Het onderzoek op de Cannerberg is inmiddels 4 weken bezig. Tijd om de eerste resultaten te melden. Deze week een nadere blik op de sporen van de bandkeramische nederzetting die zijn aangetroffen. We zullen daarbij vooral nader ingaan op de bandkeramische huizen of huisplaatsen. De periode van de Bandkeramiek (5250-4900 v. Chr.) is vooral van [...]
Het onderzoek op de Cannerberg is inmiddels 4 weken bezig. Tijd om de eerste resultaten te melden. Deze week een nadere blik op de sporen van de bandkeramische nederzetting die zijn aangetroffen. We zullen daarbij vooral nader ingaan op de bandkeramische huizen of huisplaatsen. De periode van de Bandkeramiek (5250-4900 v. Chr.) is vooral van belang voor de Vaderlandse geschiedenis omdat in deze tijd de toenmalige bewoners van het Limburgse land voor het eerst, in groepsverband, in huizen gingen wonen. Voorheen trokken jagers-verzamelaars als nomaden door het land en verbleven ze maar relatief kortstondig op één plek. De bandkeramische boeren bleven echter op dezelfde plek wonen, in de nabijheid van hun akkers. Nu zou men verwachten dat ze zouden wonen in eenvoudige hutten die redelijk makkelijk te bouwen zijn. Niets is echter minder waar. Ze bouwden namelijk imposante houten constructies die wel 30 m lang waren en 5 tot 6 m breed (ca 200 m², check makelaars in de omgeving voor prijzen). Deze kennis over de eerste huizen van de eerste boeren is echter nog niet lang bekend.
Hutkommen
Toen de eerste bandkeramische opgravingen in 1925 door het Rijksmuseum van Oudheden ten noorden van Maastricht werden uitgevoerd, waren de onderzoekers er heilig van overtuigd dat de Bandkeramiekers nog in kuilen in de grond woonden; de zogenaamde hutkommen. Destijds werd namelijk vooral opgegraven in smalle zoeksleuven van 80 cm breed waarin je de grondsporen van grote bandkeramische huizen nooit zou kunnen terugvinden. Wel de kuilen die naast de huizen waren gelegen en waar al het afval in gegooid werd. Vandaar dat men dacht dat ze in de kuilen gewoond hadden. Het waren de enige sporen die werden teruggevonden. Er werd zelfs nog gedacht dat er een dak boven de kuilen had gestaan maar later bleek dat de kleine sporen rondom de kuilen waarschijnlijk mollenpijpen waren (dat zijn gangen in de grond die door mollen zijn gegraven). Het was pas in 1950 toen professor Modderman van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek uit Amersfoort, in Elsloo een opgraving uitvoerde voordat men in Nederland inzag dat de Bandkeramiekers niet onder de grond woonden maar in grote huizen naast deze kuilen.
Bandkeramische huizen
Als gevolg van grootschalige opgraving in Sittard, Geleen en Elsloo die door Modderman werden uitgevoerd, werd bekend hoe de bandkeramische huizen er uit hebben gezien. En daarmee bedoelen we vooral hoe de opbouw en indeling van een huis in elkaar stak. Archeologen vinden namelijk alleen nog maar verkleuringen in de grond waar ooit palen hebben gestaan die het skelet of funderingen van het huis vormden. Deze palen zijn weggerot of uitgetrokken waardoor de kuilen die voor de palen zijn uitgegraven een andere (meestal donkere) kleur hebben gekregen dan de omliggende grond. Soms vinden we in deze paalkuilen nog afvalresten terug zoals houtskool, verbrande leem of heel soms een bouwoffer zoals een dissel (stenen bijl). Zo kunnen we de paalsporen nu nog herkennen nadat ze 7000 jaar geleden al zijn vergaan.
Modderman (samen met de Groningse professor Waterbolk) ontdekte dat de bandkeramische huizen altijd volgens een bepaald schema in delen gebouwd waren. Sommige huizen bestonden alleen uit een middendeel (zogenaamd type 3 huis), andere uit een achterdeel en een middendeel (type 2) en het grootst aantal huizen heeft een voordeel, middendeel en achterdeel (type 1). Het zijn vooral deze laatste type huizen die langer dan 30 m kunnen zijn.
De opbouw van de huizen is ook zeer uniform: de wanden bestaan uit kleine palen die ongeveer om de meter in de grond zijn gezet. Daartussen heeft een vlechtwand gestaan, besmeerd met leem. Het dak werd gedragen door een rij van drie grote palen (middenstaanders), verdeeld over het hele huis. Helaas vinden we geen onderdelen van de houten bovengrondse constructie terug maar men kan aannemen dat om die palen op hun plaats te houden en enigszins weerstand te bieden tegen weer en wind, er allerlei dwarsverbindingen moeten hebben bestaan. Het zal een zware constructie zijn geweest.
Indeling
Omdat we geen originele vloeroppervlakken terugvinden is het gissen naar de indeling van de huizen. Omdat het middendeel altijd voorkomt, is beredeneert dat dit het woon- en slaapgedeelte was. Het achterdeel zou als slaapplaats of tijdelijk onderkomen voor het vee kunnen hebben gediend. Het voordeel zou als opslagplaats voor oogst in gebruik zijn geweest. We weten het echter niet zeker. In het huis hebben ook kookvuren gebrand. Aangenomen wordt dat een grote familie in het huis woonden: opa, oma, vader, moeder en kinderen. Bij elkaar ongeveer 8 personen. Geen misselijke villa dus.
Huisplaats Het huis staat op een huisplaats. Dat is de ruimte rondom het huis die dagelijks wordt betreden en gebruikt voor huishoudelijke taken. Gedacht wordt dat de huisplaats ongeveer 20 bij 30 m rondom het huis beslaat. Deze wordt in ieder geval opgevuld met kuilen (zgn. langskuilen) die naast het huis zijn gegraven. In eerste instantie om de leem uit te halen die op de wanden worden gesmeerd. Later als afvalkuil. Wat er verder op de huisplaats lag is nu juist de hoofdvraag van ons onderzoek. Hopelijk daarover dus snel meer.
Via diverse media zijn mensen opgeroepen om als vrijwilliger mee te werken aan de opgraving op de Cannerberg. Na een overweldigende hoeveelheid aanmeldingen kunnen we melden dat alle vrije plaatsen zijn ingevuld. We sluiten dus helaas de oproep voor vrijwilligers en het is dus niet meer mogelijk om mee te graven. Via deze weblog en [...]
Via diverse media zijn mensen opgeroepen om als vrijwilliger mee te werken aan de opgraving op de Cannerberg. Na een overweldigende hoeveelheid aanmeldingen kunnen we melden dat alle vrije plaatsen zijn ingevuld. We sluiten dus helaas de oproep voor vrijwilligers en het is dus niet meer mogelijk om mee te graven. Via deze weblog en andere media zullen wij u op de hoogte houden van alle vorderingen.
We willen bij deze de Archeologische Vereniging Limburg (AVL) en alle mensen die hebben gereageerd, bedanken!
Wilt u er de volgende keer wel bij kunnen zijn? Wordt dan lid van de Archeologische Vereniging Limburg (AVL) via www.lgog.nl.
Kijk ook op https://www.facebook.com/ArcholBv voor korte nieuwsberichten.
Zoals in de vorige bijdrage is aangegeven, staat het (archeologische) landschap oftewel het cultuurlandschap centraal in het onderzoek dat we nu aan het uitvoeren zijn. Maar wat houdt dit onderzoek nu precies in en op welke wijze wordt het uitgevoerd?
Vandaag een bijdrage over het onderzoek zelf en wat we proberen te bereiken de [...]
Zoals in de vorige bijdrage is aangegeven, staat het (archeologische) landschap oftewel het cultuurlandschap centraal in het onderzoek dat we nu aan het uitvoeren zijn. Maar wat houdt dit onderzoek nu precies in en op welke wijze wordt het uitgevoerd?
Vandaag een bijdrage over het onderzoek zelf en wat we proberen te bereiken de komende weken.
Een cultuurlandschap
Landschappen zijn het product van complexe en vaak langdurige processen. Dat begint met de eerste natuurlijke vorming van het landschap maar is uiteindelijk het resultaat van de invloeden door een combinatie van mens en natuur. Het landschap blijft dan ook in beweging en verandert continue. We noemen het dan ook een cultuurlandschap waar de mens vooral de afgelopen 7000 jaar een belangrijke rol in heeft gespeeld. Door middel van landschapsarcheologie bestudeer je vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines het cultuurlandschap. Landschapsarcheologie houdt dus in dat je niet alleen de vondsten en grondsporen centraal plaatst binnen je onderzoek maar vooral deze centraal stelt binnen het landschap met al haar uiterlijke kenmerken zoals bijvoorbeeld de glooiing in het terrein (hellend van noord naar zuid), het Jekerdal nabij maar ook de ligging van de diverse nederzettingen en op welke wijze de mens dit landschap heeft benut om bijvoorbeeld zijn grondstoffen zoals hout, steen en vuursteen te verkrijgen.
- Panorama vanaf het midden van het opgravingsterrein. De brede opgravingsputten van de eerste fase van het onderzoek zijn duidelijk zichtbaar.
Landschapsarcheologisch onderzoek op de Cannerberg
Het onderzoek voor de Cannerberg is in drie fasen opgezet. De eerste fase begint met een zogenaamde nederzettingsfase waarbij geprobeerd wordt om de aard en omvang van de verschillende archeologische sporen vast te stellen. Hiertoe is al wat bekend omdat er in december al een proefsleuvenonderzoek heeft plaatsgevonden. Behoren de toen aangetroffen sporen en vondsten tot nederzettingen of wellicht activiteitenzones en hoe groot zijn de gebruikte terreinen? Zijn er ook duidelijk lege zones aan te wijzen waar geen sporen zijn achtergelaten? Tijdens deze eerste fase van het onderzoek, die nu nog volop in gang is, worden grote putten van 20 meter breed tot wel 190 meter lang van noord naar zuid over het gehele terrein aangelegd. Dit gebeurd met twee graafmachines die alle bovengrond (teelaarde) voorzichtig onder deskundige begeleiding van archeologen verwijderen. Deze rapen vondsten op die vrij komen te liggen en tekenen de grondsporen op die nu zichtbaar worden. Zo ontstaat een mooi overzicht van het gehele gebied. De tweede fase van het onderzoek wordt opgestart nadat experts van de Universiteit Leiden, Universiteit Leuven, Rijksmuseum van Oudheden, Thermenmuseum samen met Archol en de gemeente Maastricht de resultaten van de eerste fase hebben bestudeerd. Gezamenlijk wordt besproken waar nog meer onderzoek nodig is. Er vindt nu een duidelijke detaillering plaats waar voor specifieke zaken of sporen (een huis, silo, lege zone of gracht) nader onderzoek is vereist. Dit proces wordt continue bijgestuurd op basis van de resultaten uit het veld. De laatste fase van het onderzoek in het veld is een geo-fysisch onderzoek waar vooral gekeken wordt naar de omgeving van de vindplaats. Diende bijvoorbeeld het Jekerdal als bron voor grondstoffen. Kwamen er destijds vuursteen houdende lagen aan de oppervlakte waar de bandkeramiekers hun vuursteen kon winnen? En is het mogelijk om oude stuifmeelkorrels te vinden die ons meer kunnen vertellen over welke bomen en planten in het dal of op de Cannerberg hebben gestaan. Hierbij worden gericht grondboringen gezet in het Jekerdal op zoek naar aanwijzingen die ons meer informatie hierover kunnen verschaffen. Alle drie de fasen van het onderzoek samen, biedt ons hopelijk een zeer vruchtbare bodem voor verder onderzoek. Tijdens de analyse in laboratoria en achter de computer zal uiteindelijk een beeld gevormd worden van het cultuurlandschap van de Cannerberg en het verhaal daarvan worden geschreven.
Onlangs zijn archeologische opgravingen op de Cannerberg van start gegaan. Op deze blog wordt in delen verslag gedaan van deze opgraving. Niet alleen doen we wekelijks verslag van de eerste resultaten maar houden we u ook op de hoogte van alle ontwikkelingen rond het archeologisch onderzoek. Dit varieert van inhoudelijke bijdragen van de onderzoekers maar [...]
Onlangs zijn archeologische opgravingen op de Cannerberg van start gegaan. Op deze blog wordt in delen verslag gedaan van deze opgraving. Niet alleen doen we wekelijks verslag van de eerste resultaten maar houden we u ook op de hoogte van alle ontwikkelingen rond het archeologisch onderzoek. Dit varieert van inhoudelijke bijdragen van de onderzoekers maar ook tot bijdragen van meegravende studenten, amateurarcheologen en vrijwilligers die over het opgraven zelf berichten. Deze week deel 1 in de serie: de Cannerberg.
Landschap
Centraal voor het onderzoek en ook centraal in het onderzoeksgebied is de Cannerberg gelegen. De Cannerberg is veelal in het nieuws gekomen vanwege het ondergrondse NAVO hoofdkwartier dat onder de Cannerberg is gelegen, het prachtige chateau Neercanne dat aan de oostelijke zijde tegen de Cannerberg is gebouwd of het Millenniumbos dat boven op de Cannerberg is geplant. Maar wat is dit nu voor een heuvel waar het nu allemaal om draait? De Cannerberg is ontstaan door toedoen van de Maas tijdens het Cromerien (ongeveer 700.000 jaar geleden). Op de kalkrijke (mergel) ondergrond dat al veel eerder was gevormd, werd door de Maas zand en grind afgezet en delen van de kalk afgeschuurd. Dit wordt ook wel de St. Pietersbergfase genoemd. Doordat de Maas naar het oosten verplaatste als gevolg van de tektonische opheffing in de Eifel en Ardennen, bleef de Cannerberg samen met de Pietersberg als hoogste delen in de wijde omgeving staan. Ter hoogte van de Apostelhoeve is een duidelijke overgang tussen de Cannerberg en het westelijke gebied te zien in de vorm van een steilrand. Beide bergen worden van elkaar gescheiden door het Jekerdal. De Jeker stroomde vroeger door een in de ijstijd gevormd droogdal dat nog niet zo diep was uitgesneden als nu. Door de tijd heen sleet de sterk meanderende Jeker een steeds dieper dal uit waardoor tegenwoordig het hoogteverschil tussen dal en top bijna 50 meter bedraagt. Het maasgrind is hier relatief dik met een dikte van 6-7 m. Gedurende de laatste ijstijd (vanaf 120.000 jaar geleden) is de löss afgezet die hedentendage nog steeds het uiterlijk van het Zuid Limburgse landschap bepaalt.

Uitzicht op de Cannerberg vanuit het Jekerdal. Hoeve Nekum en de steile helling waarop de wijngaarden gelegen zijn duidelijk te zien.
Bewoning
De Cannerberg is sinds mensenheugenis bezocht en bewoond. De eerste bezoeken vinden plaats ruim 10.000 jaar geleden als laat paleolithische jagers/verzamelaars hun sporen achterlaten in de vorm van vuurstenen werktuigen. De Cannerberg vormde een perfecte uitkijkpositie over het Jekerdal waar kuddes doorheen trokken waarop gejaagd kon worden. Ruim 7000 jaar geleden vestigden de eerste boeren zich op de Cannerberg op een strook langs de oostelijke rand. Het waren de eerste bewoners die een permanente boerennederzetting stichtten die gedurende enige tijd in gebruik bleef. Hoe lang dat weten we nog niet maar dat zal de opgraving gaan uitwijzen. In de directe omgeving van de nederzetting werden akkers aangelegd en in (de hellingen naast) het Jekerdal was steen en vuursteen te vinden dat als grondstof dienden voor de stenen werktuigen. Op een gegeven moment wordt de berg verlaten en duurt het 4000 jaar voordat we weer sporen terug vinden die wijzen op prehistorische bewoning. Stenen bijl en vuurstenen mes zijn inmiddels ingeruild voor bronzen gereedschap en op het versiering van het aardewerk lijkt minder nadruk te worden gelegd. De mensen uit de ijzertijd bouwden er ook weer boerderijen en voorraadschuren (zogenaamde spiekers) waar ze hun gewassen in bewaarden. Uiteindelijk zijn het de Romeinen die meer noordelijk op de Cannerberg een villa bouwen, ook weer om gewassen te bouwen. De Cannerberg wordt de graanvoorraadschuur voor de Romeinse stad Maastricht. Tegenwoordig is de Cannerberg ook een uitgesproken agrarisch gebied, eigenlijk zoals het altijd is geweest nadat de eerste mensen het gebied betraden. Met de aanleg en uitbreiding van het Millenniumbos wordt het gebied weer teruggebracht in haar oorspronkelijke staat voordat het door mensen werd bewoond: een bosrijk gebied waar mensen en dieren vrij kunnen rondlopen.
Deze week is op de Maastrichtse Cannerberg een grote opgraving naar de periode van Bandkeramiek van start gegaan. In totaal wordt ongeveer 3,5 hectare (oftewel 7 voetbalvelden) opgegraven. Archeologen verwachten vondsten uit de periode van Lineaire Bandkeramiek, de Brons- en IJzertijd en de Romeinse Tijd.
De opgraving vindt plaats in het kader van A2 Maastricht. [...]
Deze week is op de Maastrichtse Cannerberg een grote opgraving naar de periode van Bandkeramiek van start gegaan. In totaal wordt ongeveer 3,5 hectare (oftewel 7 voetbalvelden) opgegraven. Archeologen verwachten vondsten uit de periode van Lineaire Bandkeramiek, de Brons- en IJzertijd en de Romeinse Tijd.
De opgraving vindt plaats in het kader van A2 Maastricht. Voor de realisatie van het plan De Groene Loper voor A2 Maastricht zijn tussen Europaplein in het zuiden van de stad en de Landgoederenzone in het noorden van de stad op verschillende plekken bomen gekapt. Ter compensatie wordt in het najaar door tunnelbouwer Avenue2 op de Cannerberg het Millenniumbos uitgebreid met zo’n 9 hectare natuur. De uitbreiding van het bos is een wens van de gemeente Maastricht. Maar eerst moet er belangrijk archeologisch onderzoek worden gedaan. Daarvoor heeft het Projectbureau A2 Maastricht archeologen van Archeologisch Onderzoek Leiden (Archol) ingehuurd.
Wethouder archeologie Gerdo van Grootheest: “In Maastricht zijn in de afgelopen jaren verschillende unieke vondsten gedaan. Denk aan het paardengraf in Borgharen en de gouden munten in Amby. Ook de Cannerberg belooft een zeer interessante opgraving te worden, we zijn benieuwd wat er precies gevonden gaat worden. Zo blijkt maar weer dat het Maastrichtse verleden springlevend is.”
Hoge verwachtingen
Onder vakgenoten zijn de verwachtingen hoog gespannen. Archeoloog Gilbert Soeters van gemeente Maastricht: “Het belooft een zeer interessante opgraving te worden. Door vooronderzoek weten we al dat er op de Cannerberg minstens drie archeologische periodes aanwezig zijn: de Bandkeramiek (ca 5.000 voor Chr.), de Late Brons- en Vroege IJzertijd (ca 1.000 tot 500 voor Chr.) én de Romeinse periode (50 voor Chr. tot ca 400 na Chr.).”
Met name de verwachte bandkeramische vondsten zijn zeer speciaal. Archeoloog en projectleider Ivo van Wijk van Archol: “Bandkeramiek wordt vaak vereenzelvigd met de Westelijke Mijnstreek: in Sittard, Geleen, Beek, Stein en Elsloo zijn in de afgelopen eeuw meerdere Bandkeramische opgravingen uitgevoerd. Hoewel de allereerste Bandkeramische vondsten in Maastricht werden gedaan is het onderzoek hier daarna wat onderbelicht geraakt.” Wat aan deze opgraving verder erg interessant belooft te worden, is dat de archeologen waarschijnlijk heel duidelijk kunnen gaan zien hoe een bandkeramisch dorp was opgebouwd en hoe de verschillende huiserven ten opzichte van elkaar lagen. Van Wijk: “Bij de vondstplekken in de Westelijke Mijnstreek liggen die huiserven meestal kriskras door en over elkaar, waardoor het heel lastig is om ze te onderzoeken. Hier op de Cannerberg liggen ze waarschijnlijk veel ‘netter’ naast elkaar. Voor mij als archeoloog is dat heel spannend!”
Meegraven?
Het onderzoek is ook opgezet als gemeenschapsproject waarbij belangstellenden de mogelijkheid hebben om zelf in het onderzoek te participeren. Via de Archeologische Vereniging Limburg kunnen vrijwilligers zich opgeven om mee te graven met de archeologen. Het verloop van de opgravingen is o.a. te volgen via www.a2maastricht.nl.
In samenwerking met de Faculteit der Archeologie, Rijksmuseum van Oudheden, Thermenmuseum, gemeente Maastricht, Universiteit Leuven, KFInheritage, Mosasaurusfilm, Archeologie Vereniging Limburg en Projectbureau A2Maastricht zal ARCHOL het onderzoek uitvoeren.
Researchers in Germany have discovered four wells more than 7,000 years old. The wells, all underground constructions of hewn oak, are evidence that Neolithic inhabitants of central Europe were accomplished carpenters, capable of felling and working trees three feet thick into planks, then carefully fitting them together. One of the wells, found near the town [...]
Researchers in Germany have discovered four wells more than 7,000 years old. The wells, all underground constructions of hewn oak, are evidence that Neolithic inhabitants of central Europe were accomplished carpenters, capable of felling and working trees three feet thick into planks, then carefully fitting them together. One of the wells, found near the town of Altscherbitz, was removed from water-logged soil in a single 70-ton block and transported to Dresden, where archaeologists “excavated” it in a lab.
There, analysis revealed that the ancient well-builders constructed tusk mortise and tenon joints, a technique that uses a fitted wedge to lock the pieces in place, in the base frame, with the rest constructed in “log cabin” style. “We know the Romans could do it, but that they were in use 5,000 years earlier really came as a surprise,” says Rengert Elburg, an archaeologist at the Saxon Archaeological Heritage Office in Dresden.
The 151 pieces of wood recovered from the wells are also an invaluable source of data for dendrochronologists, who compare tree rings to date artifacts and learn more about past climate conditions. Tree rings suggest the Altscherbitz well was in use for less than a decade before it was deliberately filled with 26 intact pots, thousands of pot fragments, and organic materials including early grains such as emmer and einkorn, strawberries, hazelnuts, and black henbane, a powerful hallucinogen. According to Elburg, the discovery of the pots was particularly surprising. “We don’t normally find intact pots from the Neolithic,” says Elburg. “If you find 26 complete ones, you know it was a ritual deposition. Perhaps it was a well for ritual water or special drinking.”
By ANDREW CURRY
copied from: Archaeology
Op een bijzondere locatie, naast het 13e eeuwse mikwe (Joods ritueel bad), dat onlangs is geplaatst in het Limburgs Museum, vindt op vrijdag 12 en zaterdag 13 april aanstaande het congres Snippers en scherven plaats. Centraal hierin staan vragen, maar natuurlijk ook antwoorden, zoals: hoe verhouden archeologie en historie zich tot elkaar, wat zijn de [...]
Op een bijzondere locatie, naast het 13e eeuwse mikwe (Joods ritueel bad), dat onlangs is geplaatst in het Limburgs Museum, vindt op vrijdag 12 en zaterdag 13 april aanstaande het congres Snippers en scherven plaats. Centraal hierin staan vragen, maar natuurlijk ook antwoorden, zoals: hoe verhouden archeologie en historie zich tot elkaar, wat zijn de overeenkomsten in hun aanpak, wat voegt elk toe en waarin verschillen ze? De vijfde Limburgse Archeologie Dag wordt in samenwerking met het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap (LGOG), dat het 150-jarig bestaan viert, georganiseerd als een tweedaags congres in het Limburgs Museum te Venlo.
Het congres heeft een grensoverschrijdend perspectief, zowel ruimtelijk als in tijd. Elk van beide dagen heeft een meer specifieke invalshoek. Op de eerste dag staat het thema “Archeologie en historische bronnen” centraal en op de tweede dag “Over de grenzen van de Limburgse archeologie.” De dagen starten met een key note speaker.
De eerste dag is dat de bekende Vlaamse historicus, columnist en journalist van dagblad De Standaard Marc Reynebeau. Hij zal zijn licht doen schijnen over de relatie historie en archeologie. Die avond is wordt er in het Grand Café van het Limburgs Museum een speciale historische culinaire maaltijd geserveerd, met als thema chronologie.
De tweede dag vangt aan met Prof. Dr. Nico Roymans (VU-Amsterdam) die de archeologie van Limburg in grotere wereld zal plaatsen. Na deze inleiders volgen twee reeksen van lezingen met als onderwerpen o.a.: de missing link, de geschiedenis van het archeologisch onderzoek te Rijckholt, historische bronnen en villa’s, Karel de Grote, relieken, vissen, schansen, het klooster van Susteren, een negentiende-eeuws kerkhof in Tegelen en de Tweede Wereldoorlog.
Tijdens deze dagen wordt de Guillonpenning uitgereikt aan een persoon of instelling met grote verdiensten voor de Limburgse archeologie en natuurlijk ontbreekt ook de Grote Archeologie Quiz niet. Neem alvast een kijkje op het programma voor beide dagen.
(De plek van) Een bandkeramische nederzetting of een bandkeramisch huis is na zijn gebruik vermoedelijk nog lang zichtbaar geweest als bouwval of in de herinnering van de mensen. In het buitenland zijn een aantal voorbeelden te noemen op welke wijze met deze plekken werd omgegaan. Voor Nederland, waar aansluitende groepen na het einde van de [...]
(De plek van) Een bandkeramische nederzetting of een bandkeramisch huis is na zijn gebruik vermoedelijk nog lang zichtbaar geweest als bouwval of in de herinnering van de mensen. In het buitenland zijn een aantal voorbeelden te noemen op welke wijze met deze plekken werd omgegaan. Voor Nederland, waar aansluitende groepen na het einde van de bandkeramiek niet duidelijk zijn aangetoond kan alleen maar gekeken worden naar soortgelijke voorbeelden binnen de bewoningsfase van de bandkeramiek in Nederland.
Een voorbeeld uit Polen wordt in onderstaande link weergegeven en is wederom een mooi voorbeeld van de uniformiteit binnen de bandkeramiek: Joanna Pyzel. Afterlife of Early Neolithic houses in the Polish lowlands. Past Horizons. March 23, 2013, from http://www.pasthorizonspr.com/index.php/archives/03/2013/afterlife-of-early-neolithic-houses-in-the-polish-lowlands.
Laatst was ik voor een verjaardagsfeestje van een van mijn kinderen met 12 kinderen naar een overdekt kinderspeelparadijs gegaan. Een feest voor de kinderen en een gehoorbeschadiging voor de ouders. We leven tegenwoordig in een maatschappij waar allerlei activiteiten buiten de woonomgeving wordt aangeboden en ontplooid. Beetje decadent maar wel fijn als het regent.
[...]
Laatst was ik voor een verjaardagsfeestje van een van mijn kinderen met 12 kinderen naar een overdekt kinderspeelparadijs gegaan. Een feest voor de kinderen en een gehoorbeschadiging voor de ouders. We leven tegenwoordig in een maatschappij waar allerlei activiteiten buiten de woonomgeving wordt aangeboden en ontplooid. Beetje decadent maar wel fijn als het regent.
Het geeft je te denken hoe het dagelijkse leven van de bandkeramiekers heeft uitgezien. En dan niet datgene waar de materiële neerslag van bewaard is gebleven en verwijzen naar huishoudelijke activiteiten zoals een dissel om mee te hakken of een maalsteen om erwten mee te vermalen (voor de erwtensoep?). Maar hebben de bandkeramiekers aan vrijetijdsbesteding gedaan zoals het spelen van een spel (oefening in spelvorm is natuurlijk een fantastische manier om iets te leren) of het zingen van een lied of het geven van een verjaardagspartijtje. Het bandkeramisch kind komt maar zelden aan bod als we het over de bandkeramiek hebben. En als we het over de LBK in het algemeen hebben dan hebben we het meestal alleen over de landbouw, het bomen hakken, huis bouwen, vuursteen verzamelen en verwerking of over potjes maken, hersenpan inslaan of over begravingen. Archeologisch onderzoek beschrijft meestal wat de (volwassen) groep doet en laat maar weinig ruimte voor de individuele handeling en het individu. Laat staan dat het gaat over kinderen. Maar het is dan ook moeilijk om een individuele handeling van een kind archeologisch terug te vinden in een gefossiliseerde vorm die na duizenden jaren voor ons nog zichtbaar is. Een voorbeeld van kinderspeelgoed is het kleine potje of duimpotje dat soms tijdens opgravingen wordt gevonden. Het zou een imitatie zijn van wat moeders aan het doen is. Kleine mensjes maken blijkbaar kleine potjes. Daar zijn mijn kinderen het niet mee eens denk ik. Wat de onderzoekers betreft is het enige feestje dat een kind krijgt, zijn initiatie feestje voor als hij volwassen wordt, maar dan is de kindertijd alweer voorbij. Volwassen individuen vinden we nog wel eens terug in grafvelden hoewel dat ook niet altijd duidelijk zichtbaar is. Vooral in Nederland, waar door de ontkalkte loss geen onverbrand bot bewaard is gebleven. Kindergraven worden wel verondersteld maar zijn moeilijk aantoonbaar (te veel kraakbeen wat slecht bewaard blijft). Waar volwassenen de mooiste grafgiften krijgen in de vorm van een versierde pot, maalsteen, dissel, vuurslag of stuk oker, krijgen kinderen vermoedelijk alleen een stel scherven mee als teken van hun incompleetheid of onvolwassenheid. Alleen de volwassenen tellen dus blijkbaar mee.
Geen dolle pret dus in de bandkeramiek als we alleen maar uit gaan van de materiële cultuur. En daarom is het zo leuk dat op een tijdsbalk getekend door Piet van de Velde juist de bandkeramiek wel met een feestje wordt afgebeeld. Trouwens zonder kinderen daarbij. Opmerkelijk, zeker aangezien de bandkeramiek toch met voldoende andere -lees serieuzere- zaken meestal wordt geïllustreerd. Zou het kind zijn in de bandkeramiek alleen maar als opmaat naar de volwassenheid hebben gestaan. Heeft opa zijn kleinkind alleen maar geleerd hoe vuursteen te bewerken, speren te gooien en dissels te slijpen? En oma alleen maar geleerd hoe erwtensoep te maken, potten te versieren zoals haar moeder dat deed? Of werden onze kleine bandkeramiekers het Maasdal ingestuurd om het vee te hoeden?
Dit alles maakt eens te meer duidelijk hoe moeilijk het is om op basis van de archeologische data een reconstructie te maken die niet alleen de huisvlijt representeert maar ook andere dagelijkse, wekelijkse of maandelijkse handelingen.
Laten we dit maar eens als uitgangspunt nemen voor verder onderzoek en dus op zoek gaan naar het individu of de individuele handeling van de bandkeramiek.
Enkele weken geleden hebben we met de Werkgroep Archeologie Sittard een perceel belopen in de buurt van Born. Nog net op de rand van het Graetheidegebied en de lössgrond.
Daarbij hebben werd deze kling gevonden. De mooiste vondst van die dag.
Het is een vrij grote kling, ongeveer 9 cm lang en 2,5 cm breed. [...]
Enkele weken geleden hebben we met de Werkgroep Archeologie Sittard een perceel belopen in de buurt van Born. Nog net op de rand van het Graetheidegebied en de lössgrond.
Daarbij hebben werd deze kling gevonden. De mooiste vondst van die dag.
Het is een vrij grote kling, ongeveer 9 cm lang en 2,5 cm breed. Met vrij steile laterale retouche. Helaas gebroken, dus niet helemaal compleet.
Bij het dateren van de kling ondervinden we echter wat problemen. We twijfelen tussen Bandkeramiek (LBK) en Michelsberg (MK).
Op hetzelfde perceel is eerder LBK gevonden; vuursteen en een disselfragment. Deze kling zou dan goed daarbij aansluiten. Maar door de grootte van de kling zou MK ook een mogelijkheid zijn.
Navraag bij verschillende mensen leverde ook verschillende antwoorden op.
Is het nou dus LBK of MK? En hoe zou de kling er dan uit hebben gezien als hij nog compleet was?
Hanneke Ickenroth
Werkgroep Archeologie Sittard
Slideshow
Comments
- Harrie Darding on Opgravingen op de Cannerberg [2]: wat is het plan?
- Harry Vromen on Inzoomen op het verleden: De visuele reconstructie van de bandkeramische nederzetting van Elsloo in de opstelling ‘Archeologie van Nederland’ (RMO)
- admin on [News] Dit potje is zeventig eeuwen oud
- admin on [News] Dit potje is zeventig eeuwen oud
- Een eigen huis, een plek op de löss | BandkeramiekBlog on Verplaatste sporen
aardewerk amateurarcheologen Archief Archol Artikel Bandkeramiek Bandkeramik Odyssey Beckers Bursch Caberg Cannerberg Chemelot Echt-Annendaal fonds des cabanes gekliefde palen Goossens Harry Vromen Heidekampweg Holwerda hutkom HVR183 IJzertijd Ivo van Wijk Kengen Klinkers LBK Luc Amkreutz Maastricht Marjorie de Grooth meanders methodiek Modderman NWO Odyssee Piet van de Velde Remouchamps reparatiegaten RMO Spiralen splitsen Stein-Haven type 1a huis versiering vuursteen Wim Hendrix aardewerk (4)
Opgraving Cannerberg (3)
Presentation (4)
Publications (8)
Research (53)
Settlements (4)
Uncategorized (3)
WP Cumulus Flash tag cloud by Roy Tanck requires Flash Player 9 or better.
Berichten
- Opgravingen op de Cannerberg [3]: een bandkeramische huisplaats May 18, 2013
- Voldoende vrijwilligers opgraving Cannerberg May 13, 2013
- Opgravingen op de Cannerberg [2]: wat is het plan? May 7, 2013
- Opgravingen op de Cannerberg [1]: de Cannerberg April 30, 2013
- Archeologische opgraving van start op Cannerberg April 25, 2013
- [News] Europe’s First Carpenters April 12, 2013
- Lustrum Limburgse Archeologie Dagen (12-13 april 2013) April 4, 2013
- [news] Afterlife of Early Neolithic houses in the Polish lowlands April 1, 2013
- Buiten de nederzetting March 9, 2013
- Bandkeramiek of Michelsberg? March 4, 2013
- 5e Louwe Kooijmans Lezing March 1, 2013
- [News]Farming arrived in Europe with migrants February 28, 2013
- Een nieuw jaar voor de bandkeramiek February 15, 2013
- Inzoomen op het verleden: De visuele reconstructie van de bandkeramische nederzetting van Elsloo in de opstelling ‘Archeologie van Nederland’ (RMO) February 4, 2013
- Something out of the ordinary? Session at the EAA in Pilzen 2013 January 25, 2013
- [News] Oldest wood architecture found in Germany December 26, 2012
- TV Bandkeramiek December 21, 2012
- The Odyssey to Belgium December 17, 2012
- [News] Art of cheese-making dates back to the Neolithic December 14, 2012
- [News] Odyssee op de Steentijddag 2013 December 13, 2012
Archief












