Rhine-Meuse-Schelde-Area
  • dr. Leo Verhart – Beyond the border: LBK north of the loess
  • Lic. Erwin Meylemans – ‘Bazel Sluis’ in the early 5th millennium cal BC: new data on forager- farmer contacts in the Lower Scheldt valley (Flanders, Belgium).

16:45-17:05 Day closing prof. dr. Detlef Gronenborn

17:05-17:20 Closing of the Conference drs. Rob Paulussen, chairman Archeologische Vereniging Limburg (AVL)

Information and registration
For more information and registration, please visit www.lgog.nl/LBK-home.htm

NOaA-lezingen 3 juli 2014

Aankondiging: NOaA-lezingen 3 juli 2014

Inleiding:
De NOaA-lezingen van juli staan in het teken van onderzoek naar de Lineair Bandkeramische Cultuur. Naast de presentatie van de resultaten van recent onderzoek wordt vooruitgekeken naar thema’s en vragen voor toekomstig onderzoek. Sprekers zijn Luc Amkreutz van het Rijksmuseum der Oudheden en Ivo van Wijk van ARCHOL.

Programma:

10.00-10.45 ‘Vergeten’ onderzoeken van de Bandkeramiek – dr Luc Amkreutz (Rijksmuseum van Oudheden)
10.45-.11.00 Koffiepauze
11.00-11.45 ‘Terug naar de Bandkeramiek’ en weer vooruit? – drs Ivo van Wijk (ARCHOL)
11.45-12.30 Discussie

Samenvattingen:
‘Vergeten’ onderzoeken van de Bandkeramiek – dr Luc Amkreutz (Rijksmuseum van Oudheden) Het onderzoek naar de vroegneolithische Lineair Bandkeramische Cultuur (LBK) kent een lange geschiedenis. Vanaf de eerste ontdekking in Nederland in 1925 zijn talrijke opzienbarende vondsten gedaan die gezamenlijk een beeld hebben geschapen van de overgang van een jagend en verzamelend naar een boerenbestaan in Zuid-Nederland. Deze transitie markeert een van de belangrijkste momenten in onze menselijke geschiedenis en daarom stond zij vroeg en veel in de wetenschappelijke belangstelling. Het onderzoek naar deze interessante periode in Nederland wordt gekenmerkt door betrokkenheid van diverse (amateur-)archeologen. Het bekendst zijn de projecten van Modderman geweest die internationaal toonaangevende publicaties opleverden. Toch zijn er vele onderzoeken die niet of onvoldoende zijn gepubliceerd, maar die het beeld van de bekende vindplaatsen Elsloo, Geleen, Stein en Sittard wel veel completer maken. Het Odyssee-project ‘Terug naar de Bandkeramiek, ‘vergeten onderzoeken van de Bandkeramiek’ heeft in deze leemte voorzien.
Na drie jaar is dit project tot een geslaagd einde gebracht. Een overzicht is dan ook op zijn plaats. Binnen een groot samenwerkingsverband zijn 14 vindplaatsen opnieuw bekeken en met elkaar vergeleken. Het leverde opmerkelijke bevindingen op die tot nu toe niet als zodanig zijn herkend. In een synthetiserend kader ontvouwt zich langzaam een andere kijk op de eerste Limburgse boeren. In deze bijdrage worden de opzet van het project, de valkuilen en de resultaten besproken.

‘Terug naar de Bandkeramiek’ en weer vooruit? – drs Ivo van Wijk (ARCHOL)

Samenvatting
Na het grootschalig nederzettingsonderzoek van Modderman in de periode 1940-1970 nam de aandacht vanuit de wetenschappelijke wereld voor de Nederlandse Bandkeramiek langzaam af. Vooral in de periode daarna raakt de kennis versnipperd en valt het Bandkeramisch onderzoek nagenoeg buiten alle onderzoeksaandacht. Toch blijft de Bandkeramiek tot de verbeelding spreken en vindt er mondjesmaat nog, voornamelijk nood- en kleinschalig, onderzoek plaats. Met de komst van Maltagericht, commercieel uitgevoerd onderzoek is er een nieuwe impuls gekomen die momenteel haar vruchten afwerpt. Het Bandkeramisch onderzoek dat voornamelijk wordt uitgevoerd door Archol in samenwerking met de Faculteit der Archeologie van de Universiteit Leiden en het Rijksmuseum van Oudheden, lijkt te hebben gezorgd voor een hernieuwde en groeiende maatschappelijke aandacht voor de eerste boeren in Nederland. Menig Limburgse gemeente identificeert zich met de Bandkeramiekers en momenteel zijn talrijke initiatieven ontplooid om de Bandkeramiek breed in de belangstelling te zetten. Ondanks deze groeiende publieke betrokkenheid zorgen de slinkende budgetten voor uitholling van het onderzoek, terwijl internationaal wel een verdiepingsslag plaatsvindt waarbij nieuwe ideeën worden getoetst en beproefd met behulp van natuurkundig onderzoek. Wil het Nederlandse bandkeramisch onderzoek daar op kunnen aansluiten dan is een heroverweging van onderzoeksmethodiek en inzet van financiën nodig. Verdieping van het onderzoek vult de details in die juist nodig zijn om maatschappelijke betrokkenheid te waarborgen. In de lezing wordt een overzicht geboden van de stand van kennis tot nu toe, nieuwe onderzoeksvragen geformuleerd, worden een aantal maatschappelijk gerichte initiatieven gepresenteerd en nieuw specialistisch onderzoek belicht.

Voor wie:
De lezingen zijn voor iedereen toegankelijk

Kosten:
Er zijn geen kosten aan verbonden

Meer informatie:
Aanmelden en nadere informatie: Tessa de Groot, t.de.groot@cultureelerfgoed.nl of http://www.archeologieinnl.nl/noaa-lezingen

Locatie:
Auditorium, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Smallepad 5, Amersfoort

The First Euregional Archaeological Conference

What’s new about the Linearbandkeramik culture in the Meuse-Rhine region

The Euregion Meuse-Rhine saw the arrival of the first people introducing agriculture to the area about 7.400 years ago. Because of their specific style of pottery decoration, these pioneer farmers have become famous as the Linearbandkeramik culture (commonly abbreviated as LBK).
These first agriculturalists have been subject to research for over a hundred years. Even though this long period of investigation has yielded an enormous amount of research data, there are still more questions than answers.

Programme Nov 6th to 9th, 2014
Thursday Nov 6th, Stayokay Maastricht:
Two evening lectures in Dutch with prof. dr. Wil Roebroeks and dr. Remko Kuipers on prehistoric subsistence strategies: the introduction of fire and paleodiet.

Friday and Saturday Nov 7th – 8th, Stadsschouwburg Sittard:
LBK Conference with more than twenty presentations in English involving researchers from Germany, France, the Netherlands and Belgium who will present their latest insights, discoveries and theories.
In four sessions:

  • Ideology and Social Organisation (prof. dr. Andreas Zimmerman from Cologne University),
  • LBK Landscape (prof. dr. Corrie Bakels from Leiden University)
  • Technology (dr. Caroline Hamon from French National Centre for Scientific Research)
  • LBK Neighbours (prof. dr. Leendert Louwe Kooijmans)

Sunday Nov 9th, LBK-landscape (departure near Stadsschouwburg Sittard):
Field trip by bus in English / Dutch. The excursion will cross the LBK landscape of the Belgian and Dutch provinces of Limburg and will visit four LBK sites.

Information and registration

For more information and registration, please visit the (English) section of the AVL website
LBK conference 2014

Limburgse Archeologie Dag 2014

Tijdens de zesde Limburgse Archeologie Dag (LAD) op zaterdag 21 juni 2014 staat de vernieuwde vaste presentatie Van neanderthaler tot stedeling in het Limburgs Museum centraal. Verschillende professionele en amateurarcheologen vertellen meer over diverse vondsten die de laatste jaren zijn gedaan in Limburg en omgeving en over vondsten die in de vaste presentatie van het Limburgs Museum zijn opgenomen.
Tijdens de LAD wordt voor het eerst de aanmoedigingsprijs voor een beginnend (amateur)archeoloog uitgereikt, is er een competitie rond de belangrijkste vondst van Limburg, ontbreekt natuurlijk niet de Grote Archeologie Quiz en wordt de dag afgesloten met een culinair historisch diner. Een dag vol interessante lezingen en activiteiten, waarbij ook voldoende mogelijkheden bestaan om te netwerken.

Kaarten voor deze dag worden verkocht in de voorverkoop via de webshop. Vooraf kaarten kopen is mogelijk tot uiterlijk woensdag 18 juni 2014. Daarna is alleen nog kaartverkoop aan de dagkassa mogelijk (let op: vol is vol).

Programma:

10.00 – 10.30:

Ontvangst met koffie/thee

10.30 – 10.45:

Welkomstwoord

10.45 – 12.15:

Lezing 1: Archeologie voor iedereen: Van Neanderthaler tot stedeling, door Leo Verhart
Lezing 2: Cold case in het stuifzand. Het urnenveld op de Boshoverheide in een Notendop, door Liesbeth Theunissen
Lezing 3: Een parade van goden en gladiatoren. Muurschilderingen in de Romeinse villa van Maasbracht, door Louis Swinkels
Lezing 4: Van het haantje en ‘t heiligdom in Buchten, door Béatrice de Fraiture
Lezing 5: “In dit teken zult gij overwinnen”. Een laat-Romeinse helm met een boodschap uit Kessel, door Wim Dijkman
Lezing 6: Onverwachte vondsten uit het klooster van Susteren, door Gemma Jansen
Top 5, voorronde Archeologie Quiz

12.15 – 13.30:

LUNCHPAUZE, gelegenheid tot bezoeken infomarkt en museum

13.30 – 14.45:

Uitreiking aanmoedigingsprijs
Lezing 7: Adel aan de Maas: een archeologisch en historisch onderzoek naar het verdwenen Huys de Hildert in Well, gemeente Bergen, door Xavier van Dijk
Lezing 8: Hoogcanne, de opgraving van een niet zo typisch bandkeramisch dorp langs het Jekerdal, door Ivo van Wijk
Lezing 9: Het Merovingisch grafveld van Posterholt en het Roergebied in de Vroege Middeleeuwen, door Frans Theuws

14.45 – 15.20:

PAUZE

15.20 – 16.20

16.20

Lezing 10: Navagne (1576-1914). Van kasteel tot tolkantoor, van fort tot ruïne en weer Terug, door Tim Vanderbeken
Lezing 11: Het archeologisch en geofysisch onderzoek van de Romeinse vicus te Dilsen-Stokkem, door Elke Wesemael
Finale Archeologie Quiz, verkiezing Archeologie Top 10

BORREL

Aansluitend:

Historisch diner (optioneel)

De Limburgse Archeologie Dag wordt jaarlijks georganiseerd. Het is een samenwerkingsverband tussen het Limburgs Museum, de Archeologische Vereniging Limburg (AVL), sectie van het LGOG, het Steunpunt voor Archeologie en Monumentenzorg (SAM) en RAAP Archeologisch Adviesbureau namens het archeologisch bedrijfsleven. Leden van het AVL, LGOG, achterban van SAM (Limburgse gemeenteambtenaren), Vrienden van het Limburgs Museum en mensen werkzaam bij een gecertificeerd archeologisch bureau kunnen tegen een gereduceerd tarief deelnemen aan de LAD.

Bijnaderinzien

Bij nader inzien

Bij nader inzien is een tentoonstelling over nieuw onderzoek naar 31 ‘vergeten’ archeologische opgravingen in Nederland. De resultaten ziet u in deze afwisselende expositie over twee zalen, met onderwerpen uit de prehistorie, Romeinse tijd, Middeleeuwen en de Tweede Wereldoorlog.
Het LBK Odyssee project vormt ook onderdeel van de expositie.

Nieuw onderzoek naar oude opgravingen
In de vorige eeuw zijn door het hele land duizenden opgravingsprojecten uitgevoerd. Lang niet altijd werden de resultaten goed in kaart gebracht. Vondsten en documentatie verdwenen zelfs ongezien in dozen en lades. 31 van deze ‘vergeten’ opgravingen zijn de afgelopen jaren opnieuw bestudeerd. Dat gebeurde door middel van nieuwe technieken en met financiële steun van het ministerie van OCW, de wetenschapsorganisatie NWO en in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Twee zalen vol ontdekkingen

De eerste zaal van de tentoonstelling vindt u op de begane grond van het museum, vlakbij de ingang. Via een grote landkaart op de vloer maakt u in deze zaal kennis met alle projecten: 31 opgravingsprojecten en een digitaliseringsproject. De tweede zaal is op de eerste verdieping. Hier zijn de onderzoeken verdeeld over vier thema’s. U ziet objecten, verhalen, tekeningen, maquettes, reconstructies en foto’s. U leest welke ontdekkingen de vroegere én hedendaagse archeologen hebben gedaan.
Staalkaart van archeologisch Nederland

Samen leveren de opgravingsprojecten een fraaie staalkaart van archeologisch Nederland op: de Boshoverheide met de grootste prehistorische begraafplaats van Noordwest-Europa, Romeinse forten en dorpjes langs de limes en de kust, vroegmiddeleeuwse grafvelden en stadsopgravingen de eerste onderwateropgraving van Nederland en vondsten uit de Tweede Wereldoorlog.
Onderzoekers van nu doen verrassende ontdekkingen

Gebrek aan geld en tijd was vaak de reden dat opgravingen niet verder werden uitgewerkt. De vergeten opgravingsprojecten hebben vervolgens lang moeten wachten voordat iemand zich erover ontfermde. In de afgelopen vier jaar vormden deze projecten het vertrekpunt voor nieuwe, spannende zwerftochten door archieven en depots. De onderzoekers van nu doken in de stoffige dozen en mappen met vondsten, tekeningen, foto’s en documentatie en deden soms verrassende ontdekkingen.

Odyssee en de behouden thuiskomst
Het project om de vergeten opgravingen nieuw leven in te blazen kreeg van het ministerie en het NWO de naam Odyssee mee. Hiermee werd de behouden thuiskomst van belangrijke informatie over ons verleden gesymboliseerd, vrij naar de behouden thuiskomst van de Griekse held Odysseus na zijn mythische omzwervingen.

De tentoonstelling wordt van 15 april t/m 14 september 2014 gehouden in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, Rapenburg 28.

Zie ook op facebook en het RMO

Bijnaderinzien

Steentijddag 2014

Programma voor de 24e Steentijddag op 25 januari 2014
Leiden, Lipsiusgebouw, Universiteit, Cleveringaplaats 1

10.30-11.00 Ontvangst, inschrijving, koffie en thee
11:00-11.30 Izabel Devriendt: Swifterbant stones. Het einde van een proefschrift, het begin van een verhaal
11.30-12.00 Willem-Jan Hogestijn: ‘To sieve or not to be?’ Het belang van boren en zeven voor steentijdvindplaatsen.
12:00-12:30 Simone Bloo en Peter Stokkel: Chronologiebepaling Vlaardingenaardewerk op basis van verschraling te mager?

12.30-14:00 LUNCH
Tevens is het mogelijk publicaties te kopen en te verkopen en elkaar vondsten te tonen.

14:00-14:30 Steentijdberichten
– Luc Amkreutz: Persistent Traditions. Neolithisatie in de wetlands (10 min)
– Marijke Bekkema:Van Zwerfkei tot Deksteen. Bouwmateriaal en verspreiding van megalithische monumenten in Nederland, Duitsland en Denemarken (10 min)
– Ivo van Wijk: boekaankondiging Odyssee Bandkeramiek (5 min)
-Linda Dielemans: Zomerwoud: het einde van de midden-steentijd tot leven gebracht (5 min)

14:30-15:00 Jan Willem van der Drift: Schuine bipolaire afslagtechniek in de oude steentijd. Nieuwe inzichten
15.00-15.30 THEEPAUZE
15:30-16:00 Alexander Verpoorte: Neanderthalers in Den Bosch – enkele eerste inzichten
16:00-16:30 Ineke de Jongh: Federmesser-patronen in Nederland en Vlaanderen
16.30-17.30 BORREL Borrel in het Rijksmuseum van Oudheden

Kijk op www.rmo.nl/steentijddag voor uitgebreide informatie over het programma.

[News]Prehistorische mannen waren werpers

Skeletten van prehistorische mannen – maar niet die van vrouwen – vertonen dezelfde beschadigingen aan de elleboog als professionele honkballers. In ellebogen uit latere tijden worden deze beschadigingen, die veroorzaakt worden door vaak werpen of hameren, nauwelijks meer teruggevonden. Dit blijkt uit een analyse van beschadigingen aan peesaanhechtingen van de elleboog bij 308 skeletresten uit de prehistorie (van de IJstijd tot circa 3.000 jaar voor Christus) en 953 uit latere tijden (Romeinse tijd tot nu). De studie verscheen in het Journal of Archaeological Science (online, 3 januari).

Waarschijnlijk betekent deze bevinding dat prehistorische mannen veel wierpen tijdens de jacht. In ieder geval wijst het op een duidelijke werkverdeling tussen man en vrouw. Deze beschadiging van pezen in de elleboog wordt in de moderne tijd alleen aangetroffen in heel specifieke beroepen, zoals honkbalwerpers en timmerlieden die extreem veel hameren. Het is iets anders dan de ‘gewone’ tennisarm, die ook in het verleden vaak voorkwam. Om te corrigeren voor schade die door algemene bewegingen ontstaat, bekeken de onderzoekers, een Franse antropologe en een Engelse archeoloog, de verhouding tussen ‘werpersarm’- en ‘tennisarm’-beschadigingen.

Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van maandag 13 januari 2014 op pagina 18

Abstract van het artikel:

Sexual division of labour in European prehistory is usually inferred by indirect means: ethnographic analogy, pictorial representation, or from grave inclusions. The study of skeletal activity-related morphology seems the most direct means by which to interrogate the question of sexual division of labour in past societies. In this paper we present the results of an analysis of enthesopathies (i.e. lesions of the tendon attachments) of the elbow in three time-successive population samples spanning the prehistoric, pre-industrial historic, and modern European eras. We employ an innovative analytical procedure, the lateral to medial epicondylar ratio (L/M ratio) to assess limb use. Results indicate a tendency for lateral epicondylosis in all samples, except for prehistoric males, who possess medial epicondylosis more frequently, and for the right side only. The increased prevalence of pathological changes of the right medial epicondyle suggests lateralized limb use that corresponds with “thrower’s elbow”. This indicates that males, but not females, preferentially employed movements involving throwing motions in these hunter-gatherer and early farming groups. Based on this evidence we postulate the existence of a persistent sexual division of labour in these prehistoric European populations involving one or several strenuous activities linked to unilateral limb use.

[News] Lezingenreeks 2014 –Thermenmuseum

Vanaf 28 januari 2014 organiseert het Thermenmuseum maandelijks een lezing in het thema ‘De eerste boeren’, horend bij de gelijknamige tentoonstelling die momenteel te zien is in het museum.
In de lezingencyclus staat de boerenlandbouw op de löss in Zuid-Limburg door de eeuwen heen centraal. Vijf lezingen belichten de belangrijkste perioden van vernieuwing: de Steentijd, de Romeinse tijd, de Middeleeuwen en de 19e eeuw.

Programma
28 januari 2014
drs. Ivo van Wijk – De Bandkeramiekers, eerste boeren van Limburg. (Bandkeramiek)

25 februari 2014
dr. Karen Jeneson – Van Keltische keuterboer tot Romeinse ‘agricola’. De transformatie van het boerenbestaan op de löss in de Romeinse tijd.

25 maart 2014
dr. Corrie Bakels – Wat zaait de boer? De keuze van het gewas. (IJzertijd – Karolingische tijd)

29 april 2014
dr. Hans Renes – Boeren in de Middeleeuwen.

27 mei 2014
Theo Bastiaens – Het oude nieuwe. (19e eeuw)

De lezingen vinden plaats in het Thermenmuseum en starten om 19.00 uur (inloop vanaf 18.30 uur). Het programma duurt tot ca. 21.00 uur.
Toegang: € 7,50; Passe-partout (5 lezingen) € 30,00.
Aanmelden: tel. 045-5605100, info@thermenmuseum.nl of via de balie van het Thermenmuseum

Over de sprekers
drs. Ivo van Wijk – senior projectleider – archeologisch bedrijf Archol te Leiden
dr. Karen Jeneson – conservator – Thermenmuseum Heerlen
dr. Corrie Bakels – archeobotanist – Universiteit Leiden
dr. Hans Renes – historisch geograaf – Universiteit Utrecht & Vrije Universiteit Amsterdam
Theo Bastiaans – voorzitter stichting Historische Landbouw – Schinveld

Tentoonstelling ‘De eerste boeren’
Het Thermenmuseum presenteert tot 1 juni 2014 de tentoonstelling ‘De eerste boeren’, over de zogenaamde Bandkeramiek-boeren. Dit waren de allereerste boeren op de vruchtbare Zuid-Limburgse lössgronden. De tentoonstelling is gemaakt door het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden, waar de tentoonstelling in 2012 te zien was. Met de presentatie in het Thermenmuseum zijn de schatten van Limburg weer terug op Limburgse bodem!

20131224-164345.jpg

Opgravingen op de Cannerberg [7]: start van de uitwerking

Reeds een paar maanden geleden is de opgraving op de Cannerberg afgerond. Nu wordt eindelijk de start gemaakt met de uitwerking van alle gegevens die in het veld zijn verzameld. Voor de bandkeramische periode zal de uitwerking zich op een aantal thema’s toespitsen. Ten eerste is dat de fasering van de nederzetting. Hoe lang heeft het bandkeramisch dorpje nu op de Cannerberg bestaan en hoeveel boerderijen hebben er tegelijkertijd gestaan. Om hier een antwoord op te kunnen geven zal in eerste instantie worden begonnen met het beschrijven en analyseren van al het bandkeramische aardewerk. Daarbij wordt vooral gelet op de versiering van het aardewerk. De versiering is namelijk een belangrijke indicator voor hoe oud het aardewerk is ten opzichte van elkaar. Een relatieve datering dus. Het uitgangspunt namelijk is dat het oudste aardewerk eenvoudig was versierd en dat deze in de loop der tijd steeds uitbundiger werd. Dat kwam omdat de wijze van versiering van moeder op dochter werd doorgegeven. Doordat de dochter telkens weer een nieuwe versieringsstijl of motief toevoegde ontstond uiteindelijk een patroon van vele motieven uitgevoerd met lijntjes en puntjes. Het aardewerk wordt dan per kuil beschreven on zodoende een relatieve datering van elke kuil die aardewerk heeft bevat te verkrijgen. Als we er van uitgaan dat een aantal kuilen tot een huisplattegrond heeft gehoord, met name de langskuilen die parallel aan het huis zijn gelegen, kunnen we uiteindelijk een datering van de huisplattegrond krijgen. Daarmee komen we gelijk op het tweede thema, namelijk de inrichting van de huisplaats. De huisplattegrond met haar langskuilen zal ongetwijfeld een deel hebben uitgemaakt van de huisplaats. Maar hoe was deze verder ingericht? Door alle kuilen die voldoende aardewerk hebben opgeleverd te dateren kunnen we zien welke kuil tot welke huisplaats mogelijk heeft behoord. Dit is nooit met zekerheid te zeggen maar we kunnen toch tot een redelijke benadering komen. Door goed te kijken naar alle vondsten die in deze kuilen zijn gedaan of beter gezegd al het afval dat in deze kuilen is gegooid, hopen we iets te kunnen zeggen over welke activiteiten op deze huisplaats hebben plaatsgevonden. Heeft er vuursteenbewerking plaatsgevonden, is alleen huishoudelijk afval weggegooid en zijn sommige kuilen misschien voor specifieke doeleinden gebruikt. Stap voor stap wordt het dagelijkse leven daarmee ingevuld. Of op z’n minsten benadering daarvan gegeven. Wat al langzaam duidelijk wordt is dat de nederzetting op de Cannerberg langer in gebruik is geweest dan we aanvankelijk dachten. Niet slechts enkele generaties maar toch gedurende een langere periode. Hoe lang zal nog moeten blijken. We analyseren rustig door!

Het beschrijven en opmeten van het aardewerk samen met Piet van de Velde

20131224-164107.jpg

[News]Europa: al in de Steentijd multiculti

Archeologie: nieuwkomers bepaalden niet alleen onze genen, maar ook onze culturen

Steeds vaker vinden archeologen aanwijzingen dat in het prehistorische Europa de volkeren over en door elkaar heen buitelden.

Het was, natuurlijk, altijd al een beetje gek. We mogen onszelf dan Europeaan noemen, een oud volk uit een oud continent – wie ons dna doorvlooit, ziet al snel dat het anders zit.

Een vuilnisbakkenras, die Europeanen. Haast de helft draagt dna dat duidt op een afstamming uit het Midden-Oosten. Een op de tien heeft een prehistorische genetische mutatie die afkomstig is uit de Kaukasus. Weer anderen hebben dna dat duidt op voorvaderen in Mesopotamië, Iran of West-Azië. Een samengesteld allegaartje: van alle autochtone Europeanen is slechts 10 tot 20 procent nakomeling van de oorspronkelijke volksstammen die hier na de laatste ijstijd binnentrokken.

Hoe dat zo is gekomen? Het lijkt erop dat de grote vermenging in de Nieuwe Steentijd plaatsvond (in noordwest-Europa: ongeveer 6000-2200 v. Chr.), zo schrijft deze week een onderzoeksteam rondom de flamboyante Duitse steentijdarcheoloog Harald Meller in Science. Sterker nog: de nieuwkomers hebben niet alleen onze genen, maar ook onze culturen vormgegeven.

Het team van Meller lichtte de afgelopen jaren de genetische profielen door van 562 prehistorische skeletten, en zet die deze week uit op een opmerkelijke tijdlijn: telkens als er een nieuw volk opdook, hing dat samen met de opkomst van een nieuwe cultuur, met nieuwe voorwerpen en leefwijzen of anders gevormd aardewerk. Alsof ieder volk zijn eigen slimmigheidjes meenam.

Het was lang taboe om zulks te beweren, legt de Leidse hoogleraar Europese prehistorie Harry Fokkens uit. ‘Vroeger was alles migratie’, schetst hij. ‘Bij iedere nieuwe cultuur die archeologen vonden, dachten ze meteen dat er een nieuw volk in het spel was.’ Totdat nieuwe dateringstechnieken gehakt maakten van die ‘migratietheorie’. Cultuur is immers iets wat mensen ook gewoon op elkaar overdragen, zo werd in de liefdevolle jaren zestig en zeventig het leidende paradigma. ‘Maar ik ben bang dat we er niet aan ontkomen dat er toch meer aan de hand was’, zegt Fokkens nu.

Het nieuwe Duitse onderzoek, het meest omvangrijke in zijn soort tot dusver, zet die kijk stevig aan. Op een filmpje waarin Meller en zijn consortium hun bevindingen samenvatten, spoelen de bevolkingsgroepen als kleurige inktvlekken over Europa, golf na golf, een mengsel van culturen en invloeden uit alle windrichtingen. 5500 jaar v. Chr.: een toestroom van stammen uit vermoedelijk Anatolië en het Midden-Oosten, tijdens de opkomst van de bandlineaire cultuur en de eerste landbouw. Rond 4000 v. Chr.: een volksverhuizing vanuit Duitsland naar Scandinavië, tien eeuwen later gevolgd door een beweging de andere kant op. 2800 v. Chr.: een plotse invasie vanuit het oosten, die gepaard ging met de opkomst van de zogeheten touwbekercultuur.

Centraal station

Zo kwam er om de haverklap een nieuw volk aanwaaien, met een nieuwe culturele invloed, nieuwe technieken, en een nieuwe ‘haplogroep’ – zoals bevolkingsgroepen in de genetica heten. West-Europa leek het centraal station wel. ‘We zijn geen simpel mengsel’, zegt Mellers eerste auteur, promovendus Guido Brandt, aan de telefoon. ‘Onze studie laat zien dat het beeld veel complexer is dan: de landbouw kwam uit het Nabije Oosten, en toen werden we allemaal boeren.’

Het is een stelligheid die overigens niet iedereen kan bekoren. ‘De populatie werd geleidelijk diverser’, beaamt Leendert Louwe Kooijmans, emeritus hoogleraar prehistorische archeologie in Leiden. ‘Maar om dat nou op te hangen aan afzonderlijke gebeurtenissen en migratiegolven, dat vind ik een beetje ouderwetse Duitse archeologie.’ Fokkens heeft soortgelijke bedenkingen – zo wijst hij erop dat de Duitsers wel erg gemakkelijk beweren dat de zogeheten klokbekercultuur uit Spanje kwam – maar is toch ook gefascineerd. ‘Je vraagt je af hoe zoiets gaat. Komt er soms een migrant aanlopen die zegt: je kunt je aardewerk beter zó maken?’

Waarschijnlijk ging het geleidelijker, weet Fokkens natuurlijk ook wel. In de vroege dagen van de landbouw ontstonden er bijvoorbeeld mengvormen: ‘Hazendonk en de Vlaardingencultuur waren waarschijnlijk boeren met een sterke jachtcomponent. En de Swifterbantcultuur (in onder meer het noordoosten van Nederland, ongeveer 5000-3400 v. Chr.) waren in feite jagers-vissers-verzamelaars met een koetje en een beetje graan.’

In andere gevallen hield men er soms gewoon twee gescheiden werelden op na. Zo bedreef de bandkeramische cultuur in Zuid-Nederland dik 5.000 jaar geleden al landbouw, terwijl de Vlaardingencultuur een paar duizend jaar later nog overwegend stoelde op visvangst, jacht en verzamelen. Ook in Frankrijk en België leefden oud en nieuw lange tijd naast elkaar.

Collega’s van Meller en Brandt kwamen gisteren per snelpublicatie op de website van Science met een ander intrigerend voorbeeld. Soms haalden de oude Europeanen hun schouders op over die malle nieuwkomers – en hielden ze stug vast aan hun eigen gebruiken, pal onder de neus van de immigranten.

Dat is althans het beeld dat volgens archeologe Ruth Bollongino van de Johannes Gutenberg Universiteit in Mainz opdoemt uit een grot genaamd Blätterhöhle. Die grot – in feite niet meer dan een nauwe spleet in een rotswand nabij Essen – lag bij ontdekking mudvol botten van herten, dassen, zwijnen. En van de steentijdmensen die er een goede vier- a vijfduizend jaar geleden woonden. ‘Graven hebben we er nooit gevonden’, vertelt Bollongino. ‘Alles lag door elkaar, de grot was eeuwenlang omgewoeld door wilde dieren. We weten niet eens of de mensen hier wel werden begraven, of gewoon op de grond gelegd. Het enige dat we redelijk zeker weten, is dat men de doden hier heeft binnengebracht.’

U en H

Het vervolgonderzoek leek een routineklus. Samen met collega’s van onder meer het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie slaagde Bollongino erin minieme beetjes dna van 29 individuen uit de botten te isoleren. Genoeg om het haplotype te bepalen, de ‘familiecode’ van de doden. De oudste geraamten droegen het haplotype ‘U’ dat hoort bij jagerverzamelaars; bij de meer recente doden zaten behalve U-mensen ook leden van bevolkingsstam ‘H’, een importgroep die in verband staat met de eerste boeren. Helemaal volgens het boekje: zo’n 5.500 jaar geleden introduceerden nieuwkomers uit waarschijnlijk Anatolië de landbouw, en ging men boeren.

Alleen: dat was niet wat Bollongino zag toen ze de tanden van de doden bestudeerde, om te achterhalen wat ze zoal aten. De ‘H-mensen’ aten typisch boerenkost, bleek daaruit, zoals granen en vlees van boerderijdieren. Maar de ‘U-mensen’ aten vooral vis. Zelfs toen de landbouwrevolutie al tweeduizend jaar gaande was, vertikten de oorspronkelijke ‘U’-bewoners het kennelijk om ook een akker te beginnen, constateert Bollongino. Ze werden visser-jager-verzamelaars.

‘Heel vreemd’, zegt ze desgevraagd. ‘Deze mensen deelden duizenden jaren lang hetzelfde gebied met de boeren, dezelfde dodengrot zelfs, en toch hielden ze vast aan een heel andere leefstijl. Alsof je vandaag midden in het moderne Europa mensen ontdekt met dezelfde leefstijl als aan het begin van de jaartelling.’

Fokkens en Louwe Kooijmans hebben twijfels – zo valt op het voedingsonderzoek veel af te dingen – maar Fokkens beaamt wel dat het beeld past bij wat archeologen al dachten. ‘Ze zullen ruilhandel hebben bedreven’, oppert Bollongino, verwijzend naar moderne etnografische studies in Afrika en op de Filippijnen van jagers en boeren die in elkaars buurt leven. ‘Wij een mand met graan van de akker, jullie vanavond verse vis of pas gevangen hert op tafel.’

Zo begint de Nieuwe Steentijd, ooit een amorfe prehistorische mist die zich uitstrekte over enorme gebieden en tijdvakken, warempel steeds meer op gewone geschiedenis te lijken, met afzonderlijke volkeren, leefstijlen en vooral heel veel plaatselijke verschillen. ‘Allerlei dingen die we veronderstelden, beginnen handen en voeten te krijgen,’ zegt Louwe Kooijmans.

TERUGPUZZELEN

Zoals een achternaam of een woord met de tijd soms iets van schrijfwijze kan veranderen, zo verspringt ook ons dna af en toe een letter. Soms gebeurt dat op stukken dna die een functie hebben, maar vaak ook vinden de mutaties plaats op plekken zonder betekenis. Dat is interessant voor het afstammingsonderzoek. Omdat zulke ‘loze plekken’ niet onder selectiedruk staan, kun je er de geschiedenis van het dna uit afleiden – ongeveer zoals je kunt terugpuzzelen dat de achternaam Janssen zich ooit misschien heeft afgesplitst van de familie Jansen.

Populair is het ‘mitochondriale dna’, erfelijk materiaal dat niet in de celkern zit maar in celonderdelen genaamd mitochondriën, en dat iets gemakkelijker uit oude botten en tanden is te halen. Dit ‘mtdna’ zit niet in zaadcellen, en gaat daarom alleen over van moeder op dochter: het markeert dus de vrouwelijke afstammingslijn, van moeder op dochter op kleindochter.

Groepen die dezelfde genetische mutatie dragen en dus in dezelfde bloedlijn vallen, vormen een ‘haplogroep’, in de regel aangeduid met een letter. In Europa is bijvoorbeeld 10 procent drager van een mutatie waardoor ze in haplogroep ‘K’ vallen: de mutatie moet zo’n 16 duizend jaar geleden zijn ontstaan, vermoedelijk in het Nabije Oosten.

Van alle autochtone Europeanen is slechts 10 tot 20 procent nakomeling van de oorspronkelijke volksstammen

Duizenden jaren lang deelden stammen hetzelfde gebied, en toch hielden ze vast aan een heel andere leefstijl
Skelet van een vrouw uit de touwbekercultuur, ca. 2800 v. Chr., gevonden in Karsdorf, Duitsland. De witte rondjes zijn kralen van schelp

Zie ook het Duitse persbericht

Overgenomen uit de Volkskrant 13 oktober 2013
geschreven door Maarten Keulemans